Reportage

Met een thermometer op een hoestende dakloze af

Zorg Dak- en thuislozen lopen een groot risico door corona. Ze zijn mobiel, hebben een lage weerstand en komen vaak in groepen samen. „Ik ben bang dat we het zicht op de mensen kwijtraken.”

De avondopvang van Open Hof in Groningen is sinds woensdag dicht. Eenentwintig van de honderd wekelijkse vrijwilligers zijn verkouden of behoren tot de risicogroep en blijven thuis.
De avondopvang van Open Hof in Groningen is sinds woensdag dicht. Eenentwintig van de honderd wekelijkse vrijwilligers zijn verkouden of behoren tot de risicogroep en blijven thuis. Foto Kees van de Veen

Aan het eind van de middag springt Michiel Vermaak op zijn fiets. Thermometer mee voor de temperatuur, saturatiemeter voor de zuurstof. De arts, die normaal met verstandelijk gehandicapten werkt, zoekt een dakloze meneer van middelbare leeftijd. Eerder op de dag belde de dakloze een hulpinstantie, omdat hij zich niet lekker voelde. Bij de kubuswoningen in Rotterdam vindt Vermaak hem: „Daar lag hij, op een bankje in het zonnetje.”

De man hoest. Vermaak gaat naast hem zitten. Of hij even een thermometer in zijn oor mag stoppen?

Dak- en thuislozen zijn mobiel, hebben vaak een lage weerstand en velen van hen komen dagelijks in groepen samen bij de vele dag- en nachtopvangen, koffiekamers en voedselbusjes. Nu het coronavirus, dat covid-19 veroorzaakt, zich over de Nederlandse bevolking verspreidt, lopen de dak- en thuislozen een groot risico. En ze zijn met veel: volgens schattingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er bijna 40.000 daklozen in 2018.

Lees ook Winteropvang: een lekker matras, een warme douche en een bord zuurkool

Uit een inventarisatie van NRC blijkt dat gemeenten en opvangen met twee problemen kampen: plek voor kleinschalige opvang van zo veel mogelijk dak- en thuislozen én vrijwilligers en personeel om die plekken te blijven runnen – ook als straks mensen uitvallen door ziekte of voorzorgsmaatregelen. „Het ministerie, de organisaties voor maatschappelijke opvang en gemeenten zetten alles op alles, linksom of rechtsom om maatregelen te treffen”, zegt Esmé Wiegman, directeur van branchevereniging voor maatschappelijke opvang Valente, telefonisch.

De avondopvang is al dicht

Desondanks zijn de gevolgen van het coronavirus al te merken. In Groningen is de avondopvang van het Open Hof sinds woensdag dicht. Eenentwintig van de honderd wekelijkse vrijwilligers zijn verkouden of behoren tot de risicogroep en blijven thuis. Tussen zeven en negen uur ’s avonds staan de dagelijks tachtig vaste gasten voor een dichte deur, zegt directeur Gerhard ter Beek telefonisch. Alleen ’s ochtends kunnen de mensen nog langskomen voor een kop koffie, boterham en sjekkie, maar dan met maximaal twintig mensen tegelijk.

„Ik heb de afgelopen dagen wel wat tranen weg moeten pinken”, zegt Ter Beek. „Ik ben bang dat we het zicht op de mensen kwijtraken. Wat als we twee maanden geen contact met hen hebben? Ik weet niet wat daar uit gaat komen.”

Open Hof in Groningen. Foto Kees van de Veen

Dat is precies wat gemeenten willen voorkomen, zegt Wiegman. „We kunnen de deuren niet sluiten voor deze groep en ze kunnen niet thuis verblijven, want ze hebben geen thuis.” Daarom zoeken gemeenten nu naar quarantaineplekken, waar eventuele zieke dak- en thuislozen kunnen verblijven en nieuwe opvanglocaties, voor als mensen straks echt van de straat af moeten. Hoe de opvang er precies uit gaat zien blijkt nog onduidelijk of is nog niet openbaar, blijkt uit een rondvraag van NRC langs gemeenten.

Met een thermometer op straat

’s Ochtends om vijf uur maken Jaco Hakkenberg en zijn team van veldwerkers voor Stichting Ontmoeting dagelijks een rondje door Rotterdam. Langs stations, parkeergarages en pleintjes, op zoek naar buitenslapers: daklozen die op straat overnachten. „We proberen iedereen binnen te krijgen, op een menswaardigere plek dan de straat”, zegt Hakkenberg.

Lees ook Deze zes maatregelen helpen om dakloosheid tegen te gaan

Vanaf nu gewapend met een thermometer. „We vragen de mensen naar hun gezondheid, bij klachten van keelpijn of kortademigheid meten we hun temperatuur en zoeken we als nodig hulp.” Alleen hebben ze te weinig thermometers: drie voor een team van vier. „We hebben slechts twee extra oorthermometers nodig, maar ze zijn ontzettend moeilijk te krijgen. Vooral die hoesjes die eroverheen moeten.”

Voor straatdokter Marlieke Ridder, die zich ontfermt over de dak- en thuislozen in Rotterdam, zijn het drukke tijden. Ze overlegt over de opvang van „de duizenden” dak- en thuislozen in Rotterdam, probeert mondkapjes, spatbrillen én thermometers te regelen. En stuurt ook een straatteam aan, om alle mensen op straat en zonder thuis in kaart te brengen. Toch valt er ook wat te lachen, vertelt Ridder: „Ik sprak een persoon die ervan overtuigd was dat corona te genezen was door cocaïne.”

En de dakloze met een hoestje op het bankje onder kubuswoningen? „Die bleek geen koorts te hebben”, zegt dokter Vermaak. „Een bed wees hij helaas af.”