Recensie

Recensie

Alles moet anders op de universiteiten

Werkdruk Op de universiteit draait alles alleen nog maar om rendement, studiepunten en publicaties, dus gaat hoogleraar Floris Cohen op zoek naar een oplossing. Maar is zijn ideaal ook haalbaar?

Studenten in een collegezaal van Tilburg University.
Studenten in een collegezaal van Tilburg University. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Die arme universiteit. Plek waar wetenschappers hollend van collegezaal naar werkoverleg hun overuren tellen. Waar studenten zonder studiebeurs maar mét een bindend studieadvies als zwaard van Damocles boven hun hoofd door de studie worden gejaagd. Waar alles draait om rendement, studiepunten en publicaties.

Het is een wat zwartgallig beeld, maar wie de berichtgeving rond universiteiten een beetje volgt, kan het niet ontgaan zijn: de instellingen staan onder druk. „Het stelsel loopt tegen zijn grenzen aan”, zei onderwijsminister Ingrid van Engelshoven onlangs nog in NRC.

Floris Cohen, emeritus hoogleraar in de geschiedenis van de natuurwetenschap, werkte aan de Universiteit Twente en later aan de Universiteit Utrecht en zag vanuit die plekken met eigen ogen hoe de academie veranderde. In zijn onlangs verschenen boek, De ideale universiteit. Ontwerp van een uitvoerbaar alternatief, citeert hij Ilja Leonard Pfeijffer in Brieven uit Genua: ‘In de zestien jaar dat je aan de universiteit hebt vertoefd [...] heb je haar zien veranderen van een academie, die een vrijplaats was voor onafhankelijke geesten en waar het geloof heerste in de vormende werking van interactie tussen onderzoek en onderwijs, in een met streefcijfers dichtgetimmerde leerfabriek waar in niets nog wordt geloofd dan in rendement.’

Cohen en Pfeijffer hebben een punt. Cohen, die in columns voor dagblad Trouw al eerder kritisch was over de stand van het hoger onderwijs in Nederland, schetst in dit boek haarfijn hoe het systeem is vastgedraaid door ‘perverse prikkels’ en ‘outputfinanciering’ die vooral hebben geleid tot hevige onderlinge concurrentie met overspannen werknemers als gevolg.

In De ideale universiteit gaat Cohen op zoek naar een oplossing: klaar met klagen, laten we kijken hoe het wél zou moeten. Hij gaat daarbij een flinke stap verder dan de plannen die de afgelopen maanden al werden aangedragen door onder meer de universiteiten en onderzoeksfinancier NWO om de werkdruk te verlagen.

Wat Cohen voor ogen heeft, is een compleet nieuwe universiteit. Een terugkeer naar de basis. Naar gedeelde academische waarden waarbinnen universiteiten zelf hun beleid bepalen en onderwijs centraal staat. Naar een universitaire gemeenschap in plaats van ‘een leerfabriek’.

Cohen bepleit een brede academische vorming voor elke student. Die moeten allemaal weer ‘op het niveau van een voldragen academicus leren lezen, leren kritiseren, leren redeneren’. Waarbij een grote rol is weggelegd voor de geesteswetenschappen – de afdeling die de laatste jaren juist in het verdomhoekje zat en flink moest bezuinigen.

Lees ook: Universiteiten en NWO willen af van voortdurende stress rond onderzoeksaanvragen

Daarnaast heeft Cohen een universiteit voor ogen waarbinnen HBO en WO meer en beter samenwerken. Hij schetst een fusie tot ‘het Wetenschappelijk en Hoger Beroeps Onderwijs’. Die fusie moet wel van onderop komen. Want eerdere pogingen om samen te smelten mislukten door een ‘grootschalige aanpak van bovenaf’. Deze nieuwe WHBO-instellingen zijn vervolgens, in het ideaalbeeld van Cohen, samengesteld uit drie ‘poreuze lagen’ en bieden voor elk wat wils: een HBO-laag, een universitaire laag en een academielaag.

Cohens ideale universiteit klinkt aangenaam. Het boek is aanstekelijk en inspirerend en zijn ideaal wordt helder en bevlogen uiteengezet. Soms schiet hij wat al te los uit de heup en worden drastische maatregelen te vluchtig uitgewerkt, bijvoorbeeld als hij korte metten maakt met onderzoeksfinancier NWO en het Engels als academische voertaal.

Los daarvan is het lovenswaardig dat Cohen verder kijkt dan de meeste beleidsmakers en een radicaal ander perspectief toont. De haalbaarheid van zijn ideaal is een tweede. Maar dat is dan ook niet per se de bedoeling van de auteur. Zijn boek, schrijft Cohen, ambieert ‘allerminst de status van blauwdruk’. Hij hoopt vooral dat het studenten en wetenschappers inspireert en tot nadenken stemt. Want, waarschuwt hij: ‘het ontwerpt ook geen luchtkasteel.’