‘Het virus kan iedereen besmetten, maar wij arbeidsmigranten doen er niet toe’

Buitenlandse werknemers Arbeidsmigrant David Viliça is astmapatiënt en zit met zes anderen in een huisje in Brabant. Sociale onthouding kan daar niet.

Arbeidsmigrant David Viliça in zijn campingwoning op De Katjeskelder in Oosterhout. Hij heeft astma en is bang het corona-virus op te lopen. Hij voelt zich niet veilig, omdat hij het huis deelt met anderen.
Arbeidsmigrant David Viliça in zijn campingwoning op De Katjeskelder in Oosterhout. Hij heeft astma en is bang het corona-virus op te lopen. Hij voelt zich niet veilig, omdat hij het huis deelt met anderen. Foto Ilvy Njiokiktjien/VII Photo

In Nederland moest je zijn, hoorde David Viliça. Leuke mensen, al die fietsers en natuurlijk goed geld verdienen. Een droomland, zo zag hij het. De 24-jarige Viliça uit Portugal ging werken voor uitzendbureau Adecco, dat hem inzette bij een logistiek bedrijf waar hij kleren in pakketjes stopt. Maar sinds het coronavirus wil de Portugees nog maar een ding: naar huis. „Het virus kan iedereen besmetten, hoor ik overal. Maar het voelt alsof wij als buitenlandse arbeiders er niet toe doen. We zijn een nummer.”

David Viliça kwam afgelopen zomer naar Nederland, omdat hij hier ook met laagbetaald werk een stuk meer kan verdienen dan in Portugal. Na een halfjaar als postsorteerder in Limburg ging hij werken bij logistiek bedrijf XPO in Tilburg. Via Adecco kreeg hij onderdak op vakantiepark De Katjeskelder. Afgelopen februari kwam het park in het nieuws omdat vakbond FNV de gemeente opriep wat aan de situatie van de arbeidsmigranten te doen. Ze zitten er soms met z’n twaalven in een huisje, hebben nauwelijks privacy en er wordt flinke winst gemaakt op de huur, stelde de vakbond in een zwartboek.

Ook David Viliça is al een tijd ontevreden: zijn huur is een kleine 100 euro per week, zijn uurloon bedraagt iets meer dan tien euro. „Sommige weken word ik maar voor veertien uur ingezet, dan leef ik van een paar tientjes per week. Dat is zelfs onder het Portugese minimumloon. We leven met zijn zevenen in een bungalow, met twee koelkasten en een wasmachine. Dat is echt niet te doen.”

Maar sinds corona is de situatie „geëxplodeerd”, zegt de Portugees, die astmapatiënt is. „Ik ben vanwege mijn longproblemen een extra risico, maar in mijn huis ben ik niet veilig. Er zijn altijd zes anderen. Het huis is zo klein dat als iemand ziek is, iedereen wordt besmet.”

Ook op zijn werk wordt het virus niet serieus genomen, zegt Viliça. „Ze hebben gezegd dat we onze handen moesten wassen. Maar anderhalve meter afstand nemen gebeurt niet, we werken soms op tien centimeter afstand van elkaar, lopen vlakbij elkaar met kleren te sjouwen. Tijdens het inpakken kregen we geen beschermende kleding. Alsof het een gewone tijd is, ik vond het ongelooflijk.”

Lees ook dit dagboek uit Brabant: ‘Langzaam worden we steeds verder teruggedrongen in onze huizen’

Doorwerken met koorts

FNV-bestuurder Bart Plaatje herkent het verhaal. Hij schat dat er 138.000 arbeidsmigranten zijn in Nederland, een extra kwetsbare groep. „De chaos is straks niet meer te overzien, denk ik. Aan de ene kant heb je mensen in de logistieke sector die 50 uur per week aan het werk zijn vanwege onze hamsterwoede. Daar wordt totaal niet nagedacht over mogelijke besmettingen. Aan de andere kant verliezen arbeidsmigranten in de bloemensector hun werk en ook woning.”

Plaatje vindt het gevaarlijk dat mensen zo dicht op elkaar leven. Bovendien krijgt de vakbondsbestuurder signalen van mensen die gewoon door willen werken als ze koorts hebben. Bijna alle arbeidsmigranten hebben een nulurencontract; als ze niet komen werken, krijgen ze niet betaald. „Als deze mensen ziek worden, steken ze hun huisgenoten aan, maar ook hun collega’s, ze kunnen het zich vaak niet veroorloven niet te gaan werken, waardoor sommigen hun koorts verhullen.”

Inhuurders hebben geen plan

De vakbondsman zegt dat hij uitzendbureaus heeft gevraagd hoe ze omgaan met de situatie: de meeste inhuurders hebben geen plan. Een Poolse arbeider mailde de FNV over hoe een Brabantse postsorteerder met het virus omgaat: ze meten de temperatuur van iedereen die komt werken. Als iemand zonder rijbewijs dan verhoging heeft, en niet kan werken, moet hij de rest van de dag maar op het bedrijf wachten tot zijn collega’s hem naar huis brengen – dat is tachtig kilometer verderop.

„Werk en huis van een arbeidsmigrant worden geregeld door het uitzendbureau”, zegt Plaatje. „We zien in de praktijk dat iemand die niet meer komt werken vanwege ziekte op straat wordt gezet: geen baan en geen huis, vaak is de zorgverzekering dan ook opgezegd. Straks gaan zieke arbeidsmigranten dus zelf op zoek naar een plekje om te wonen of werken, en zullen ze iedereen die ze tegenkomen besmetten.”

‘Dit moet stoppen’

Foto Ilvy Njiokiktjien/VII Photo

Inmiddels heeft Viliça besloten niet meer te gaan werken, vanwege de veiligheid. Hij wil terug naar Portugal, als dat lukt. Zijn vader heeft hem de afgelopen weken honderden euro’s gestuurd, terwijl hij juist naar Nederland kwam om geld te verdienen voor zijn familie.

„Ik heb nog het geluk dat ik familie heb die me kan helpen. Maar er zijn tientallen anderen die gaan werken, of ze nou ziek zijn of niet. Ze blijven stil, want als ze praten kunnen ze ontslagen worden. Daarom spreek ik me uit. Dit moet stoppen, want ik maak me ernstig zorgen over mijn collega’s.”