Afgetreden Bruno Bruins had als ‘chef corona’ een loodzware portefeuille

Crisisminister Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins vertrekt. Hij had het al weken zichtbaar zwaar tijdens de grootste crisis van zijn carrière.

Minister Bruno Bruins verlaat de Tweede Kamer in zijn dienstauto nadat hij onwel is geworden bij een debat over het coronavirus.
Minister Bruno Bruins verlaat de Tweede Kamer in zijn dienstauto nadat hij onwel is geworden bij een debat over het coronavirus. Foto David van Dam

Minister voor Medische Zorg Bruno Bruins treedt af als minister voor Medische Zorg en Sport. Woensdag zakte hij tijdens een Kamerdebat in elkaar. Al weken had hij het zichtbaar zwaar tijdens de grootste crisis van zijn ministerschap.

Op donderdagmiddag bood Bruins zijn ontslag aan bij de koning. Die verleende hem ontslag „op de meest eervolle wijze”. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CDA) zal zijn taken tijdelijk overnemen. Bruins had in het kabinet de leiding over de bestrijding van het coronavirus. Dat beheerste zijn agenda en legde veel druk op hem en zijn ministerie. In zijn optredens in de Tweede Kamer en in persconferenties werd hij de afgelopen weken steeds meer onzeker.

Deze woensdag zakte hij in elkaar in de Tweede Kamer. Dat gebeurde in een debat, waar hij vooraf zei „met een sneller kloppend hart dan gebruikelijk” te staan. Hij vond het „superspannend” of hij de zorg in Nederland de komende tijd van voldoende beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, zou kunnen voorzien. Op dat vlak kon Bruins de Kamer goed nieuws melden: er zijn woensdag 140.000 mondkapjes in Nederland gearriveerd en de komende dagen zullen er nog „enkele miljoenen” volgen.

Toch kwam hij daarna in de problemen. Bruins wist niet hoeveel mondkapjes de Nederlandse zorg de komende weken nodig heeft. Hij had „geen zicht” op wanneer Nederlandse bedrijven zelf mondkapjes kunnen gaan produceren. Vanuit de overheid beslag laten leggen op mondkapjes van bouw- of chemiebedrijven noemde hij „ontzettend ingewikkeld”.

Kamerleden reageerden boos. Toen Jesse Klaver (GroenLinks) zich afvroeg „onder welke steen de minister leeft” en eiste dat hij nog dezelfde avond het besluit zou tekenen om beslag te kunnen leggen op mondkapjes, zwichtte de minister. „Ik zal het vanavond doen ingaan.” Niet veel later viel hij na een nieuw vragenvuur van Wilders flauw.

Bruins verliet het debat en ging naar huis. Vanuit zijn dienstauto twitterde hij dat hij last had van een flauwte door „oververmoeidheid en intensieve weken”. Hij bedankte Nederlanders voor alle steunbetuigingen op sociale media, die hem prijzen voor zijn harde werk. Hij zou, schreef hij, donderdag verder werken.

Minister verliest zijn ‘kompas’

Op het ministerie van Volksgezondheid was Bruins de ‘chef corona’ omdat hij infectieziektenbestrijding in zijn portefeuille heeft. Met de twee andere bewindspersonen op het departement, minister Hugo de Jonge (CDA) en staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie), was afgesproken dat de communicatie alleen door Bruins zou worden gedaan. Sinds begin deze week werd hij ondersteund door twee directeuren-generaal die zich bezighouden met het coronavirus, een van hen is begin deze week aangetrokken. In februari moest Bruins afscheid nemen van een topambtenaar in wie hij veel vertrouwen had. „Dat was echt zijn kompas”, zegt een ambtenaar.

Zijn ambtenaren konden Bruins achter de schermen helpen. Maar voor de camera’s stond hij alleen. Dat ging hem niet altijd makkelijk af.

In een speciale live-uitzending van de NOS over het coronavirus op 27 februari moest Bruins de eerste Nederlandse patiënt melden. Hij las het nieuws voor van een briefje. „Ik kan me voorstellen dat mensen bezorgd zijn”, zei Bruins. Toen presentator Rob Trip overschakelde naar een viroloog aan tafel, bleef Bruins naar het briefje staren. „U zit nog naar dat briefje te kijken, er staat niet meer op toch?” vroeg Trip. Bruins knikte en herhaalde dat mensen „mogelijk geschrokken zijn”. De minister leek dat zelf ook een beetje.

Lees ook: Het briefje voor Bruins

Op de eerste grote persconferentie over het virus, begin maart, moest Bruins gecorrigeerd worden door RIVM-baas Jaap van Dissel. Bruins staarde naar de grond, knikte wat. Dat gebeurt vaker, Bruins heeft moeite met improviseren. Hij gaat dan haperend spreken, laat pauzes vallen of bladert door zijn papieren.

In het Kamerdebat van 5 maart moest hij het nieuws melden dat het aantal bevestigde besmettingen snel gestegen was, van 38 naar 82. Een geschrokken Tweede Kamer vroeg Bruins of Nederland direct meer maatregelen moest treffen. De minister wist het niet precies. „Ik denk dat wij nog steeds de goede maatregelen nemen.”

Tijdens het vragenuur begin deze maand wilden Kamerleden van Bruins weten waarom Nederland niet overging tot strengere maatregelen, die ze wel in andere Europese landen zagen. Bruins herhaalde steeds dat Nederland „passende maatregelen” neemt of verwees naar het debat van de week daarvoor. Na afloop van het vragenuur stond Bruins niet zoals gewoonlijk meteen de wachtende pers te woord. Hij trok zich eerst minutenlang terug met zijn ambtenaren.

Grondige voorbereiding

Als Bruno Bruins de tijd heeft, zeggen ambtenaren, lukt het hem zich grondig voor te bereiden. Dat komt zijn presentatie ten goede, weten ze. Vorige week donderdag las Bruins nog onzeker van papier voor, terwijl Rutte over zijn schouder meekeek. Zondag, toen hij samen met minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) aan moest kondigen dat de scholen tot 6 april hun deuren moeten sluiten, stond hij er rustiger en meer comfortabel dan eerder.

Bruins maakte maar één andere grote crisis mee in zijn ministerschap: de faillissementen van het Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen. Toen kreeg hij het verwijt dat hij niet op tijd ingreep. Hij noemde ziekenhuizen ook „een stapel stenen”, een uitspraak die hem op veel kritiek kwam te staan.

Bruins twitterde woensdag nadat hij was flauwgevallen dat hij vrijdag direct weer „aan de slag zou gaan”. Het ministerie van Volksgezondheid liet donderdag nog weten dat hij een paar dagen vanuit huis zou werken. Minister Hugo de Jonge (CDA) verving Bruins donderdag bij het crisisberaad van het kabinet. Maar Bruins zou bij de bestrijding van Covid-19 gewoon „in the lead”, blijven verzekerde het ministerie.

Vóór de coronacrisis was Bruins in gesprek met de farmaceutische industrie over medicijnprijzen. Met zijn ambtenaren dacht hij na over ‘samen beslissen’, waarbij artsen en patiënten in goed overleg overgaan tot een bepaalde behandeling. Iedere ochtend begon hij het teamoverleg met dezelfde woorden: „Harde werkers, goedemorgen!” Hij eindigde bijna standaard met: „Be careful out there.”

Eind 2019 kreeg Bruno Bruins het advies van zijn ambtenaren om zich online meer te profileren. Burgers moesten kunnen zien wat hij doet en wie hij is. Dus verstuurde de minister van Medische Zorg en Sport op 31 december zijn allereerste tweet, met een filmpje waarin hij de zorgmedewerkers bedankt die tijdens de nacht van Oud en Nieuw aan het werk waren. „Mijn goede voornemen voor 2020? Meer nieuws en verhalen ophalen en delen over zorg en sport.”

Bijna drie maanden later is Bruno Bruins geen onbekende meer. Hij zal bekend staan als de minister die het coronavirus probeerde te bestrijden.

Update (19 maart 2020): dit artikel is geüpdatet toen Bruins bekendmaakte dat hij ermee stopt.

Lees ook: Drama, irritatie en stress in de Tweede Kamer

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Hoe de Tweede Kamer en wij nu werken

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.