‘Ik ben een vechter, net als mijn vader’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Ellen de Gruiter (67 uit Utrecht.

Foto Aziz Kawak

Dans is mijn ziel en ook mijn werk. Als meisje zat ik op klassiek ballet, later ontdekte ik dat er ook dansexpressie bestond, of dansimprovisatie. Daarbij doet het er niet toe hoe je dans eruitziet, maar dat je ermee laat zien wie je bent. Veel ontroerender vaak dan vorm is de echtheid, de puurheid van iemands eigen beweging. Ik kom altijd vrolijk en voldaan uit mijn lessen.

„Het andere heel belangrijke in mijn leven is dat ik een ‘tweede generatiekind’ ben – ik wil geen ‘slachtoffer’ zeggen – omdat mijn vader in een concentratiekamp heeft gezeten, getraumatiseerd is teruggekomen en daar nooit over sprak. Dat zwijgen heeft een stempel gedrukt op ons gezin. Hij lag met een grote zakdoek over zijn gezicht op de bank, moe en uitgeput. Van mijn moeder moesten wij ons gedeisd houden. ‘Rustig zijn, kinderen, jullie vader heeft heel erge dingen meegemaakt in de oorlog.’ Voor gevoel, welk dan ook, was geen plaats. Mijn moeder heeft zich vastgeklampt aan mijn oudere broer, ik was altijd het zielsmaatje van mijn vader. Dat klopte ook wel, want eigenlijk was hij een zonnig mens, net als ik. Hij was warm. Mijn moeder niet.

Ik was de klokkenluider in ons gezin, ik benoemde dat er iets niet klopte. Mijn ouders erkenden uiteindelijk dat dat zo was, dat ik niet al die tijd had zitten klieren

„Op mijn 47ste kreeg ik een blessure aan mijn schouder. Fysiotherapie werkte niet. Ik kwam terecht bij een haptotherapeut en kreeg nachtmerries over de oorlog. Zij zei: ik wil je helpen, maar je zult ook moeten onderzoeken hoe het met de oorlog zit. Dat leidde tot vier jaar groepstherapie bij het Sinai Centrum, gespecialiseerd in traumagerelateerde klachten. Daar heb ik héél veel aan gehad. In normale therapieën liep ik vast als het ging over eenzaamheid en stilte en zwijgen. Nu was ik met lotgenoten – ook joodse, Indonesische. Heel veel pijn, verdriet en verwarring is zo goed opgelost. En ook de ingewikkelde relatie met mijn ouders. In sommige jaren zag ik ze alleen op verjaardagen. Ik was de klokkenluider in ons gezin, ik benoemde dat er iets niet klopte. Zij erkenden nu dat dat zo was, dat ik niet al die tijd had zitten klieren en zeuren.

„Mijn vader werkte bij de Belastingdienst, waar ze tegen hem zeiden dat hij een oorlogspensioen moest aanvragen. Dat heeft hij gedaan. Zo is hij uiteindelijk ook door psychiaters beoordeeld. Hij heeft de hoogste uitkering gekregen, als erkenning van zijn inzet voor de Nederlandse staat. Dat was toch een soort balsem voor hem. In 2005, toen mijn moeder al aan het dementeren was, heeft hij mij op een zomeravond bij een goed glas wijn zijn oorlogsgeschiedenis verteld. Hij was bijna achttien toen de oorlog uitbrak en is op eigen houtje een verzetsgroepje begonnen. Uiteindelijk is hij verraden en opgepakt, en heeft hij twee jaar in gevangenissen gezeten, als laatste in het Roergebied. Soms zat hij een week opgesloten zonder dat iemand tegen hem praatte. Hij zei: je denkt dat ze je niet klein krijgen maar het lukt ze. En: je bent al blij als je een spinnetje ziet. Daar sluit je vriendschap mee. Op de dag dat hij gefusilleerd zou worden, werd het kamp bevrijd.

„Ik ben waarschijnlijk een vechter, net als mijn vader. Ik pak dingen aan, ik denk: je moet verder. Na bijscholing ben ik een bedrijf begonnen waarin ik naast dans een bewegingspedagogiek toepas (van Veronica Sherborne) die raakvlakken heeft met dansexpressie: je kijkt naar wat iemand kan in plaats van dat je prestaties verwacht. Ik geef cursussen en ga naar zorginstellingen waar ik medewerkers help meer te communiceren met hun cliënten.

„Vijftien jaar geleden heb ik mijn partner gevonden. Ik heb lang nodig gehad om mezelf daarin te ontwikkelen. Op mijn 23ste werd ik voor het eerst verliefd op een vrouw. Ik vind het altijd zonde dat mensen daar zo’n gedoe over maken. Het is gewoon wie je bent, zeur niet. Je doet niemand kwaad, je kiest een vrouwelijke partner in plaats van een mannelijke. Alleen het woord ‘lesbisch’ vond ik lastig, want in die tijd was er nog een beweging van ‘potten’ met leer en tuinbroeken en zo. Ik wilde niet dat mensen dachten dat ik zo was. Ik heb ook wel ervaringen gehad met mannen. Ook een grote liefde – maar hij was getrouwd. Daarna dacht ik: wil ik nu een andere man? Ik zag mezelf voor me met kinderen, dat beklemde me. Ik dacht: dan ga ik nu voor een vrouw.

„Wat ik heb meegemaakt voelt nu als rijkdom. Ik heb een diepte in mezelf moeten opzoeken om de pijn die in ons gezin was te kunnen begrijpen en los te laten. En daardoor dichter te komen bij wie ik ben.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl