Monumentale reliëfs Hildo Krop in Amrâth

Beeldhouwkunst Iedereen kent stadsbeeldhouwer Hildo Krop van zijn stenen beelden op bruggen. Nu toont Hotel Amrâth enkele van zijn reliëfs.

Cartograaf Gerard Mercator (1512-1594).
Cartograaf Gerard Mercator (1512-1594).

Daar lagen ze wat verweesd in een depot in Apeldoorn, vijf kalkstenen reliëfs van de Amsterdamse stadsbeeldhouwer Hildo Krop. Hier en daar licht beschadigd, verweerd door de tijd.

Krop (1884-1970) hakte de monumentale reliëfs tussen 1940 en 1942 voor de Amsterdamse telefoondienst aan de Pieter de Hoochstraat. Maar pas in 1951, toen het gebouw daadwerkelijk gereed was, kregen ze een prominente plek boven de hoofdingang. Na de verhuizing begin jaren negentig van toen KPN reisden de reliëfs van depot naar depot, totdat kunsthistorica Louise de Blécourt, werkzaam voor Grand Hotel Amrâth aan de Prins Hendrikkade, de beeldengroep ontdekte.

Cartograaf Gerard Mercator (1512-1594). Foto Jakob van Vliet

Met medewerking van Monumenten & Archeologie van de gemeente en Erfgoedvereniging Heemschut prijken de reliëfs, die elk zo’n driehonderd kilo wegen, vanaf deze week in de hal op de tweede verdieping van het hotel. De loketten waar eens pakketten werden afgegeven voor bestemmingen over de hele wereld zijn intact. Glas-in-loodramen, glanzende mahoniehouten deuren, meubilair uit de jaren twintig en dertig: alles in Hotel Amrâth ademt de grandeur van destijds. Dit is de ideale locatie voor de werken van Krop.

Het huidige hotel werd tussen 1913-1916 en 1926-1928 in opdracht van zes grote Amsterdamse reders gebouwd als het Scheepvaarthuis. Tijdens een rondleiding opent De Blécourt de fameuze ‘Beraadzaal’, waar de directeuren van onder meer Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’, Koninklijke Paketvaart Maatschappij en Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij vergaderden.

Amsterdamse School

Het Scheepvaarthuis werd de eerste architectonische schepping van de Amsterdamse School. Het rijk gedecoreerde bouwwerk is opgetrokken uit baksteen en heeft nadrukkelijk de vorm van een schip. „Het is precies op deze plek vanwaar kapitein Cornelis de Houtman in 1595 vertrok op de Eerste Schipvaart naar Oost-Indië”, zegt De Blécourt. „Daarom wilden de reders het Scheepvaarthuis hier bouwen. De Prins Hendrikkade was toen veel meer dan nu een komen en gaan van boten, passagiersschepen en er lagen werven.”

De esthetische vormgeving van het Scheepvaarthuis werd verzorgd door architect Joan van der Meij, die Krop als een van de beeldhouwers uitnodigde. Op de hoektoren troont bijvoorbeeld Krops loden beeld van zeegod Neptunus. De Blécourt vond documentatie van de baksteenfabriek in Opijnen aan de Waal, gericht aan Van der Meij. Hierdoor kon zij achterhalen dat enkele beelden met zekerheid konden worden toegeschreven aan Krop.

Ook trof ze foto’s aan waarop Krop aan het werk is, vermoedelijk in een atelier in Oppijnen. Hij boetseerde eerst in klei de sculpturen, vervolgens werden die uitgehakt in steen en, in delen, naar Amsterdam vervoerd waar ze aan de gevel werden gemetseld. Sculpturen als Schipper en Bootsman zijn hiervan sprekende voorbeelden.

Reliëf De Vrije Gedachte. Hoofdsteen. Foto Jakob van Vliet

Zoals al het beeldhouwwerk van Krop getuigen de reliëfs van forse symboliek, gepaard met een sierlijke Jugendstil. De hoofdsteen heet De Vrije Gedachte en symboliseert de verbondenheid van volkeren dankzij de telefonie. De andere stenen verbeelden de vier windrichtingen en verwijzen naar Afrika, Azië, Amerika en Noord-Europa.

De voormalige kantoorruimtes van de rederijen, die vertrokken in 1981, zijn sinds 2007 omgetoverd tot hotelkamers van Amrâth. Tussendoor, 1983-2004, was er het GVB gevestigd. Zowel de gemeente als KPN hechten er belang aan dat deze werken van Krop niet alleen behouden, maar ook openbaar toegankelijk blijven. Het Amrâth is beslist een schitterend bouwwerk, met zijn gouden glas-in-loodramen en fantastische details die het Nederlandse maritieme leven uitbeelden.