Alle wiskundige credits gingen naar haar man

Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden tot nu toe in de schaduw. Deze week: wiskundige Grace Chisholm-Young.

„Ik vond het prettig om incognito te zijn voor de buitenwereld, en ik vond dat ik daartoe het volste recht had, omdat echtgenoten een eenheid vormen… Ik wil niet verward worden met de moderne, ambitieuze vrouw, ambitieus voor zichzelf en haar eigen verheerlijking.” Dat schreef de Britse Grace Chisholm-Young toen zij in een brief aan een vriendin op haar carrière terugblikte. Chisholm had meegewerkt aan ruim honderd wiskundepublicaties die onder de naam van haar man waren verschenen. Boven twaalf andere papers stonden hun beider namen, net als op een boek over de verzamelingenleer. Slechts boven vijftien papers – de origineelste, volgens kenners – had ze enkel haar eigen naam gezet.

Toch vloeiden bovenstaande woorden uit haar pen. Terwijl Chisholm aan het einde van de 19de eeuw haar geboorteland nog wel had verruild voor Duitsland, waar ze als vrouw in de wiskunde meer kon bereiken. De regering in Berlijn had haar in 1895 speciale ontheffing verleend voor de verdediging – in het Duits! – van het proefschrift dat ze in Göttingen bij de beroemde wiskundige Felix Klein had voorbereid.

In tradities blijven hangen

Strikt gezien was Chisholm daarmee niet de allereerste vrouwelijke doctor in Duitsland, want in 1874 was de Russische Sofia Kovalevskaja al in Göttingen in de wiskunde gepromoveerd. Summa cum laude zelfs. Maar Kovalevskaja had die plechtigheid niet mogen bijwonen, terwijl Chisholm voor het eerst alle rituelen had mogen doorlopen. Hoe dan ook was wéér een buitenlandse vrouw de kennelijk traditionelere Duitse vrouwen voorgegaan. Al was tegelijk Chisholm zelf dus ook aan bepaalde tradities blijven hangen.

Sowieso had ze een lange weg afgelegd. Al als zeventienjarige was ze met glans geslaagd voor het toelatingsexamen voor de Universiteit van Cambridge. Maar haar keurige ouders vonden het passender dat hun dochter zich in Londen met sociaal werk bezighield, dan dat ze medicijnen ging studeren zoals ze zelf in haar hoofd had. Pas vier jaar later vertrok Chisholm met een beurs naar Girton College, een in 1869 opgericht vrouwencollege dat aan de Universiteit van Cambridge was verbonden. Tot opluchting van haar ouders blonk ze daar uit in wiskunde, een vak waarvoor je niet vaak de deur uit hoefde.

Als beste uit de bus

Bij de beroemde ‘Tripos’-wiskundecursus hoorde Chisholm zelfs tot de besten. En ook bij het examen van de Final Honours School of Mathematics in Oxford, waaraan ze als vrouw enkel voor spek en bonen mocht meedoen, kwam ze als beste uit de bus. Geen wonder dat Klein haar in Göttingen welwillend ontving.

Maar diezelfde Chisholm vond het in haar latere carrière dus geen probleem dat haar man, William Young, enkel zijn eigen naam boven hun gezamenlijk werk zette. Hij was haar mentor geweest in Cambridge. Van hun tweeën was zij daarna als eerste gepromoveerd. Sterker, toen ze in 1896 als pasgehuwden naar Göttingen waren teruggekeerd, had zij Young ingewijd in de laatste ontwikkelingen in de wiskunde. Maar zoals Young haar een aantal jaren later in een brief uitlegde: „Feit is dat onze papers onder ons beider naam gepubliceerd zouden moeten worden, maar in dat geval zouden we daar geen van beiden van profiteren. Nee. Voor mij nu de lauweren en de kennis. Voor jou enkel de kennis. Alles nu onder mijn naam, en later wanneer dat geen materieel gewin meer oplevert, alles onder jouw naam.” Chisholm kon toch geen baan krijgen, bedoelde hij, en hij moest voor de kost zorgen.

Zes kinderen

Dat laatste was waar. ‘Amazing Grace’ had tussen 1896 en 1905 zes kinderen gebaard. En terwijl Young van baan naar baan hopte, van Engeland tot in India, bleef Chisholm in Genève bij die kinderen thuis. Ze leerde elk van hen een instrument bespelen. Ze voltooide op een haar na alsnog die medicijnenstudie en publiceerde naast alle papers een stel kinderboeken, zoals over meetkunde en over waar kinderen vandaan komen.

Hoe ver zou Chisholm zijn gekomen als ze haar aandacht uitsluitend op de wiskunde of op haar geliefde medicijnen had kunnen richten? Zijzelf zou dat misschien een onzinnige vraag hebben genoemd. Maar ze zou het vast prachtig gevonden hebben dat later haar kleindochter Sylvia Wiegand lange tijd voorzitter was van de Amerikaanse vereniging voor vrouwen in de wiskunde.