Recensie

Recensie Boeken

De ware reden van Verhulsts zelfdestructie

Dimitri Verhulst In deze autobiografische tekst is de gulzige Vlaamse allesgebruiker bang voor een valse beschuldiging van verkrachting in Zweden, die zijn schrijverscarrière kan breken.

Peter Lorre in de film M, een film van Fritz Lang.
Peter Lorre in de film M, een film van Fritz Lang.

Wie van mening is dat een leven pas écht geleefd wordt als het verdoofd is, heeft aan Dimitri Verhulst een goeie. Onze verslaggever in de leegte is namelijk vooral dat: een uitgesponnen en soms ook best aanstekelijke lofzang op de extase en de vervoering die de kunst, de liefde, de sigaretten, de alcohol en de cocaïne te bieden hebben. Voor die laatste twee heeft Verhulst inmiddels zo’n neusje ontwikkeld dat hij zich afvraagt of hij het niet wat kalmer aan moet doen. Flessen, grammen: het gaat er tegenwoordig op dagelijkse basis in meervouden doorheen.

Lang laat dit ‘ongedateerde dagboek’ zich lezen als een verslavingsboek, een soort lichtere variant op Erik Jan Harmens’ Hallo muur. Want Verhulst is dus niet fier op zijn grootverbruik, hij weet net zo goed dat hij het niet zonder kan stellen. Hij komt in deze autobiografische teksten over als het type troubadour, iemand die waar hij zijn tent ook op zet (er wordt veel gereisd) het onderste uit de kan wil halen en die de regelmatiger levende massa met een schamper (en ook wat slordig) oog bekijkt. Een herinnering aan zijn vader, die rond zijn dertigste al uitgeblust keek naar het Gentse postbeambtenkantoor waar hij ooit gelukkig was, biedt wel een mogelijke verklaring voor de ongebreidelde levenshonger van de zoon. Dat nooit. Het kind moet spelen.

Maar dit alles, dit exposé van zelfdestructie heeft dus een oorzaak. Dat blijkt pas rond pagina 150, want pas daar doet Verhulst uit de doeken waarom hij nog nu beestiger leeft dan hij altijd al deed: hij is in Zweden, waar hij in het verleden even woonachtig was, aangeklaagd voor verkrachting. Hij wijst de aantijging resoluut van de hand, maar hij weet ook dat een onschuldig mens nog niet per se gevrijwaard is van een stigma en dát kon wel eens het einde van zijn schrijverscarrière betekenen.

Met een beetje verbeelding openbaart zich hier de schaduwzijde van #MeToo, van een ongenuanceerde bloeddorst ten opzichte van mannen die van een zedenmisdrijf worden verdacht.

Lees ook: Moeten we Dimitri Verhulst als cabaretier beschouwen?

Het grote probleem is dat hier de confessie volledig uit de lucht komt vallen en dat er in de tekst die eraan vooraf gaat geen enkele aanwijzing voor valt te vinden. Onze verslaggever in de leegte is in die zin slecht geschreven dat Verhulst maar weinig interessants doet met een gegeven waar een enorme narratieve belofte van uit gaat. Je hoeft alleen maar terug te denken aan wat Philip Roth in The Human Stain (spooks!) deed met vermeend academisch racisme om in te zien hoe briek deze Nederlandstalige pendant is, of aan films als Jagten of het aloude M van Fritz Lang om te beseffen hoe je als kunstenaar wél een vreeswekkend volksgericht in elkaar timmert. Een slechte Verhulst is nog altijd een redelijk boek, maar laten we hopen dat er meer over hetzelfde komt – en dan beter.