„Niet de hele dag ouwehoeren, maar we hebben iets te doen.”

Foto Andreas Terlaak

Interview

‘Het succes benoemen, maar ook de fouten’

Aruna Vermeulen Bestaat er écht een Rotterdamse stijl van leidinggeven? Er promoveren mensen op die vraag, en in een serie gaat NRC in gesprek met Rotterdamse bazen. Vandaag: Aruna Vermeulen.

Leidinggeven in de hiphop gemeenschap, dat gaat niet zomaar. „Dat moet je gegund worden”, zegt Aruna Vermeulen, mede oprichter en sinds 2010 algemeen directeur van het HipHopHuis in Rotterdam. „Het heeft te maken met credibility. In andere sectoren moet je diploma’s hebben behaald, maar in onze scene gaat het erom of je je strepen hebt verdiend. Ben je een vakman of vakvrouw waarnaar mensen kunnen opkijken?”

Niet lullen maar poetsen, ook met Generatie Z

Vermeulen is zo’n vakvrouw, die als breaker op internationale podia furore maakte. Ook als directeur heeft ze inmiddels voldoende credibility vergaard. Vorig jaar werd ze voor het aantrekken van een nieuw publiek geëerd met de Rotterdamse Doro Siepelprijs. Uit het juryrapport: „Van meet af aan is ‘inclusie’ het kernwoord geweest voor het HipHopHuis, dat tegen de stroom in roeide en zeker in het begin een fors gevecht moest voeren tegen de gevestigde opinies en orde. Met niet-aflatende energie hebben Aruna Vermeulen en haar collega’s gebouwd aan een organisatie die inmiddels een begrip is in de stad en ver daarbuiten.”

Het pand aan de Delftsestraat zit van buiten onder de graffiti en ziet er van binnen nog steeds uit als een oude jeugdsoos, vol gezellige oude bankstellen. Bewust, zo blijkt tijdens het gesprek aan een wat wiebelig houten tafeltje. Vermeulen: „Veel jongeren die hier komen missen een vangnet. Voor hen is het HipHopHuis ook een plek waar ze naast hun creatieve ook hun sociale connecties maken.”

Jaarlijks bereikt het HipHopHuis met een reeks aan activiteiten circa 50.000 jongeren uit Rotterdam en verre omstreken. Met events, battles en lessen: In tienweekse cursussen worden lesgegeven in dj’ing, spoken word of producing. Winne houdt er kantoor en Frankie Sticks leert er jongeren samplen en scratchen.

Een groot verschil met andere kunstvormen is dat in het HipHopHuis jongeren van meet af aan worden uitgedaagd om hun eigen stijl te vinden. Vermeulen: „Geen enkele van onze docenten wil dat een deelnemer op hem lijkt. Innoveren is het grootste goed en kopiëren een schande. Het leuke van hiphop is dat je eigenheid je grootste kracht is, juist als je een beetje opvalt in lichaamsbouw of stemgeluid. Dun en lang is hier geen criterium.”

Vermeulen denkt dat hiphop daarom juist zo groot is in Rotterdam. „Hiphop kan jongeren helpen een identiteit te vormen, hen steunen om een richting te geven. Er zijn hier veel mensen die niet in het systeem of binnen de norm passen. Rotterdam is een jonge stad, veel mensen hebben weinig te besteden en veel Rotterdammers hebben een migratiegeschiedenis. Die ingrediënten zorgen voor een continue reality check: een stad zonder poespas. In onze bedrijfscultuur heet dat: keep it real.”

Als je levert, word je hier geaccepteerd

In het Rotterdams: niet lullen maar poetsen, dus? Vermeulen: „Nou, niet in de zin van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Wij willen juist dat mensen uit hun schulp kruipen en zien dat the sky the limit is. Maar samen de schouders eronder, dat dan weer wel, want mensen in de hiphop werken keihard. De loyaliteit is enorm: hier halen mensen hun identiteit vandaan. Niet lullen maar poetsen past wel in die realness. Niet de hele dag ouwehoeren, maar we hebben iets te doen. Alles wat we doen is voor the cause.”

Om het HipHopHuis laagdrempelig te houden, worden de prijzen van de cursussen bewust laag gehouden: 75 euro voor 10 lessen. Waarmee Vermeulen niet wil zeggen dat de lessen alleen bedoeld zijn voor de kansarme jeugd van Rotterdam. „Integendeel: hier komen ook de bakfietsgezinnen uit Hillegersberg. Ook kinderen van goeden huize kunnen hun onzekerheid overwinnen met hiphop. Voor veel witte mensen is het HipHopHuis een manier in aanraking te komen met een deel van de samenleving waar ze normaal nooit mee te maken zouden hebben.”

Daarmee maakt Vermeulen een bruggetje naar een belangrijke bestaansreden van haar instelling. „Wij denken altijd dat we bestaan voor de artistieke ontwikkeling van onze cursisten. Maar als we hen zelf vragen blijkt het sluiten van vriendschappen en persoonlijke, sociale ontwikkeling minstens zulke belangrijke motieven om hier te komen.”

Terug naar de aanleiding van het interview: leiderschap. In hoeverre is het voor Vermeulen lastig om zich als vrouw staande te houden in de toch om zijn machismo bekend staande hiphopwereld?

Dingen uitproberen die je niet kunt overzien

„Hiphop is niet anders dan de maatschappij: Ik merk dat de genderverhoudingen ook buiten hiphopscene niet gelijkwaardig zijn. Een paar jaar geleden ben ik gestart met een female leadership programmalijn om meer vrouwen op sleutelposities te krijgen – binnen en buiten de hiphopwereld. Ik wil vrouwen, en met name vrouwen van kleur verbinden aan power positions. Zelf moest ik er ook aan geloven, en ben in een aantal besturen gaan zitten. Lead by example. Ik zit nu in een aantal commissies en toezichthoudende functies. Daar merk ik: mannelijke dominantie heeft niets met hiphop te maken, het is overal. Hoe hoger op de ladder hoe witter en mannelijker het wordt, ook in de cultuursector.”

Ook het HipHopHuis, met 10 personeelsleden, vijfentwintig artiesten en veertig vrijwilligers, moet gemanaged worden. Hoe doet Vermeulen dat? „We kenmerken ons door een minimum aan hiërarchie, veel co-creatie en saamhorigheid. Uiteraard moet je in mijn positie wel een duidelijke visie hebben, maar verder is het vooral gewoon samen focking hard werken. En open communiceren, het succes benoemen, maar ook als je een keer een fout maakt.”

Maar er is toch steeds meer ruimte voor zwarte cultuur, ook op de grote cultuurfestivals?

„Zeker, urban culture brengt nu innovatie in de kunstensector. Maar helaas gaat het vaak óver mensen van kleur, voor een wit publiek, door een witte organisatie. Een goede rapper of een slechte rapper? They don’t care, zolang ze maar bruin zijn, lijkt het soms. Als je inhoudelijk iets wilt bereiken, moet je co-creëren in het totale proces. De verandering moet op alle fronten en in alle lagen. Bij de opening worden nog altijd vooral bitterballen geserveerd.”