Recensie

Recensie Boeken

Wat te doen als typische puber: je rijdt ver weg van hier en verzint je eigen leven

Gerwin van der Werf In een heel grappige en speelse road novel probeert een meisje de schepper van haar eigen leven te zijn. Een typische puber, in een voorbeeldige roman.

Illustratie Paul van der Steen

Fay, zeventien jaar oud, ervaart het leven als ‘een soort aanwezigheidsplicht’: ‘[I]k voel het als ik ’s ochtends wakker word: hopla daar ben je weer, geen ontkomen aan, je eigen aanwezigheid.’ In een poging om te ontsnappen aan haar omgeving en aan zichzelf, haar moeder, haar voorgeschiedenis, stapt ze met haar drie jaar oudere, onbezonnen neef Elvin, volgens Fay eerder ‘een natuurverschijnsel’ dan een weldenkend mens, in een auto, weg van hier. Naar Parijs! Of ergens anders heen, ook goed, mits het maar weg is.

Met Strovuur schreef Gerwin van der Werf (1969) een echte road novel. Al eerder hunkerden de personages in zijn romans naar afzondering, naar opnieuw beginnen, zichzelf herdefiniëren door (onder)weg te zijn – in plaats van stil te blijven staan waar ze officieel thuishoorden. De een trok met vrouw en kind, maar eigenlijk alleen, door IJsland (Een onbarmhartig pad, 2018), de ander ging naar een eilandje ver weg in de Atlantische Oceaan (Luchtvissers, 2013) of liep het bos in, met de bedoeling er te blijven (Wild, 2011).

En nu is er Fay, Van der Werfs eerste vrouwelijke hoofdpersoon, die verdwaald raakt in de stille binnenlanden van Vlaanderen. Op het omslag van Strovuur, een ontwerp van Nanja Toebak, prijkt de gele Mitsubishi Sapporo – ‘Sapporno’, zegt Elvin – uit 1980 waarmee de personages reizen. De uitlaat braakt rook. Alles wat achter ze ligt, wordt aan het zicht onttrokken, althans, dat hopen Fay en Elvin. De auto heeft iets weg van een teletijdmachine, want ze spraken af hun telefoons thuis te laten. Bovendien komen er uit de radio aldoor hits uit de jaren tachtig van de vorige eeuw: ‘Wild Boys’ bijvoorbeeld, ‘Karma Chameleon’ en ‘When Doves Cry’.

Filosofische koekenbakker

Op de ietwat gewilde titel na, is niets aan deze roman geforceerd. Dat is opvallend, want er gebeuren wel erg vreemde en op het eerste gezicht ongeloofwaardige dingen in. Zo wordt het verhaal onderbroken door het relaas van een aan Fay verschijnende filosofische koekenbakker met een bolhoed en door een vijftiende-eeuwse kopiist, bijgenaamd ‘Rogier de Sodomiet’. Dat dergelijke surreële onderbrekingen niet hinderen, is te danken aan de voorbeeldige, soepele constructie van het boek, en aan de krachtige vertelstem. Stukje bij beetje wordt duidelijk dat Fay tegen wil en dank gevormd is door wat was, en niet meer is. Haar vader is drie jaar geleden gestorven. Slim doseert Van der Werf de informatie over hoe en waar, en onder welke omstandigheden precies. Fays worsteling wordt steeds helderder, terwijl de vertelling tegelijkertijd vertraagt. De auto, die intussen al zijn benzinedop en een ruit is kwijtgeraakt, komt onderweg letterlijk tot stilstand, in een verregend bos.

Lees ook: ‘Meer praten mét jongeren voordat je over hen praat’

Fays relaas is afwisselend spitsvondig en ontroerend. Slim roept Van der Werf steeds vragen op en zet zijn lezers op het verkeerde been. Het boek moet uit, en snel een beetje. Waar voert Fays merkwaardige reis nu eigenlijk heen? Kan het nog goed komen?

Fay lijkt rechttoe-rechtaan te vertellen, maar merkt ook herhaaldelijk op dat ze op haar vader lijkt, die graag en vaak fabuleerde. De tekst staat vanaf het begin vol secuur geplaatste aanwijzingen die zouden kunnen betekenen dat ze de hele reis, of op zijn minst delen ervan, verzint.

Fay tracht de schepper van haar eigen leven te zijn. Als dat niet haalbaar is, gaat ze akkoord met totale destructie, beweert ze. Of kan ze uiteindelijk troost vinden, in de schoonheid van kunst en muziek?

De spanning binnenin Fay, dit zoeken naar hoe te leven, speelt door het hele boek heen een rol. Haar verwarring is door Van der Werf strak geregisseerd. Zelfs op de valreep, aan het eind van de roman, wordt alles nog eens vernuftig op losse schroeven gezet.

Bij de serieuze ondertoon – hier staat alles op het spel – bevat de roman ook veel onvervalste slapstick. Mooi uitgewerkt is Fays relatie met haar neef. Elvin, een mislukkeling die onlangs voor de zoveelste keer zijn werk kwijtraakte, doet meer dan dat hij denkt. Fay denkt juist meer dan dat ze doet. Ze vullen elkaar aan, maar hebben ook voortdurend conflicten, gaan op de vuist, vergrijpen zich aan elkaar. Elvin blundert veel. Meermalen moeten ze halsoverkop maken dat ze wegkomen. Strovuur is daarmee ook een heel grappige en speelse roman.

Young adult-kast

Al met al valt Strovuur te categoriseren als een ‘tussenboek’: het zou behalve tussen de romans in de boekhandel zeker niet misstaan in de young adult-kast. Van der Werf, die naast schrijver ook leraar is, weet hoe een zeventienjarige in elkaar kan zitten. Daarbij is Fay naast een vermoeiende typische puber ook echt een karakter. Haar tirades richten zich uiteraard tegen volwassenen, haar ouders of leraren, maar ze baalt net zo goed van haar leeftijdsgenoten: ‘Ja, ik zit op viool. Andere meiden zitten op hockey of op Netflix. Gossip Girl, Suits en Friends, beautyvlogje op YouTube, lekker de stad in, lekker mdm en alles voor The Gram, nofilter, like like, hartje hartje, caramel frappucino bij Starbucks, tasje kopen, lekker crazy, de Lush, zooo chill, wel goed leren, braafzijn en liefzijn, ironisch braaf en lief natuurlijk, uitgaan, hard gaan, slecht gaan, ooooh weet je wie er gebarft heeft?’ – na zo’n staccato uitbarsting volgen dan weer goed lopende volzinnen.