Vrij zijn is…je eigen ‘hanging basket’ vullen

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Foto Folkert Koelewijn

Vrijdag de dertiende, nieuws over het coronavirus flitst binnen. Toch voelt deze vrijdag in maart in het Zuid-Hollandse Kudelstaart niet als een onheilsdag. De lente komt. De zon schijnt, langs de vaart staan narcissen en in alle voortuinen bloeit wel iets.

Bij bloembollenkwekerij Kees Koster v.o.f. zitten twaalf dames aan de koffie. Ze laten foto’s zien op hun telefoons. Manden met tulpen en narcissen, ‘bollenmanden’. Ze maakten ze in de herfst door bollen in lagen te planten. Trots toont Fenna Bom (65) haar mand: „Van alles wat, met winterharde viooltjes bovenop.”

Kees Koster (73) is een markante man met een gegroefde kop en kolenschoppen van handen, zwart van de aarde. Vijftien jaar geleden vroeg het bestuur van de plaatselijke tuinvereniging Groei & Bloei of hij en zijn vrouw Trix een workshop ‘bollenmand’ wilden verzorgen. Al zestig jaar kweekt hij bloembollen. „Vanwege mijn leeftijd werd het werk steeds zwaarder. En alles ging meer machinaal. Robots, daar kon ik niet tegenop.”

De workshop werd een hit. In de lente voegden ze de ‘hanging basket’ toe: een hangmand vol planten die lang bloeien. Hun workshops zijn damesuitjes: zusjesdag, de vrouwen van de brandweer. Maar ook komen er ouderen als dagbesteding en zijn er middagen voor geestelijk gehandicapten. Koster: „Je moet soms half pastoraal werker zijn.”

In de kas staan kratten vol plantjes klaar: van Dichondra Riverfalls tot Petunia Amore Queen of Heart. Aan het hoofd van de tafel doet Koster de stappen voor. In een draadstalen mand legt hij een kokosmat, waarin gaatjes worden geprikt. Voorzichtig trekken de dames plantjes door de mat. Koster: „Niet te veel aarde, we bouwen het op.” „Ja, baas.” Christien Kalteren (61) geniet. Ze is hier met drie buurvrouwen uit Krommenie.

Onder de plantjes heb je hangers en rechtopgaande. Koster: „Uiteindelijk gaat alles hangen.” De dames beamen dit lachend.

Kleuren en vormen veroorzaken onrust. Wat te kiezen? De buurvrouwen uit Krommenie zouden het liefst alles door elkaar gooien. Koster adviseert van elke soort twee. „Kijk naar je shawl, je houdt van mooie kleuren. Niet te veel doen, anders wordt het een zooitje.”

Achthonderd baskets staan klaar om de komende maand gevuld te worden, maar, zegt Trix Koster: „We moeten het nog zien, met die ziekte.” Anderzijds: „De mensen moeten toch iets doen hebben en je staat hier ver uit elkaar.”

Zorgvuldig plaatsen de dames hun ‘hanging baskets’ op kratjes. Tot mei worden ze door Kees en Trix verzorgd. In het weekend van Moederdag heeft iedere deelnemer zijn eigen afhaalmoment. „Ga je er goed voor zorgen, Kees?”, klinkt het.

Correctie 20 maart: in een eerdere versie van dit artikel stond als fotograaf Lars van den Brink vermeld, dit had Folkert Koelewijn moeten zijn.