750 miljard van ECB moet nieuwe eurocrisis voorkomen

Europese Centrale Bank De ECB gaat 750 miljard euro extra aan staats- en bedrijfsleningen opkopen. De ‘pandemie-opkopen’ moeten het vertrouwen van beleggers herstellen.

Het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main
Het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank in Frankfurt am Main Foto Daniel Roland/AFP

De Europese Centrale Bank heeft in de nacht van woensdag op donderdag grootscheepse noodmaatregelen afgekondigd om te voorkomen dat de coronacrisis een nieuwe eurocrisis wordt. Na ingelast telefonisch overleg liet het ECB-bestuur vlak voor middernacht in een verklaring weten dat het een „pandemie-noodopkoopprogramma” van 750 miljard euro lanceert. Daarnaast kondigde de ECB aan dat het bestuur „volledig bereid is” om nog meer te doen om de schok van het coronavirus in de eurozone op te vangen.

Dat is een belangrijk signaal aan de financiële markten, waar de voorbije dagen de twijfels waren toegenomen over de bereidheid van de ECB om overheden bij te staan in de coronacrisis. De leenkosten voor de eurolanden begonnen op te lopen, vooral van het schuldbeladen en zwaar door het coronavirus getroffen Italië. Groeiende renteverschillen tussen de eurolanden kunnen leiden tot een eurocrisis, zoals in 2010-2012.

Het bedrag van 750 miljard euro aan opkopen bestaat uit zowel staats- als bedrijfsschuld. De ‘pandemie-opkopen’ worden voor eind dit jaar gedaan en komen bovenop de 120 miljard euro aan speciale opkopen die de ECB vorige week al aankondigde. Ook de reguliere opkopen van staats-en bedrijfsschuld van 20 miljard euro per maand, bedoeld om de inflatie op te hogen, lopen door. Dit betekent in totaal dat de ECB tot eind 2020 maandelijks zo’n 111 miljard euro aan schuld opkoopt – een recordbedrag. In totaal staat er nu al krap 2.600 miljard euro aan staats-en bedrijfsleningen op de balans van de ECB.

Dure fout

Het contrast tussen deze noodmaatregelen en de persconferentie van ECB-president Christine Lagarde, een week geleden, is groot. De ECB schoot toen al de bankensector en het bedrijfsleven te hulp met ultragunstige langetermijnleningen. Maar Lagarde zaaide ook fundamentele twijfel over de rol van de ECB als hoeder van de euro, door te verklaren dat de ECB „er niet is” om renteverschillen tussen eurolanden te bestrijden. Daarmee leek ze afstand te nemen van haar voorganger, Mario Draghi. Hij had de ECB in 2012 als euroredder gepositioneerd met de belofte „al het nodige” (whatever it takes) te doen om de euro te redden.

Lees ook dit verhaal: Lagarde speelt middenin de crisis met vuur

De woorden van Lagarde zijn waarschijnlijk een dure fout geweest. Als zij dat niet had gezegd, had de ECB nu waarschijnlijk niet zo massaal hoeven in te grijpen, al was ook in dat geval waarschijnlijk de druk groot geweest op de ECB om méér te doen. De economische crisis verergert snel, een recessie in de eurozone lijkt onafwendbaar.

Alles lijkt Lagarde en haar bestuur er ditmaal aan te zijn gelegen om twijfels over de ECB weg te nemen. „Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke actie. Er zijn geen grenzen aan onze verbintenis aan de euro”, twitterde Lagarde. Dat echode Draghi’s whatever it takes.

Zo nodig gaat de ECB nog (veel) meer kopen, zo valt uit de verklaring op te maken. Het bestuur is „volledig bereid om de omvang van zijn opkoopprogramma’s te verhogen en om hun samenstelling aan te passen”. En dit „met hoeveel en hoe lang het nodig is”, alles om „de economie door deze schok heen te helpen”.

Versoepelde onderpandeisen

De ECB gooit nu ook beperkende regels overboord. Griekenland, dat niet mee mocht doen aan eerder opkoopprogramma, komt wel in aanmerking voor dit pandemie-pakket. De ECB staat zichzelf toe om naar verhouding meer bedrijfsschuld te kopen dan bij eerdere programma’s. Behalve bedrijfsschuld met een lange looptijd gaat de ECB ook korte termijnschuld van bedrijven (commercial paper) kopen. De ECB volgt daarmee het voorbeeld van de Amerikaanse Federal Reserve. Onderpandeisen worden verder versoepeld.

Lees ook dit profiel over Christine Lagarde

Belangrijk is vooral dat de ECB zichzelf binnen het pandemie-programma toestaat om „flexibel” in te kopen. De zogeheten kapitaalsleutel, waarbij de ECB opkoopt naar rato van de economie van lidstaten, blijft formeel intact, maar in feite creëert het bestuur hiermee de mogelijkheid om nu tijdelijk extra staatsschuld van Italië, of het eveneens zwaar door het virus getroffen Spanje te kopen. Dit haalt de druk af van de regeringen van eurolanden om zelf de portemonnee te trekken om deze landen te helpen, via hun eigen noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM).

Daar bovenop zegt het ECB-bestuur voor het eerst expliciet dat het bereid is om bepaalde opkooplimieten die het zichzelf eerder had gesteld, te versoepelen. De ECB mag nu nog niet meer dan 33 procent van één bepaalde staatslening in bezit hebben. Ook mag zij maximaal 33 procent van de staatsschuld van een enkel land kopen. Deze limieten zijn nu in zicht, maar zo nodig gaan ze overboord, zo laat de ECB nu weten. Het bestuur zal „overwegen” de limieten „aan te passen”.