‘In deze gekke tijd drink je elke dag maar een biertje’

Studentenhuizen Veel studenten passen zich netjes aan aan de coronamaatregelen. Scharrels komen er niet meer in, naar je ouders gaan is verboden.

Het gemengde Unitas-huis waar door corona even zestien in plaats van veertien mensen wonen.
Het gemengde Unitas-huis waar door corona even zestien in plaats van veertien mensen wonen. Foto Dieuwertje Bravenboer

Geen scharrels in huis, vvv’tjes (vriendinnetjes van vroeger) zijn niet welkom. Niet naar je ouders (want die zijn ouder dan vijftig) en wie toch gaat die komt er niet meer in. Opa’s en oma’s geregeld bellen. De fusie/geru/GK (woonkamer) elke avond opruimen. Na de boodschappen je handen wassen.

Hoe gaan studentenhuizen om met coronamaatregelen? De afspraken zijn in veel gevallen behoorlijk strak, blijkt uit een rondgang van NRC. Tijd wordt gedood met bordspellen – ze zijn zelfs „gehamsterd” –, puzzels, bier en bootcamps in het park, op het balkon of online. En natuurlijk een beetje met studeren. Al blijkt dat niet makkelijk als iedereen gezellig thuis is en de universiteitsbibliotheek op slot. „In deze gekke tijd ga je elke dag maar een biertje drinken.”

Weinig scharrels

„We zijn net naar de Decathlon geweest om sportspullen te halen voor thuis”, zegt Iris Vlastuin (21). Ze woont in een gemengd huis van studentenvereniging Unitas in Utrecht. Zeven jongens, zeven meisjes, maar nu zijn ze door het coronavirus even met zestien: haar vriend moest zijn stage in het buitenland afbreken en kan niet in zijn eigen kamer vanwege een onderhuurder. En er is een vriendinnetje van een mannelijke huisgenoot, die haar eigen huis niet in kan omdat haar huisgenoot er in quarantaine zit.

Over het beleid waren ze het snel eens: club- en commissie-eten op dinsdag gaat niet door en één-op-één afspreken kan, als je gek wordt van het thuisblijven, maar denk wel na met wie je dat doet. „We hebben de regels afgestemd met de huizen van vriendjes en vriendinnetjes. Want als iemand hier over de vloer komt en in zijn of haar huis doen ze er niks aan, dan loop je alsnog een groot risico.” En scharrels? „Er valt weinig te scharrelen, want de stad is dicht. En Unitas ook.”

Lees ook: Eindtoets gaat niet door, examens uitgesteld

Bij een huis van het Delftsch Studenten Corps (dertien mannen) komen de vriendinnen er voorlopig even niet meer in. „Wie eruit ging, mocht er niet meer in”, zegt Walter (liever geen achternaam). „Het is de vraag hoe we daar volgende week over denken hoor.” In sommige huizen, weet hij, geldt de geen-vriendinnenregel zelfs de volle drie weken. „Als deze situatie maanden gaat duren, zullen ze daar wel op terugkomen.”

Verplicht in quarantaine

Niet alle studentenhuizen gaan vrijwillig in isolatie. Het gemengde huis van Daphne Roorda (23) in het centrum van Groningen is sinds zondag verplicht in quarantaine: een van de huisgenoten, met astma, heeft coronaverschijnselen. „Hij is niet getest, omdat die testen er te weinig zijn. Maar van de huisarts moeten we allemaal thuisblijven.”

En dat is best wel gezellig. Samen ontbijten, „vandaag rond half elf”. Daarna komen de handdoeken op de grond en gaat het zevenkoppige huis gezamenlijk sporten. Dan gamen of werken, samen eten, een bordspelletje. „En we praten heel veel met elkaar. Eigenlijk zijn we nooit uitgepraat – gisteren bijvoorbeeld over onzekerheden.”

En de zieke huisgenoot dan? „Dat gaat met vlagen, die ligt vooral in zijn kamer.” Bij elke maaltijd maken ze een extra bordje. „Die zetten we bij de deur.” Toch is er contact. „We hebben een groot dakterras, dan zit hij aan de ene kant en wij meters verderop. En we Facetimen in huis!”

Eigenlijk is het nu elke dag huisavond, in plaats van één keer per week. „Of een soort kamp”, zegt Roorda. „Een goed voorproefje voor onze vakantie, die we deze zomer met het hele huis gaan vieren.”

Sommige studentenhuizen zijn zo groot dat het lastig is om afstand te houden. Noa Manú Snoeren (25) woont met 31 studenten in een huis op Zeeburgereiland in Amsterdam. Vier douches, vijf wc’s, een gezamenlijke kamer én keuken. Maandag besloot het huis in lockdown te gaan. „Zondagavond gaven we nog een etentje met z’n allen in de keuken. Iemands ouders, die in de gezondheidszorg werken, vertelden ons dat we niet sporen.” Na een vergadering werd besloten dat niemand het huis meer inkomt. „De risico’s zijn groot”, zegt Snoeren. „Social distancing lukt hier niet. Ik zou niet graag willen dat dit huis een brandhaard wordt.”

Lees ook: Alleen een livestream van colleges is niet genoeg

Niemand hoeft te werken

En ook hier is het nu nog drukker dan normaal gesproken. „Twee mensen, die een relatie hebben, zijn bij ons in komen wonen. De rest blijft buiten.” Voor werk hoeft niemand de deur uit. „Het gros van de mensen werkt in de horeca of als tourgids, dat is nu klaar.” Voorlopig gaan ze zich niet vervelen in het huis met pooltafel, tafeltennistafel en beamer met drie meter groot scherm. En het huis ligt opeens vol planken en hout. „Iedereen is aan het bouwen geslagen, daarvoor heb je hier de ruimte”, zegt Snoeren die zelf bezig is met een tuinhuisje. „Ik zou zeggen, kom eens langs, maar ja dat gaat nu niet.”

Balen voor veel studenten is dat feestjes, gala’s en huisdiners niet doorgaan. Wiek Dirks (22) moest het huisfeest van haar ‘eenheid’ afzeggen – veertien kamers met een gemeenschappelijk leefgedeelte op studentencampus Uilenstede (3.800 studenten). Vrijwel wekelijks geeft een eenheid hier een feest.

„We hadden net het Facebookevenement aangemaakt”, vertelt ze. Zestig aanmeldingen – maar dat kunnen er op de avond zelf zomaar honderdvijftig worden. „Dat is altijd het grote vraagteken van de avond.”

Meubels aan de kant, dj en lichtinstallatie gehuurd. Thema: het ‘Letter B-feest’. Kon je als Boeddha komen, of Buurman en Buurman, of Bob de Bouwer.

„Echt jammer dat het niet doorgaat”, zegt Dirks. „Maar dit is overmacht. Je kan er wel over zeuren, maar dat heeft geen zin. We prikken wel een nieuwe datum.”

Behalve de gezelligheid, heeft het wonen in een studentenhuis ook andere voordelen tijdens de corona-uitbraak, zegt Iris Vlastuin. „Bier en wc-papier is hier altijd genoeg in huis, dus we hoeven niet te hamsteren.”