‘Voor de klanten, niet voor de kranten’

Haven De tumultueuze sluiting deze maand van containerbedrijf Uniport in de Rotterdamse Waalhaven (de werknemers werden „gegijzeld” in 24-uursdiensten) volgt op een besluit van moederbedrijf Steinweg Handelsveem. Weinigen kennen deze Rotterdamse multinational, en het bedrijf wil dat vooral zo houden.
De Fenix loods, vroeger gebruikt door Steinweg.
De Fenix loods, vroeger gebruikt door Steinweg.

De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam liet niets aan duidelijkheid te wensen over. Voor de Ondernemingsraad (OR) van Uniport, die het kort geding eind vorige maand namens de werknemers tegen de directie van de containerterminal had aangespannen, was het een overwinning. De directie had, in de woorden van de rechter, gehandeld ‘in strijd met het beginsel van goed werkgeverschap’.

De aankondiging om Uniport dicht te gooien kwam in oktober. De terminal zou tot 31 maart in bedrijf blijven, daarna zou het over en sluiten zijn. Maar de rederijen haakten al eerder af, al dan niet als gevolg van acties van het personeel. Het laatste schip lag in december voor de kant, de laatste containers werden begin februari van het terrein gehaald. Terwijl er moeizaam werd onderhandeld over een sociaal plan, verplichtte de directie de werknemers om te blijven komen opdraven, 24 uur per dag in ploegendiensten. De havenwerkers doodden hun tijd in de kantine met biljarten, tafeltennissen en elkaar vervelen.

Die ‘gijzeling’ is dankzij de uitspraak van de rechter ten einde. De werknemers mogen de sluiting thuis afwachten. Dat geeft een dubbel gevoel, zegt OR-voorzitter Wim van Gijlswijk. „Enerzijds is het aangenaam dat de rechter ons over de hele linie in het gelijk heeft gesteld en Uniport als een slecht werkgever heeft bestempeld, anderzijds blijft het frustrerend dat de directie en de eigenaar niets heeft ondernomen om de terminal toekomstbestendig te maken.”

Het beeld De Lastdrager sierde ooit de gevel van een van de pakhuizen van Steinweg Handelsveem. Op de Wilhelminapier staat deze replica. Foto Walter Herfst

Die eigenaar is Steinweg Handelsveem, dat de verliezen van dochter Uniport niet langer wil bijpassen. Het is een onderneming met een lange historie in Rotterdam. Met twaalf terminals verspreid over de haven is het een van de grotere bedrijven, maar tegelijkertijd voor de buitenwacht vrij onbekend. Veel Rotterdammers zullen de naam alleen kennen van de Fenixloods op Katendrecht, die in een ver verleden bij het bedrijf in gebruik was. Steinweg is wars van publiciteit en houdt dat al tientallen jaren vol. Ook op verzoeken tot medewerking aan dit artikel werd door de directies van Steinweg en Uniport geen gehoor gegeven. Benaderde ex-werknemers en ex-commissarissen hielden eveneens hun mond stijf gesloten.

Hoewel Uniport onderdeel is van Steinweg, kent OR-voorzitter en FNV’er Van Gijlswijk daar geen collega’s. „Elk bedrijf is wettelijk verplicht een OR in te stellen, dus er zal er wel een zijn. Maar daar hebben wij nooit contact mee gehad. Steinweg heeft absoluut geen affiniteit met medezeggenschap. Er zijn ook geen vakbondsleden, althans geen leden die actief zijn in de bond. Dat wordt daar niet op prijs gesteld.”

Saillant genoeg toont het bedrijfslogo een noeste havenwerker met een zak op zijn rug, getekend naar het beeld De Lastdrager dat ooit de gevel van een van de pakhuizen tooide. Een replica ervan staat op de Wilhelminapier, achter het Nieuwe Luxor. Een eerbetoon aan de havenarbeiders, maar eerder aan de eigen mensen dan aan degenen die collectief voor hun belangen opkomen.

Fenix Food Factory sluit – en komt terug

Blauw oog

Ooit ging bij een grote havenstaking de directeur van Steinweg vóór de poort staan om zijn werkwillige medewerkers door te laten. Tot ongenoegen van de stakers die hem te lijf gingen en hem een blauw oog sloegen. Het voorval staat beschreven in een jubileumboek ter gelegenheid van het 165-jarig bestaan van het bedrijf in 2012. „De dag erna kwam hij op kantoor met dat oog en dat werd zijn handelsmerk, symbolisch voor de baas die de klap voor zijn mensen opving.”

Die directeur was Eddy de Werk, de man die vanaf zijn binnenkomst in 1950 tot aan zijn pensionering in 2003 zijn stempel op de onderneming zou drukken, als directeur en mede-eigenaar. Een man met argwaan voor de buitenwereld, die, zoals beschreven in het boek, zijn mensen voorhoudt: ‘Vertrouw niemand, ook jezelf niet’. Van hem is de gevleugelde uitdrukking: ‘We zijn er voor de klanten, niet voor de kranten’ – een uitspraak die Steinweg kennelijk zo typeert dat het als titel op het omslag van het jubileumboek prijkt.

Zelfs dat boek is een beetje geheim, niet bedoeld voor pottenkijkers. Het is in beperkte en genummerde oplage uitgegeven voor een select gezelschap, zo staat er achter in het colofon. De ontvanger wordt verzocht „uitermate discreet met de informatie in dit boek om te gaan” en het terug te sturen naar Steinweg als hij geen prijs meer stelt op zijn „persoonlijk exemplaar”. Eén exemplaar, nummer 2479, bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek. Het is niet uitleenbaar, maar wel in te zien.

Typisch Steinweg, zegt Hugo van Driel, die als historicus aan de Erasmus Universiteit onderzoek heeft gedaan naar de veembedrijven in de haven. Van Driel herinnert zich hoe hij tijdens zijn promotieplechtigheid Steinweg en De Werk en passant noemde en hoe dat door aanwezige bestuursleden van de Vereniging van Rotterdamse Stuwadoorsbedrijven werd overgebriefd. „Toen heeft De Werk iemand op een brommertje naar de universiteit gestuurd om een exemplaar van het proefschrift te kopen, en later nog eens om een kopie van de bandopname van de plechtigheid op te halen. Zo gesloten als hij zelf was, wilde hij alles weten wat er in de buitenwereld over het bedrijf werd gezegd.”

Later heeft Van Driel De Werk nog een paar keer gesproken. „Daarin was hij wel coöperatief, al ging het altijd over de opslagsector in het algemeen, nooit over Steinweg in het bijzonder.”

Zo staat er in het jubileumboek niets dat onthult wat Steinweg graag verborgen houdt. Het illustreert wel mooi hoe de onderneming door de jaren heen het gesloten karakter van een familiebedrijf behouden heeft. Opgericht in 1847 door de Duitse broers Constantin en Desiderius Steinweg, komt het expeditiebedrijf een halve eeuw later in handen van de eveneens Duitse werknemers Richard Wentges en Carl Staib. Die stichten nog voor het einde van de eeuw een zusterfirma, Handelsveem, dat voor de op- en overslag van goederen een aantal pakhuizen laat bouwen aan de dan net aangelegde Rijnhaven. De familie Wentges zou C. Steinweg-Handelsveem ongeveer een eeuw bestieren, tot in 1994 de laatste telg terugtreedt als aandeelhouder.

Wie sindsdien eigenaar is, is voor de buitenwereld niet geheel duidelijk. Zeker is dat de werknemers dat voor een deel zijn, via de Personeelsstichting, nog opgericht onder Wentges. Volgens de laatste jaarrekening van 2018 heeft die een belang van 39,4 procent in Handelsveem Beheer, de hoogste concernrelatie. In hetzelfde verslag staat ook de directie vermeld als aandeelhouder („Executive Board of the Company holds 5,4% of the voting shares of the Company.”)

Foto Walter Herfst

Gesloten bolwerk

De jaarrekening geeft geen uitsluitsel wie de overige aandeelhouders zijn van Handelsveem, en ook het jubileumboek van de firma zwijgt daarover. Insiders in de haven weten dat Eddy (officiële naam: Etiënne) de Werk zelf een belang had, naar verluidt van 40 procent. Aannemelijk is dat dit na zijn overlijden in 2010 is overgegaan op zijn erfgenamen. Een dochter van hem is actief in het bedrijf en een zoon was tot voor kort lid van de Raad van Commissarissen.

Dat onder De Werks opvolgers Piet Govers (1993-2011) en Ulf Boll (2011-heden) Steinweg Handelsveem een gesloten bolwerk is gebleven, duidt erop dat die geslotenheid niet alleen is toe te schrijven aan het karakter van de voormalige directeur. Het hangt ook samen met de aard van de goederen waarin de onderneming zich heeft gespecialiseerd: goederen die op termijnmarkten worden verhandeld. Van oudsher producten als koffie, cacao, thee en tabak, en de laatste decennia vooral metaal. Dit soort goederen gaan op beurzen over van eigenaar op eigenaar terwijl ze fysiek ergens liggen opgeslagen, vaak in havens. Informatie daarover kan gevoelig zijn, zegt Van Driel van de Erasmus Universiteit. „Gegevens over welke goederen in welke hoeveelheden liggen opgeslagen, kunnen aanleiding zijn voor speculaties op grondstoffenmarkten. Toch zijn daar ook andere bedrijven in actief die minder gesloten zijn. Ik denk dat het toch een rol speelt dat het van origine een familiebedrijf is.”

Van een Rotterdams familiebedrijf – het hoofdkantoor staat aan het Parmentierplein in de Waalhaven – is Steinweg uitgegroeid tot een multinational van aanzienlijke omvang. Volgens de eigen website heeft het bedrijf activiteiten in 99 landen. In de belangrijkste markt, die van metalen, is het de grootste aanbieder van opslagruimte ter wereld, met 164 door de London Metal Exchange goedgekeurde depots. De jaarrekening over 2018 vermeldt een omzet van 1,1 miljard euro, waarvan 426 miljoen in Nederland, behaald met vijfduizend medewerkers, waarvan ruim vijftienhonderd in Nederland.

Werden voorheen de goederen die Steinweg op- en overslaat voornamelijk in conventionele schepen vervoerd, steeds vaker zitten ze in containers. Dat was de reden dat het bedrijf begin deze eeuw de al bestaande containerterminals Uniport, Hanno en Rotterdam Shortsea Terminals overnam. Daardoor kreeg het te maken met de vakbonden die het altijd buiten de deur had kunnen houden.

Inmiddels heeft de directie van Uniport zich bij de uitspraak van de rechter neergelegd en is er een akkoord over een sociaal plan gesloten. Ongeveer vijftig van de bijna tweehonderd werknemers kunnen terecht bij andere Steinweg-bedrijven en nog eens 35 elders in de haven. Er is nog geen duidelijkheid over de bestemming van het terrein aan de Waalhaven. Volgens OR-voorzitter Van Gijlswijk is de huur nog niet opgezegd, dus mogelijk wil Steinweg daar andere activiteiten dan containeroverslag onderbrengen. Navraag bij het Havenbedrijf Rotterdam leert dat het geen uitspraken doet tijdens onderhandelingen met bedrijven over grondgebruik.