Hoe Nederland wil meten hoe groot de corona-uitbraak nu eigenlijk is

Verspreiding Hoe verspreidt het coronavirus zich door het land? En hoe is het landelijk gesteld met onze immuniteit? Verschillende nieuwe meetinitiatieven geven daar inzicht in.

Zakken donorbloed in een bloedbank van Sanquin.
Zakken donorbloed in een bloedbank van Sanquin. Foto Olivier Middendorp

De bloedbank Sanquin is met een corona-meetproject gestart. Wekelijks doneren daar zo’n 10.000 gezonde Nederlanders bloed – ook nu het coronavirus door Nederland waart. Sanquin gaat meten of die mensen antistoffen tegen het nieuwe coronavirus in hun bloed hebben. Met andere woorden, of ze ermee geïnfecteerd zijn geweest en weer zijn genezen.

„Bij mensen zonder gezondheidsklachten zit het virus niet in het bloed”, verzekert Hans Zaaijer, hoogleraar bloedoverdraagbare infecties aan de Universiteit van Amsterdam en arts-microbioloog bij Sanquin. „Dus daar testen we onze donoren ook niet op. Waar we wel op testen zijn antistoffen.” Dat zijn eiwitten die ons immuunsysteem aanmaakt als reactie op het virus, die vervolgens dit virus herkennen en dan een afweerreacctie in gang zetten. Wie de antistoffen in zijn bloed heeft, heeft dus zeker op enig moment het virus gehad. De uitslag van de test wordt niet teruggekoppeld naar donoren, omdat Sanquin alle gegevens geanonimiseerd verwerkt.

Antistoffentest

Met tests op het virus zelf gaat Nederland nu zuinig om, maar antistoffentests zijn relatief simpel en breed beschikbaar. Zo’n test bestaat uit een oppervlak waarop kleine, nagemaakte stukjes van het coronavirus zijn vastgehecht. Als het bloed van de donor antistoffen bevat tegen dit coronavirus, dan zullen die zich daaraan hechten. Je kunt ze vervolgens aantonen met behulp van een kleuring. „Deze specifieke test is natuurlijk gloednieuw”, zegt Zaaijer. „Hij is redelijk goed gevalideerd, maar samen met drie onderzoeksgroepen werken we daar nu hard aan verder. We ontwikkelen een controletest, waarbij we kijken in hoeverre antistoffen tegen gewone, coronaverkoudheidsvirussen ook kruisreageren met dit coronavirus. Al doende leren we.”

Het is niet de eerste keer dat Sanquin op grote schaal het bloed van donoren onderzoekt op antistoffen. „Veel mensen weten dat niet, maar we kijken ook standaard naar antistoffen tegen hepatitis E, om het verloop daarvan in Nederland te blijven volgen”, zegt Zaaijer. „En tijdens de epidemie van Q-koorts keken we ook dáárnaar.”

Van het nieuwe coronavirus weten we nog maar heel weinig, benadrukt Zaaijer. Daarom kan antistoffenonderzoek onder de bevolking heel nuttig zijn. „Niet alleen onder bloeddonoren, want dat zou te beperkt zijn”, benadrukt hij. „Wij ontvangen bijvoorbeeld geen bloed van kinderen. Terwijl we daarvan nu juist zouden willen weten welke rol zij spelen in de verspreiding van het virus. Dus wat wij doen, is maar één stukje in die enorme puzzel.”

Onderzoek bij kinderen gaat binnenkort wel van start, aldus een woordvoerder van het RIVM: „We hebben een plan van aanpak klaarliggen, samen met GGD’en. We gaan in Noord-Brabant steekproefsgewijs testen in hoeverre kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs besmet zijn geweest.”

Infectieradar

Een ander nieuw meetproject ligt nu even stil, verstikt door zijn eigen succes: de gloednieuwe Infectieradar. Deze site van het RIVM hoopt via meldingen van burgers in kaart te brengen hoe de verspreiding van het coronavirus én van immuniteit precies verloopt. Dinsdag ging het initiatief van start, maar donderdag was de site uit de lucht vanwege de grote belangstelling.

Lees ook: Het bereiken van de door premier Rutte gewenste groepsimmuniteit kan jaren duren

De Infectieradar is een nieuw platform voor burgerwetenschap, analoog met bijvoorbeeld de Pollenradar en de Tekenradar. Deze initiatieven werken heel eenvoudig, en leveren veel bruikbare informatie op: burgers voeren op verschillende momenten in hoe het met ze gesteld is. Of ze last hebben van hooikoorts, tekenbeten of, in dit geval, of ze griepverschijnselen hebben.

„Veel mensen weten natuurlijk niet zeker of ze Covid-19 hebben”, verduidelijkt een woordvoerder van het RIVM, „want dat wordt alleen nog maar getest bij mensen met ernstige klachten die moeten worden opgenomen. Maar toch willen we graag inzicht hebben in hoeveel mensen op dit moment kampen met griepachtige verschijnselen. Bijvoorbeeld hoesten, niezen, een zere keel, benauwdheid of koorts.”

Het RIVM wil graag volgen hoe gezondheidsklachten verspreid zijn over het land en hoe dit zich ontwikkelt in de tijd. Daartoe moeten zo veel mogelijk mensen meedoen en wekelijks invullen of zij al dan niet klachten hebben. „Ook als mensen géén klachten hebben, willen we dat weten”, aldus de woordvoerder. „Als die mensen bijvoorbeeld eerst geen klachten hebben en een week later wel, of andersom, dan helpt dat te begrijpen hoe snel infecties zich verspreiden en weer uitdoven.”

Ook al komen de klachten niet altijd door het coronavirus, maar wellicht door gewone griep of verkoudheid, dan nog is die informatie nuttig, aldus het RIVM: „Het gaat om het verloop van de klachten en de druk die dit oplevert in de zorg.”