De week van een ziekenhuisdirecteur: een ramp in slow motion

Zorg in Limburg Zorginstelling Zuyderland in Limburg, met verschillende zieken- en verpleeghuizen, is zwaar getroffen door het coronavirus. NRC liep deze week mee met directeur David Jongen. „Mensen, dit wordt een marathon. En we zijn pas net vertrokken.”

Directeur David Jongen probeert normaal met humor de sfeer „licht en luchtig te houden.”
Directeur David Jongen probeert normaal met humor de sfeer „licht en luchtig te houden.” Foto Chris Keulen

Leidinggeven aan een organisatie waar corona door de gangen waart. Niets had David Jongen (55), bestuursvoorzitter van de grote Limburgse zorgorganisatie Zuyderland daarop kunnen voorbereiden. Zuyderland – met ziekenhuizen in Sittard en Heerlen, dertien verpleegtehuizen en een thuiszorgafdeling – is een van de zwaarst door corona getroffen medische instellingen van Nederland. NRC liep een week mee met David Jongen.


Vrijdag

Negentien positief geteste patiënten liggen er deze vrijdag 13 maart in de verpleeghuizen van Zuyderland. En vijftien in de twee ziekenhuizen, van wie acht op de intensive care. Bij vier medewerkers is corona vastgesteld.

De uitbraak van Covid-19 houdt Jongen al twaalf dagen non-stop bezig. Zijn dagen zijn „gestructureerd en rommelig tegelijk”, zegt hij. Het is overzichtelijk dat alle vergaderingen maar over één onderwerp gaan. Het is rommelig omdat er zo ongelooflijk veel gebeurt.

Een WhatsApp-bericht. Het samenwerkingsverband van Brabantse ziekenhuizen vraagt hulp aan ziekenhuizen in Limburg. Kan Zuyderland extra materiaal sturen, zoals mondkapjes, en patiënten overnemen? Jongen beslist in een seconde: nee. „Niet omdat ik het niet wil”, zegt hij. Het kleine beetje rek dat er bij Zuyderland nog is, wil hij koesteren.

Mondkapjes zijn voor hem ook een zorg. Deze dag zou het RIVM met een protocol komen over hoe ze gedesinfecteerd en hergebruikt mogen worden. Op de gangen liggen dozen vol gebruikte mondkapjes te wachten. Het Limburgse ziekenhuis VieCuri kan er tweeduizend sturen, appt de directeur, „voor als jullie klem zitten”.

Als Jongen ’s middags een videoboodschap inspreekt voor zijn personeel, houdt hij een briefje vast. Hij heeft veel te melden. Zoals dat in de dertien verpleeghuizen geen bezoek meer is toegestaan. Een pijnlijke beslissing.

En er is een speciale ‘cohortafdeling’ in Sittard opengegaan voor ‘coronaverdachte’ patiënten. Daarmee kan de spoedeisende hulp worden ontlast. In Heerlen ging zo’n omgebouwde afdeling een dag eerder al open.

„Dit wordt een marathon”, zegt Jongen ernstig in de camera. „We zijn net onder de startvlag vertrokken. Dit gaat echt nog een paar weken duren. Ik weet dat het niet altijd makkelijk is, dat zie en voel ik ook. Maar we moeten hierdoorheen. We zullen de komende weken nog een enorm beroep op jullie moeten doen om de tent draaiende te houden.”


Zaterdag en zondag

Eén dag vrijnemen, neemt hij zich voor. Er zitten immers nog twee mensen in de raad van bestuur van Zuyderland, en zij werken door.

Hij ontvangt gasten in zijn woning in het Limburgse dorpje Noorbeek: zijn zoon wordt acht. Maar het blijkt niet te doen: constant is hij aan het bellen. Er is een grote toestroom aan patiënten met coronaverschijnselen. Op de cohortafdelingen die net zijn geopend, staan dertig bedden maar er zijn nog maar vier plekken over. De capaciteit moet in noodtempo worden verdubbeld: afdelingen chirurgie en orthopedie worden ook cohortafdelingen. Vijftig à zestig bedden, hoelang zal dat genoeg zijn?

Meer slecht nieuws: een 59-jarige verpleegkundige van de longpoli is opgenomen op de intensive care met corona. Een grote klap voor haar afdeling.

De telefoontjes gaan tot tien uur ’s avonds door. Daarna drinkt hij toch maar een biertje.

De volgende ochtend heeft hij daarvan spijt: hij zit om half zeven beneden aan tafel en vrijwel meteen komt het op gang – mails, telefoontjes, appjes.

Om elf uur is hij weer in het ziekenhuis. Het gerucht gaat dat wordt overwogen de Nederlandse grenzen te sluiten. Jongen laat tellen hoeveel van zijn medewerkers over de grens wonen: 540 in België en Duitsland samen. „Dat zou echt een ramp zijn.”

Nog zenuwachtiger is hij over de materialen. Hij heeft nog tot en met dinsdag aan voorraad. „Als de mondkapjes op zijn, kan je het allemaal nog zo mooi geregeld hebben,” zegt Jongen, „maar dan houdt het op”. Wat hij nu nog kan doen? „Bruno [Bruins, dan nog minister voor Medische Zorg (VVD)] bellen, maar die kan ook geen ijzer met handen breken.”

Als hij thuiskomt, staat zijn vrouw met hun zoon dertig cupcakes te bakken als traktatie voor de klas. Die staan af te koelen als ministers op televisie vertellen dat de scholen sluiten.

Later op de avond een telefoontje. De vader van een vriend is overleden, een Brabander die Jongen ook behoorlijk goed kent. De man had longkanker, maar dat ging al jaren redelijk goed, tot het coronavirus hem trof.

Vroeg naar bed, neemt Jongen zich voor. Hij ligt er om tien uur in. Om kwart over tien belt een regionaal dagblad. De verslaggever had geruchten gehoord: Jongen zou mondkapjes hergebruiken door ze te spoelen en dáárom zou de medewerkster met corona op de intensive care liggen. Onzin, de journalist is bereid het artikel aan te passen – maar Jongen is weer klaarwakker.


Maandag

Verpleegkundigen staan in de rij voor het ziekenhuis in Sittard. Een beveiliger in de deuropening controleert de werkpasjes. Ook in de ziekenhuizen zijn bezoekers niet meer welkom. Uitzonderingen worden alleen gemaakt voor de kinderafdeling, patiënten in de laatste levensfase en partners van bevallende vrouwen. „We willen niet dat er virussen binnenkomen en ook niet dat ze naar buiten lopen”, legt Jongen uit.

De entree, een hal van 265 meter lang, is bijna leeg. „Surrealistisch,” zegt Jongen, „normaal krioelt het hier van de mensen om acht uur ’s ochtends.” Een oudere man beent langs en drukt zijn sjaal tegen zijn neus en mond.

„Enne, hoe is het?”, vraagt Jongen in dialect aan baliepersoneel. „Stil hè”, zeggen ze. Vrijwilligers – die normaal helpen met uitleg, patiëntenvervoer, koffie en thee – hebben zich massaal afgemeld. Het Rode kruis heeft aangeboden om met vrijwilligers bij te springen.

Eerst een call met alle ziekenhuisdirecteuren uit Limburg. Ze tellen hoeveel bedden met beademingsapparatuur ze op dit moment hebben. Samen komen ze op 150, waarvan 45 in het Zuyderland. Daar liggen inmiddels 25 coronapatiënten in de ziekenhuizen. „Meer dan in de rest van de Limburgse ziekenhuizen bij elkaar.”

Er beginnen spoedcursussen voor anesthesisten en operatiekamerverpleegkundigen over het bedienen van beademingsapparaten.

David Jongen in gesprek met personeel. Vrijwilligers – die normaal helpen met uitleg, patiëntenvervoer, koffie en thee – hebben zich massaal afgemeld.
Foto Chris Keulen
Ziekenhuisdirecteur David Jongen spreekt IC-medewerkers toe in het Zuyderland Medisch Centrum in Sittard. „We zullen nog een enorm beroep op jullie moeten doen.”
Foto Chris Keulen
David Jongen in een gang van het Zuyderland Medisch Centrum in Sittard-Geleen.
Foto Chris Keulen
Foto’s Chris Keulen

Nog steeds is er geen richtlijn van het RIVM over schoonmaak en hergebruik van mondkapjes. „Tjonge jonge jonge”, zegt Jongen als hij belt met zijn collega’s van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. „Die richtlijn zou me waanzinnig helpen. Ik heb gebeld met de directeuren-generaal van Volksgezondheid, maar ze nemen nog niet op. Ze zullen wel in crisisoverleg zitten.”

Nu heeft hij zelf crisisoverleg. Dagelijks komt het bestuur bij elkaar met personeel en organisatie, het facilitair bedrijf en een aantal artsen.

Eerst de stand van zaken. Er zijn extra ‘beademingsbedden’ open. En er is een vierde coronadode gevallen in de ziekenhuizen.

Een arts uit het Heerlense ziekenhuis zegt dat oncologen genoodzaakt zijn om, hoe dramatisch het ook is, beeldonderzoeken van nieuwe kankerpatiënten uit te stellen. De radiologen krijgen het al druk met de longen van coronaverdachte patiënten.

Jongen veert op: „Ik ben bereid om veel te doen, maar er moet een verdomd goede reden zijn om daarmee te stoppen.” Ook elders aan tafel klinken afkeurende geluiden. Het besluit wordt teruggedraaid.

De afdeling personeel en organisatie vertelt dat gepensioneerden worden benaderd die afgelopen twee jaar uit dienst zijn gegaan. „Er is ook personeel dat zelf belt: ik ben beschikbaar en bereid.”

Jongen wordt gevraagd zijn akkoord te geven aan het definitief stoppen van het testen van medewerkers. Te weinig testmaterialen. „Akkoord.”

Een ander agendapunt: de thuiszorg. Bestuurslid Roel Goffin: „We hebben zoveel coronapatiënten in de thuiszorg, dat gaat vastlopen als er niet meer mondkapjes komen.”

Na de vergadering leest Goffin een reactie op Facebook voor van een vrouw wier man in het Zuyderland in Heerlen ligt. Hij heeft iets aan zijn longen. Er is „geen bezoek meer” mogelijk, schrijft ze. „Heel zwaar maar begrijpelijk en een verstandige beslissing.” Goffin houdt zijn telefoon omhoog. „Dit soort reacties, daar haal ik kracht uit.”

’s Avonds laat is het uitlaten van de hond voor Jongen een vast moment van ontspanning. Vooral omdat zijn grote Zwitserse sennenhond zo oud is dat hij sjokt. Hij krijgt een telefoontje van een Brabantse ziekenhuisbestuurder. Ze praten over de toekomst. Er worden scenario’s gemaakt, want Brabant ziet aankomen dat ze na een week of drie, vier misschien niet genoeg meer hebben aan hun intensivecareafdelingen.


Dinsdag

„Samen de handen ineen voor ons 045. Succes helden.” Boven de afslag naar het Zuyderland in Heerlen (dat 045 als netnummer heeft) hangt een spandoek, Jongen rijdt er om half acht ’s ochtends onderdoor. Op de parkeerplaats hangt ook een doek, in de geel-zwarte kleuren van Roda JC: „Heel de regio is trots op haar hulpverleners!” „Kippenvel”, zegt Jongen.

Op kantoor belt hij met de ziekenhuisbestuurder van het Maastricht Universitair Medisch Centrum. Ook hun provincie moet sneller toe naar een plan voor de lange termijn, vinden ze.

Jongen speelt met zijn pen. Hij is onrustig. Wakker ligt hij niet, „dat heeft ook geen zin”, maar hij slaapt wel licht. Het is geen adrenaline of paniek. Met crises heeft hij wel ervaring. Zoals bij het UWV, waar hij jaren in het bestuur zat. Dat waren vooral politieke crises: zenuwachtige ministers, boze Tweede Kamerleden. In zijn jaren als bestuursvoorzitter van de ziekenhuizen viel een keer een groot deel van de ict uit. Toen stond het zweet op zijn rug.

Als ik de vogeltjes hoor, is het net alsof alles normaal is

Dit is anders, een ramp in slow motion. Elke dag wordt het slechter, maar ze zijn wel voorbereid. Toch is hij nog nooit zo onrustig geweest. Het is de onzekerheid. Waar gaat dit heen? „Mijn grootste angst is dat het helemaal vastloopt. Dat er daadwerkelijk mensen voor de poort staan die we niet kunnen opnemen.

Normaal probeert Jongen met humor de sfeer „licht en luchtig te houden.” Nu gaat het hem moeilijk af, en als hij een grap maakt, voelt hij soms dat het verkeerd valt. „De sfeer is er niet naar. Het is gewoon heel ernstig.”

Als er een vergadering uitvalt, gaat Jongen hardlopen. Met zijn smartphone op zak, voor de zekerheid, toch helpt het zijn gedachten te ordenen. „Als ik de vogeltjes hoor, is het net alsof alles normaal is.”

Om twee uur is de dagelijkse crisisvergadering. Inmiddels liggen er 31 coronapatiënten in de ziekenhuizen en 31 in de verpleeghuizen.

In verpleeghuis Hoogstaete is de situatie ernstig: veel zieken. Zuyderland is opgehouden bewoners te testen omdat ze toch al alle mogelijke beschermingsmaatregelen nemen. Het ziekteverzuim neemt toe, psychologen ondersteunen de medewerkers.

In de ziekenhuizen zijn sinds gisteren twee mensen op de intensive care overleden aan corona. Daar schrikken de crisismanagers van. „Grofweg de helft haalt het”, nuanceren aanwezige artsen het slechte nieuws.

Mondkapjes, volgende agendapunt. Voor hoelang is er nog? Tweeënhalve dag.

„Als er geen middelen zijn, is er geen zorg meer”, zegt Karel Hulsewé, voorzitter van het medisch-specialistisch bedrijf.

„We gaan mondkapjes regelen”, zegt Jongen. „Jullie hoeven niet na te denken over een scenario dat er niet komt.”

Na de vergadering belt Jongen de voorzitter van het landelijk samenwerkingsverband van ziekenhuizen: Ernst Kuipers, tevens directeur van het Erasmus MC. „De grootste tekorten zitten bij jullie en in Brabant en ondertussen ook bij ons”, legt Kuipers uit, „omdat we veel naar jullie hebben gestuurd. Er komt weinig los, alleen vijfhonderd mondkapjes uit Friesland. De overheidsbestellingen zijn vertraagd. We hebben dezelfde problemen, dus van mij mag je ons laatste beetje extra hebben.”

’s Middags wordt Jongen gebeld door een journalist van het tijdschrift Zorgvisie. Hij loopt leeg over de mondkapjes. „Er is nog voorraad tot en met donderdag. Zonder maskers stopt het.”


Woensdag

Om kwart voor zes gaat de wekker. Vijf over zes neemt hij de hond mee uit. Als zijn hoofd vol is, zoals in deze tijd, stopt hij bij een bankje waar hij uitkijkt over het Gulpdal. Hij doet er meditatieoefeningen voordat hij naar Sittard vertrekt.

Tussen twee bomen voor het ziekenhuis wappert een spandoek in de kleuren van voetbalclub Fortuna: „Vijfhonderd meter van onze velden werken de echte helden.”

In de loop van de ochtend blijkt het nieuws van Zorgvisie over het mondkapjestekort van alles aan het rollen te hebben gebracht. Wokrestaurantondernemer Danny Deng had al aangeboden elke dag tweehonderd warme maaltijden te bezorgen aan medewerkers, nu heeft hij ook vijftienhonderd mondkapjes geregeld via connecties in China. De ondernemer achter Bakkerij Voncken heeft foto’s gestuurd van hun mondkapjes; er wordt onderzocht of die in de zorg kunnen worden gebruikt. Het samenwerkingsverband van acute zorgverleners in Overijssel gaat mondkapjes brengen, ze kunnen alleen nog niet zeggen hoeveel.

Om half elf ’s morgens loopt de driekoppige raad van bestuur op uitnodiging naar West 54, de tweede coronacohortafdeling van Sittard. Verpleegkundigen en artsen zitten bij elkaar te pauzeren. Een verpleegkundige, ze stelt zich voor als Milly, richt zich tot het bestuur. „We wilden jullie bedanken voor de voorzorgsmaatregelen. Vanuit de media is er veel aandacht voor verpleegkundigen. Wij beseffen dat het ook zwaar voor jullie is.”

„Ik ben er helemaal stil van”, zegt Wideke Nijdam, bestuurslid.

„Ik krijg er bijna tranen in de ogen van”, zegt Jongen. „Houden jullie het een beetje vol?”

„We redden het nog goed”, zegt een verpleegkundige. „We hebben nu tien ‘verdachten’.”

„Probeer elkaar ook in de lucht te houden”, zegt bestuurslid Goffin.

Jongen legt uit dat het bestuur zich aan het voorbereiden is op de „hausse die komen gaat”. Er worden scenario’s gemaakt over het aantal mensen dat nog op de IC’s en aan de beademing terecht zal komen. Verder is het „alle hens aan dek met de beschermingsmiddelen. Sinds gistermiddag mogen we ze reinigen, maar dat gaat maar met dertienhonderd per dag. We verbruiken er ruim drieduizend. Het vervelende is: er staan er miljoenen in Egypte, Duitsland en Frankrijk, maar ze mogen de grens niet over. We gaan in ieder geval niemand onbeschermd op coronapatiënten afsturen. Dat weet de minister ook. Als we geen mondkapjes hebben, stort het in elkaar.”

„Wel heel heftig eigenlijk,” zegt een verpleegkundige, „dat het daarmee staat of valt.”

„Ga er maar van uit dat het zover niet komt”, zegt Jongen.


Donderdag

Jongen doet het nu dagelijkse overleg met de andere Limburgse ziekenhuisdirecteuren om kwart over acht in zijn pyjama. Hij was pas tegen twee uur ’s nachts terug van de talkshow Jinek. Deze dag werkt hij in Heerlen. In de lange hal van het ziekenhuis is het restaurant afgezet met rood-witte linten. Zitten is niet meer toegestaan, alleen nog afhalen. Er staan rekken in de hal waar familieleden schoon wasgoed, opladers en andere persoonlijke spullen van patiënten kunnen afleveren. Een enkele keer zit er een doos bonbons bij voor de verpleegkundigen op de afdeling.

Ping. Twee verdiepingen hoger in zijn kantoor krijgt Jongen op zijn iPad bericht van het hoofd van de spoedeisende hulp. „We zijn live in Sittard met de scheiding van de spoedstromen.” De afdeling pijnbestrijding in Sittard is omgebouwd tot aparte spoedeisende hulp voor patiënten met symptomen die duiden op corona. Urineweginfecties vallen daar ook onder: Zuyderland zag al meerdere patiënten met een urineweginfectie die het virus onder de leden bleken te hebben.

De dagelijkse crisisvergadering. „Voor wie kan ik koffie halen?”, vraagt bestuurslid Wijdam. „Ik heb m’n handen gewassen.”

Bespreking op de intensive care.Foto Chris Keulen

Jongen wil weten wat er nodig is om het aantal bedden met beademingsapparatuur te kunnen verdubbelen naar zeventig. Bedden, personeel, ruimte? Al eerder bleek dat het plannen maken om op te schalen moeizaam gaat, medisch specialisten zijn zo druk dat ze nauwelijks toekomen aan het maken van plannen.

Het team schrikt van het nieuws uit de thuiszorg. Tientallen mensen liggen met koorts in bed, vorige week nog bijna niemand. „Die komen mogelijk in het ziekenhuis terecht”, zegt Jongen.

Volgende agendapunt: de mobiele intensivecare-unit. Is één zo’n speciale intensivecareambulance straks genoeg, als veel patiënten naar andere delen van het land moeten worden gebracht?

„Vanavond overleg ik in het Van der Valk-hotel met de regionale partners”, zegt Jongen, „dus dat kan ik meenemen.”

Om zeven uur ’s avonds parkeert Jongen zijn auto bij Van der Valk in Heerlen. De parkeerplaats is nagenoeg leeg. „Heel apart.” In de vergadering blijkt dat er maar zes mobiele intensivecare-units in heel Nederland zijn. Is dat straks genoeg?

Er wordt een plan gepresenteerd voor een noodhospitaal in dit of een ander Van der Valk-hotel, om ziekenhuizen te ontlasten. Coronapatiënten die geen ziekenhuiszorg nodig hebben, kunnen daar wel worden opgevangen en extra zuurstof krijgen met een slangetje. Over een week moet het operationeel zijn.

Kwart over tien, net thuis, komen nieuwe cijfers binnen. ’s Ochtends lagen er nog 39 coronapatiënten in zijn ziekenhuizen, deze avond zijn het er 52. Jongen, geschrokken: „Wat gaat dit hard.”


Vrijdag

In Heerlen is ’s ochtends het eerste agendapunt: haast maken met het plan om meer beademingsbedden klaar te maken. „Zeg niet waarom het niet kan, maar wat ervoor nodig is”, zegt Jongen tegen de voorzitter van het crisisteam. Uiterlijk maandag moet er een plan liggen. De afdeling personeel en organisatie gaat aan de slag met het screenen van vijfhonderd gepensioneerden en andere oud-collega’s op ervaring in de intensive care. Een oogkliniek uit de regio biedt twee anesthesiemedewerkers aan.

Het nieuws van donderdagavond dat Bruno Bruins wegens oververmoeidheid vertrekt als minister voor Medische Zorg, hakt erin bij Jongen. Hij kent Bruins nog uit Den Haag, van de tijd dat Jongen daar gemeentesecretaris was en Bruins locoburgemeester. „Een hele goede vent, in mijn ogen.”

Jongen merkt aan sommige collega’s ook dat de vermoeidheid toeslaat, ook bij sommige artsen. Het is lastig om het harde werken te combineren met nadenken over een aanpak van de crisis voor de lange termijn. „We moeten echt volhouden komende tijd.” In de gang van het bestuur zeggen collega’s het steeds vaker tegen elkaar: „Joh, we moeten goed op elkaar letten.” Als het niet meer gaat, „blijf niet doorgaan.”

Zelf voelt zich hij nog goed. Zijn tas met hardloopspullen heeft hij weer bij zich, mocht hij even gemist kunnen worden. Op tafel in zijn kantoor staat een schaal met mandarijntjes. Tegelijk „dringt het steeds meer tot mij door dat dit nog heel lang kan gaan duren”. Daar probeert hij niet te lang bij stil te staan.

De voorraad mondkapjes in zijn ziekenhuizen gaat tot en met maandag. David Jongen neemt komend weekend geen dag vrij. Nog even niet.