Opeens zoekt iedereen hét vaccin

Biotech Farmaceuten waren matig geïnteresseerd in de ontwikkeling van vaccins. De opmars van Covid-19 brengt daar verandering in.

Het duurt nog minstens één tot anderhalf jaar voordat een vaccin tegen Covid-19 wordt goedgekeurd, verwacht de Wereldgezondheidsorganisatie.
Het duurt nog minstens één tot anderhalf jaar voordat een vaccin tegen Covid-19 wordt goedgekeurd, verwacht de Wereldgezondheidsorganisatie. Foto Adam Glanzman/Bloomberg

Tientallen farmaceuten en universiteiten werken aan vaccins tegen het nieuwe coronavirus (Sars-CoV-2) dat zich over de wereld verspreidt. De verwachtingen van maatschappij én beleggers zijn hooggespannen, blijkt uit geëxplodeerde beurskoersen van betrokken biotechbedrijven en de gretigheid waarmee berichten over kandidaat-vaccins worden gedeeld. Maar concreet succes is er nog niet en de tijd dringt.

Twee bedrijven trokken de voorbije week veel aandacht op de beurs en in de media: het Amerikaanse Moderna en BioNTech uit Duitsland. Moderna begon maandag, nauwelijks drie maanden nadat Chinese autoriteiten de genetische code van het coronavirus hadden gedeeld, als eerste bedrijf met een zogeheten fase I-studie voor een kandidaat-vaccin. Dat betekent dat het experimentele vaccin van Moderna op mensen wordt getest om te onderzoeken of het veilig is. De beurswaarde van het bedrijf steeg met ruim een kwart. Ook BioNTech heeft een experimenteel vaccin tegen Covid-19 ontwikkeld en begint bijna met een eerste klinische proef, zo maakte het bedrijf deze week bekend. Het bedrijf zag de koers van het aandeel daarop meer dan verdubbelen.

De vaccins van Moderna en BioNTech behoren tot een nieuwe generatie vaccins op basis van ‘boodschapper-RNA’ (mRNA), een genetische code die cellen opdracht geeft bepaalde eiwitten aan te maken. De bedoeling is dat die eiwitten een immuunreactie opwekken die een binnenkomend virus onschadelijk maakt. Ook het Duitse CureVac werkt met RNA. CureVac ontving deze week 80 miljoen euro investeringsgeld van de EU voor de ontwikkeling van een vaccin tegen Covid-19, de infectieziekte die wordt veroorzaakt door het nieuwe coronavirus.

Snel maar onbewezen

RNA-vaccins zijn snel te maken, maar nog niet eerder getest op mensen. Of ze effectief en veilig zijn, is dus de vraag. Andere partijen werken aan meer traditionele vaccins op basis van verzwakt virus of virus-eiwitten die – los of opgenomen in de mantel van een onschadelijk virus – in het vaccin worden verwerkt. Bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn inmiddels zeker 41 kandidaat-vaccins aangemeld door biotechondernemingen, universiteiten en grote farmabedrijven als Sanofi en Janssen.

Desondanks duurt het nog minstens één tot anderhalf jaar voordat een vaccin wordt goedgekeurd, verwacht de WHO. Een vaccin moet behalve effectief (veroorzaakt het een beschermende immuunrespons) immers ook bewezen veilig zijn. „Een vaccin geef je aan gezonde mensen”, zegt Hanneke Schuitemaker, hoofd virale vaccins bij Janssen en hoogleraar virologie aan de Universiteit van Amsterdam. „Daarom worden bijwerkingen niet of nauwelijks geaccepteerd.”

Dat betekent dat uitgebreide studies zijn vereist, en die zijn niet eenvoudig op te zetten, vertelt Schuitemaker. Een kandidaat-medicijn wordt getest op patiënten. Daarbij worden de resultaten van de groep die het geneesmiddel krijgt, afgezet tegen een controlegroep met een placebo. Voor een vaccin, dat een ziekte moet voorkomen, werkt die onderzoeksmethode niet. Om vaccins te testen moet je daarentegen grote aantallen gezonde vrijwilligers volgen die risico lopen besmet te raken – een tijdrovende én dure exercitie.

Lees ook: Op zoek naar een middel tegen Covid-19

De vrees is dus dat een vaccin pas in grote hoeveelheden op de markt komt wanneer de pandemie al is uitgedoofd of reeds groepsimmuniteit is ontstaan. Beide scenario’s zijn echter hoogst onzeker, benadrukt Schuitemaker. „Je kunt onmogelijk voorspellen hoe de situatie straks is. En we nemen nu in het gunstige geval aan dat mensen die het hebben gehad immuun zijn, maar dat is nog helemaal niet duidelijk.”

Toch heeft de mogelijkheid dat vaccins te laat komen grote farmaceuten huiverig gemaakt erin te investeren. Zo ontwikkelde Janssen, het bedrijf van Schuitemaker, een vaccin tegen ebola dat pas op de markt kwam toen de epidemie al was wegeëbd. Andere farmabedrijven hadden vergelijkbare ervaringen met vaccins tegen sars (2003), mers (2013) en zika (2016). Tegelijkertijd haalt 90 procent van de kandidaat-vaccins de eindstreep niet, schat Suzanne van Voorthuizen, life sciences-analist van zakenbank Kempen. „Investeren in vaccins is heel onzeker en niet altijd even rendabel”, concludeert Van Voorthuizen, die „vraagtekens” zet bij het enthousiasme van beleggers.

Commerciële overwegingen

Waarom hebben zich dan toch zoveel partijen gestort op de ontwikkeling van een vaccin tegen Covid-19? Volgens farmaceuten is de situatie zo ernstig dat commerciële overwegingen even niet doorslaggevend zijn. De gebruikelijke concurrentiestrijd, zo zei topman David Ricks van het Amerikaanse farmabedrijf Eli Lilly afgelopen woensdag in een call met journalisten, heeft plaatsgemaakt voor samenwerking, zowel tussen farmaceuten en biotechbedrijven als met publieke instellingen. „Ik heb nog niemand gehoord over wie straks wat betaald krijgt of wie de lof krijgt toegezwaaid,” aldus Ricks.

Of dat zo blijft, valt te bezien. Minstens zo belangrijk lijkt de rol van publieke organisaties als de Coalition for Epidemic Prepraredness Innovations (CEPI) in Oslo en de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority (Barda). Zij brengen farmaceutische bedrijven en uitvoerders van klinische studies bij elkaar én financieren onderzoek.

CEPI maakt zich bovendien hard voor wereldwijde distributie, mocht er een vaccin komen. In 2009 kregen arme regio’s geen toegang tot vaccins tegen de Mexicaanse griep omdat welvarende landen al contracten hadden afgesloten. Vorige week ontstond nog controverse omdat de Amerikaanse president Trump zou hebben geprobeerd exclusieve rechten te verwerven op het kandidaat-vaccin van CureVac.

„De VS zijn erg op zichzelf gericht”, beaamt Schuitemaker van Janssen, dat voor de ontwikkeling van een kandidaat-vaccin tegen het coronavirus (op basis van een verkoudheidsvirus) samenwerkt met Barda. Volgens de virologe heeft Janssen bij Barda bedongen dat een eventueel vaccin wereldwijd ter beschikking komt. Schuitemaker: „Solidariteit is belangrijk. Het virus houdt zich niet aan landsgrenzen. Indammen van de verspreiding vergt een mondiale aanpak.”