Lagarde zegt het nu eigenlijk ook: whatever it takes

Europese Centrale Bank Klaas Knot en andere ECB-bestuurders tekenden bezwaar aan tegen het ongelimiteerde karakter van de ‘pandemie-opkopen’.

De Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main.
De Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main. Foto Armando Babani/EPA

Christine Lagarde is veel sneller gaan handelen zoals Mario Draghi dan ze waarschijnlijk had gewild. Afgelopen september, twee maanden voor haar aantreden als chef van de Europese Centrale Bank, zei Lagarde dat ze hoopte dat ze „nooit” zoiets zou moeten zeggen als haar voorganger Draghi. Hij had in 2012 beloofd „al het nodige” te zullen doen om de euro te redden (whatever it takes). Maar woensdagavond vlak voor middernacht was het eigenlijk al zover: „Er zijn geen grenzen aan onze toewijding aan de euro”, twitterde Lagarde, nadat haar bestuur het besluit had genomen om grootscheeps in te grijpen op de financiële markten – geheel in de geest van Draghi.

De ECB besloot 750 miljard euro extra aan staats- en bedrijfsleningen te gaan kopen, om de economische schok door het coronavirus te verzachten. Dit „pandemie-noodopkoopprogramma” moest ook voorkomen dat de leenkosten van met name Italië uit de hand lopen door de gigantische overheidsuitgaven die nu nodig zijn. De Italiaanse, Spaanse en Griekse rentes waren sneller gestegen dan die van Duitsland en Nederland – wat herinneringen opriep aan de eurocrisis die Draghi destijds met zijn toverwoorden suste.

Lagarde liet de voorbije maanden blijken dat ze de verdeeldheid binnen het 25-koppige ECB-bestuur, die in het tijdperk-Draghi hele scherpe kanten had gekregen, wilde verminderen. Daadwerkelijk is de sfeer is na haar aantreden sterk verbeterd: ze drijft meningsverschillen niet op de spits en geeft dissidenten de ruimte. Maar inhoudelijk waren deze week binnen het bestuur dezelfde breuklijnen zichtbaar als onder Draghi.

Breed leefde weliswaar het gevoel dat de ECB fors moest ingrijpen, gezien de zeer snel verslechterende economische vooruitzichten en de oplopende Zuid-Europese rentes. Maar een smaldeel van vooral noordelijke ECB-bestuursleden, onder wie de Nederlander Klaas Knot en de Duitser Jens Weidmann, maakten bezwaar tegen de omvang en tegen het ongelimiteerde karakter van het noodopkoopprogramma, zo bevestigen bronnen berichtgeving van persbureau Reuters.

Opkooplimieten

Met name een schijnbaar technische, maar in de praktijk verreikende passage in het ECB-besluit stuitte op verzet. Daarin stelt de ECB voor het eerst dat zij bereid is om bepaalde opkooplimieten die zij zichzelf eerder had gesteld, te versoepelen. De ECB mag nu nog niet meer dan 33 procent van één bepaalde staatslening in bezit hebben. Ook mag zij maximaal 33 procent van de staatsschuld van een enkel land kopen. Deze limieten gaan zo nodig overboord, zo staat in de verklaring over het besluit. Het bestuur zal „overwegen” de limieten „aan te passen” als deze de ECB in de weg staan.

Het loslaten van die limieten ligt heel gevoelig, omdat ze juridisch gezien een buffer vormen tegen ‘monetaire financiering’, de financiering door de centrale bank van de overheid. Dat is verboden in het EU-verdrag. Krijgt de ECB meer dan een derde van een bepaalde staatslening in bezit, dan krijgt zij bij een schuldherstructurering van dat land (bij een schuldencrisis) een beslissende stem. Als de ECB dan meewerkt, komt dat volgens juristen neer op monetaire financiering.

Bovenal vormen de opkooplimieten, die naar verwachting komende herfst al in zicht komen, een rem op de oneindige opkoop door de ECB van staatsschuld, een scenario waar Knot en Weidmann niets in zien. Nu al heeft de ECB voor ruim 2.100 miljard euro aan staatsschuld op de balans staan. Daar komen dit jaar, onder meer door het ‘pandemie-pakket’, nog honderden miljarden bij.

Zo is het tweede grote ECB-besluit onder Lagarde – na het pakket ultragoedkope leningen voor banken, vorige week – geen unaniem besluit, maar een meerderheidsbesluit. Onder Draghi waren besluiten per meerderheid eerder regel dan uitzondering geworden. En ook voor Lagarde lijkt unanimiteit lastig te bereiken.

Politiek uit de brand geholpen

Ooit gold de grootscheepse opkoop door centrale banken van overheidsschuld, waarmee de Amerikaanse Federal Reserve na de kredietcrisis als eerste begon, als een paardenmiddel. Daarna zou ‘normalisering’ van het monetair beleid volgen: al die schuld zou weer van de balansen van centrale banken verdwijnen. Maar door de coronacrisis lijkt schuldopkoop meer dan ooit een normaal middel te zijn geworden. De Fed hervatte deze week ook weer de opkoop van staatsobligaties, net als de Bank of England.

Met die nieuwe ronde massale schuldopkoop maken de centrale banken het in deze crisistijden makkelijker voor landen om hun overheidsbegrotingen te laten oplopen. De centrale banken kopen de nieuwe schulden immers toch wel op. Daaraan kleeft ook een risico: overheden merken nu wederom dat de monetaire autoriteiten er altijd toch wel zijn als vangnet. Dat kan ze ook lui maken bij het creëren of gebruiken van eigen, politieke vangnetten. In de eurozone is bijvoorbeeld de discussie opgelaaid over ‘eurobonds’ of, voor deze speciale situatie, ‘coronabonds’. De eurolanden zouden hun nieuwe schulden bundelen en zo kwetsbare landen als Italië ontlasten. Maar nu de ECB haar whatever it takes heeft laten klinken, is de druk op de politiek om zelf te handelen, minder geworden.