De Vervalsers

Literaire plekken Guus Luijters schrijft op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.

De Vervalsers van Theodoor Kars (1940-2015) verscheen in 1967. De eerste zin plaatst de roman meteen in het hart van Amsterdam: ‘Mutsaert en Sax staken de parkeerplaats voor het Havengebouw over, een vergissing van beton van dertien verdiepingen in het oude centrum van Amsterdam.’

In het restaurant op de bovenste verdieping hebben ze een afspraak met Lodewijk Storm en de achternaamloze Herman met wie ze een plan beramen om de PTT op te lichten. De vier criminelen in spe zijn geen doorsnee criminelen. Op Herman, de tipgever, na zijn het corpsstudenten en in Adriaan Sax en Lodewijk Storm herkennen we moeiteloos Theo Kars en Boudewijn van Houten. Twee aankomende schrijvers die zich op het pad der misdaad begeven. Om er later een boek over te kunnen schrijven?

Misschien, maar waarschijnlijker ging het toch om het geld. Het komt er op neer dat ze postwissels vervalsten en die vervolgens inden. De opbrengst is zo’n honderdduizend gulden, een enorm bedrag in die dagen. Het hele proces wordt door Kars droog, maar adembenemend beschreven, met als hoogtepunt de scènes waarin de misdadigers, die zichzelf graag als gentlemen-boeven zien, zich als echte schurken beginnen te gedragen. Diefstal, verraad, geweld, chantage, het komt allemaal voorbij. Het geld wordt in hoog tempo uitgegeven, aan auto’s, jasjes, dassen en schoenen. En aan een eigen literair maandblad, Tegenstroom, waarin Kars en Van Houten hun eerste werk publiceren en schrijvers als Mulisch, Campert, Nooteboom de maat nemen.

De stad is overal in De Vervalsers. Ook onbeschreven voel je haar aanwezigheid. Sax woont aan het Thorbeckeplein (Kars woonde in de Reguliersdwars, op 101), hij loopt langs de grachten en laat zich graag in een grote Amerikaan door de Leidsestraat rijden. De groep komt bij elkaar in Americain, Polen, Schiller, bij ‘Flora’ op het Rembrandtplein, in werkelijkheid het nog altijd bestaande Monico en in ‘de Eenhoorn’, een hotel in de Damstraat, waarvoor, denk ik, de Gerstekorrel model stond, en als ze wat te vieren hebben, eten ze bij Bali in de Leidsestraat.

Als de bodem van de schatkist in zicht komt, wordt de PTT nog een keer opgelicht, deze keer met spaarbankboekjes en weer voor een ton. Pas bij de derde keer loopt het mis en verdwijnen Kars en zijn vrienden achter de tralies, waar Kars De Vervalsers schreef. Een paar jaar later volgde Van Houten met Onze Hoogmoed, waarin alles net een beetje anders gaat. Zo komen de aspirant boeven niet bijeen in het restaurant van het Havengebouw, maar in de eersteklas restauratie van het Centraal Station, en heet Tegenstroom bij hem Veto, waar Kars het over Reactie heeft. Opmerkelijk is dat Kars de handeling van 1964 naar 1963 heeft verplaatst, wat inhoudt dat er tijdens het innen van de vervalste postwissels Siberische weersomstandigheden heersten, maar daarover geen woord.

(De meest recente uitgave van De Vervalsers is uit 2017. Onze Hoogmoed is alleen antiquarisch verkrijgbaar.)

Guus Luijters schrijft hier op gezette tijden over de literaire plekken van Amsterdam.