Even geen veld, hal of zwembad om te trainen

Coronavirus Topsporters die gedwongen thuiszitten, gaan creatief om met hun trainingen. Maar mentaal is het voor velen zwaar.

Zwemster Kira Toussaint en haar vriend, waterpolo-international Jesse Koopman, staan bij de Sloterplas klaar voor een trainingsrit op hun geleende racefietsen.
Zwemster Kira Toussaint en haar vriend, waterpolo-international Jesse Koopman, staan bij de Sloterplas klaar voor een trainingsrit op hun geleende racefietsen. Foto Bastiaan Heus

Zwemmers spreken vaak een tikje minachtend over ‘landtraining’ bij oefeningen op het droge. Met water als biotoop is geen sprake van harmonie met een harde ondergrond, ondervond Kira Toussaint . Abrupt verjaagd uit haar Amsterdamse zwembad begon de rugslagspecialiste met hardlopen, maar protesterende gewrichten en een pijnlijke rug gaven na één rondje Sloterplas van vijf kilometer een niet te negeren signaal: doe ons dit niet aan.

Lekker dan. Je wilt tijdens de coronacrisis als topzwemster de conditie onderhouden, maar stuit op lichamelijke tegenstand. Hoe houd je de spieren dan te vriend? Met fietsen, bedacht Toussaint. Minder belastend dan hard rennen. Maar hoe, als je geen fiets hebt? Een verzoek op Instagram om voor de zwemster en haar vriend, de eveneens drooggevallen waterpolo-international Jesse Koopman, een racefiets te mogen lenen had succes, tot en met de levering van helmen toe.

En het eerste rondje van 30 kilometer met z’n tweeën beviel; vermoeid maar voldaan en zonder noodsignalen van het lichaam. Voor herhaling vatbaar, zolang een gedwongen huisarrest uitblijft.

Het zijn verwarrende tijden voor topsporters, die gewend zijn aan een strak trainingsregime. Je wilt de vorm toch enigszins vasthouden. Maar thuis is er geen alternatief voor het zwembad, de atletiekbaan, het voetbal- en hockeyveld of de sporthal. Naar buiten dus, de bossen in en de garage of een kamer inrichten als gym. Fitnessoefeningen verlangen naast een matje, een stuk elastiek en gewichten, weinig faciliteiten.

Of je moet, zoals 400-meterloopster Lisanne de Witte, een loopband in huis willen. Misschien dat een gesloten fitnesscentrum er één wil uitlenen, bedacht zij. Die apparaten staan daar ongebruikt, toch? Ze waagde een poging via Twitter. „Om voorbereid te zijn op een lockdown, als ik niet meer de duinen van Schoorl in kan”, zegt de inwoner van Castricum. „Ik vrees een dergelijk scenario en ben zoveel mogelijk spullen aan het verzamelen.” Het resultaat voor De Witte tot vrijdag: nul reacties.

Stapelen van rollen toiletpapier

Creatief zijn ze, die topsporters. Bij het doorspitten van sociale media komen in alle varianten fitnessoefeningen voorbij. Nadine Visser zie je in een filmpje op Instagram in haar Arnhems appartement de trap op huppen, maar de hordeloopster baart vooral opzien met een buikspieroefening door zittend op de grond met haar benen toiletrollen te stapelen. Ze komt tot negen.

Waarom zou ik mijn droogtrainingen niet delen, bedacht Kira Toussaint. Via de hashtag #FITMETKIRA post de zwemster elke dag vijf oefeningen op Instagram en plaatst ze langere filmpjes op YouTube. Daaruit blijkt dat in de huiskamer licht ongemak niet is uitgesloten, want Toussaint wordt bij haar work-outs menigmaal besnuffeld en beklommen door haar zeven maanden oude poedel Binky.

Je kunt ook hulp zoeken bij de buren, zoals worstelaar Jessica Blaszka in Landgraaf doet met het naastgelegen SnowWorld. „Een rondje hardlopen, beëindig ik met het op en neer rennen van de trappen naast de enorme skihal”, zegt Blaszka, die vorige maand op de valreep zilver won bij de EK in Rome en recenter, ter voorbereiding op het OKT in Boedapest, op een trainingskamp was in Japan. „Waar alles erop wees dat de Spelen gewoon doorgaan”, zegt ze.

Met het temperament van ‘stuiterbal’ Juul Franssen is thuiszitten een enorme opgave. Waar moet ze haar energie kwijt? In de garage, die de judoka tijdelijk heeft ingericht als dojo. „En mijn vriend Antoine gebruik ik als sparringpartner”, zegt Franssen, die zich dezer dagen gelukkig prijst met haar grote woning. „Familie en vrienden hebben medelijden met Antoine, maar dat is onnodig. Hij heeft zelf gejudood en kan wel tegen een stootje, hoor. Bovendien is-ie een stuk sterker dan ik. Ik heb mijn handen vol aan hem.”

Bart Deurloo is van de Zwijndrechtse turnhal uitgeweken naar een loods in Ridderkerk, waar zijn broer audiovisuele apparatuur opslaat. Het ontbreekt de turner aan toestellen, maar met wat improviseren heeft hij daar een gym ingericht. „Wat hardlopen en fitnessen, dat is wat ik doe. Je moet wat”, zegt de turner.

Sommige sporters hebben geluk, zoals boogschutter Sjef van den Berg, die bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro vierde werd. Hij werkt in een handboogwinkel in Wageningen met een testbaantje. Niet van olympische afmeting, maar goed genoeg om zo nu en dan een pijl te schieten. Hij blijft laconiek onder de nieuwe situatie. „Je moet onderhoudend trainen. Nou, dat doe ik.”

Teamsporters

Waar individuele sporters gewend zijn hun eigen weg te zoeken, zijn teamsporters zonder ploeggenoten meer onthand. Samen trainen, zit er niet in. Billy Bakker en Eva de Goede, de aanvoerders van de Nederlandse hockeyteams, volgen van bondswege loopschema’s en krachtprogramma’s. Dat gaat zo lang we naar buiten mogen, zeggen beiden. En De Goede met een knipoog: „Sommige speelsters halen uit voorzorg een hele gym in huis.”

Vrolijker berichten uit Turkije, waar volleybalster Maret Balkestein-Grothues bij haar club Aydin tot en met donderdag gewoon haar balletje sloeg. Met wedstrijden zonder publiek, maar toch, de aanvoerder van het Nederlands team heeft (nog) geen last van onderbrekingen. Tot haar verbazing, omdat het coronavirus ook tot Turkije is doorgedrongen. „Ik moet alleen voor en na een training mijn handen wassen”, noemt Balkestein-Grothues als enige ongemak. „Mijn zus is verpleegkundige in het ziekenhuis van Almelo. Die heeft het pas zwaar.”

Foto Bastiaan Heus

Mentale weerslag groot

Waar topsporters in praktische zin redelijk ontspannen omgaan met alle aanpassingen, blijkt de mentale weerslag groter. Judoka Franssen belt regelmatig met haar Engelse trainer Jean Paul Bell om zich moed in te laten praten. Ze heeft het vooral zwaar vanwege de twijfels over het programma, in het bijzonder de Olympische Spelen. Franssen reageert geïrriteerd als de mogelijke afgelasting ter sprake komt. Een scenario dat bij haar negativisme oproept. Zij: „De Spelen gaan door, in welke vorm ook. Wij moeten het IOC en de Japanse regering geloven. In mijn agenda is de wedstrijddatum 28 juli rood omcirkeld. Dan moet ik op mijn best zijn. Dat besef houdt me op de been.”

Zwemster Toussaint heeft gehoord dat haar concurrenten in Australië wel kunnen trainen. Dat maakt haar onrustig. Anderzijds ervaart ze thuiszitten minder zwaar dan een jaar terug, toen ze tot inactiviteit was gedwongen vanwege een (onschuldige) dopingzaak.

Turner Deurloo zegt het onomstotelijk: „Ik ben er momenteel met mijn hoofd niet bij. Thuis trainen, dat gaat nog, maar om gemotiveerd te blijven, dat lukt bijna niet. Soms kijk ik om me heen en denk ik: Wat móet ik nou?”

Waar worstelaar Blaszka het onwezenlijke gevoel heeft verzeild te zijn geraakt in een film waarin de wereld vergaat, worstelt atlete De Witte met weggevallen doelen. Kan ze Diamond League-wedstrijden lopen? Ze weet het niet. Gaan de Spelen door? Ze heeft haar twijfels. De Witte: „Je weet niet waar je naar toe moet toewerken. En elke keer verandert er iets. Ik vind dat moeilijk.”

‘Sporters moeten niet zeuren’

Er zijn ook sporters voor wie de stress elders is. Boogschutter Van den Berg maakt zich niet bijster druk over zijn verstoorde programma. „Als je het in perspectief bekijkt, vind ik dat sporters niet zo moeten zeuren”, zegt hij. „In deze crisis gaat gezondheid boven sport, zeker topsport. Breedtesport draagt tenminste nog iets bij aan de samenleving. Geen Olympische Spelen? Als dat beter is voor de volksgezondheid, sta ik daar volledig achter. Ik vind dat we ons moeten richten op de zorgsector en de vitale beroepen. Sport is even van ondergeschikt belang.”

Ook Marianne Vos is van de relativering. Op de vraag of ze over haar fitheid in relatie tot het coronavirus wil vertellen, antwoordt de wielrenster:

„Beste, ik begrijp uw vraag, maar persoonlijk vind ik mijn situatie niet zo relevant. Dank en alle goeds, Marianne.”

Zelfs via het emotiearme WhatsApp maakt Vos in een paar woorden haar gevoelens duidelijk. Hoezo sport? Hoezo Marianne Vos? Wat doen in deze uitzonderlijke tijden de noden van een sporter ertoe? Waarom zou de buitenwereld moeten lezen hoe Marianne Vos fit blijft? Klein bier. Het gaat nu om wezenlijke zaken, om ziek zijn of gezond blijven, om leven of dood. Haar boodschap: nederigheid is geboden.