Haar tweelingzus werd haar missie

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Corrie van Eijk-Osterholt (1923-2020) streed voor de rechten van psychiatrische patiënten.

Corrie van Eijk-Osterholt in 1927 met haar tweelingzus Mies.
Corrie van Eijk-Osterholt in 1927 met haar tweelingzus Mies.

‘Haar karakter baarde onze ouders soms zorgen”, schreef Corrie van Eijk-Osterholt in 1972 over haar tweelingzus Mies. „Ze zat zowel vol overmoed als intense angst; ze kon een niet te stuiten verdriet hebben om kleinigheden en leek dan ontroostbaar.”

Corrie en Mies worden in 1923 als eeneiige tweeling geboren in een ‘dogmatisch katholiek’ gezin in Schiedam met in totaal vijf kinderen. Hun ouders hebben een slecht huwelijk, wat zorgt voor grote spanningen in huis. In 1940 wordt hun leven verder ontwricht door de Duitse inval, het bombardement op Rotterdam en het overlijden van hun moeder na een kort ziekbed.

Terwijl Corrie haar school en een vertaalopleiding Engels voltooit, raakt haar zusje Mies steeds meer in zichzelf gekeerd. Een opleiding tot kleuterleidster mislukt, ze doet een zelfmoordpoging en raakt meermalen zoek. In 1947 wordt Mies opgenomen in de katholieke inrichting Sancta Maria in Noordwijkerhout; vader Arie wil per se een katholiek instituut voor zijn probleemkind, en legt de betaling van haar behandeling voor jaren vast. Mies zal haar hele verdere leven patiënt blijven.

Corrie van Eijk-Osterholt in 2006.

Corrie is geshockeerd over de methodes die de nonnen van Sancta Maria erop nahouden: dwangbuizen, eenzame opsluiting, elektroshocks en ‘spanlakens’ – patiënten zijn geen mensen, maar lastposten. In Sancta Maria worden Mies’ angsten gevoed, volgens Corrie, met ‘desastreuze’ gevolgen. Zelf komt ze na haar opleiding in dienst bij het Centraal Planbureau.

Daar ontmoet ze in 1958 de econoom en latere hoogleraar Cor van Eijk, die haar metgezel voor het leven wordt. Ze trouwen op 9 juni 1959. Van kinderen zien ze bewust af: Cor heeft kinderpolio gehad en loopt met behulp van stokken, en Corrie heeft al een zorgenkind: Mies, die ze regelmatig opzoekt en meeneemt voor een klein uitje of een nachtje logeren. Ze schrijft brieven en dringt bij autoriteiten aan op een betere behandeling van haar zus, maar tevergeefs. Al haar correspondentie bewaart ze. Een kwart eeuw later verwerkt ze alles in een boek.

In augustus 1972 verschijnt Laten ze het maar voelen... bij uitgever Rob van Gennep. Sancta Maria heet er ‘X’; Corrie’s aanvankelijke voornemen om onder het pseunoniem ‘Sisyphos’ te publiceren heeft ze op aandringen van Van Gennep laten varen. Haar schrijnende, zorgvuldig verwoorde relaas raakt een snaar: Corrie wordt geïnterviewd in kranten en weekbladen en, nog belangrijker, in het VARA-programma Een groot uur U van presentator Koos Postema.

Wat volgde was een „explosie van energie”, vertelt journalist Petra Hunsche, die een boek schreef over de patiëntenbeweging. „Op de tv-uitzending kwamen duizenden reacties die vergelijkbare misstanden in andere inrichtingen blootlegden. Er was al een protestbeweging aan het ontstaan, mede onder invloed van de Engelse en Amerikaanse anti-psychiatrie. Stichting Pandora gaf kritische voorlichting met behulp van oud-patiënten – nu zou je ze ‘ervaringsdeskundigen’ noemen, maar zover was het nog niet. De Cliëntenbond was het eerste orgaan waarin familie en later patiënten zelf zich verenigden. Door Corries boek stroomden duizenden leden toe. Corrie hield precies in de gaten welke clubs ontstonden en bood hulp waar ze kon, aan activisten en individuele patiënten. Mensen schreven en belden haar.”

In 1975 wordt Corrie gevraagd om toe te treden tot de Commissie-Van Dijk, die op verzoek van de regering de zwakke juridische positie van psychiatrische patiënten onderzoekt. Na anderhalf jaar neemt Corrie ontslag, murw door de ellenlange discussies en ontevreden over de te aarzelende toon van het eindrapport. Maar activiste blijft ze; een keurige activiste, die zich immer beleefd uitdrukt en al haar argumenten met schriftelijk bewijs onderbouwt. In 1998 overlijdt Mies en schrijft Corrie het hele verhaal nog één keer uitgebreid op; de kroniek Uitbehandeld geeft ze uit in eigen beheer, voor de barricaden heeft ze de energie niet meer. Haar documentatie gaat naar het Nationaal Archief en museum Het Dolhuys.

In het geordende leven van Corrie en haar Cor komen met het vorderen der jaren steeds meer barsten. „Ze waren het ultieme voorbeeld van mensen die wel anderen kunnen helpen, maar geen hulp kunnen ontvangen”, zegt huisvriend André de Jong. „De zorg voor Cor werd steeds zwaarder – zijn gewrichten waren versleten, hij werd invalide en moet ongelooflijk veel pijn hebben gehad. Corrie ving dat allemaal op, en kreeg zelf ook allerlei kwalen. Maar zelfs na de dood van Cor in 2016 verzette ze zich tegen een verhuizing. Ze vond het wel heel fijn als je langskwam: dan haalde ze soms opeens glashelder een herinnering op. Voor de televisie stonden foto’s van Cor en Mies.”