Opinie

Tweede Kamer, loop de experts niet voor de voeten

Lessen van de Mexicaanse griep Een kritisch betrokken parlement is goed, maar moet niet te dicht op de experts en uitvoerders zitten, schrijft .
Medewerkers van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) in Bilthoven pakken vaccins tegen de Mexicaanse griep in, november 2009. Vanaf een geheime opslaglocatie werd toen een tweede lichting vaccins naar huisartsen en zorginstellingen gedistribueerd.
Medewerkers van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) in Bilthoven pakken vaccins tegen de Mexicaanse griep in, november 2009. Vanaf een geheime opslaglocatie werd toen een tweede lichting vaccins naar huisartsen en zorginstellingen gedistribueerd. Foto Robert Vos/ANP

Terwijl Amerikaanse kennisinstellingen bij de bestrijding van het coronavirus moeite hebben om hun regering in de goede richting te duwen, zien de meeste Nederlandse politici advies van deskundigen als belangrijk houvast. Toch is het gezien de omstandigheden voor Kamerleden niet eenvoudig om afstand te houden van de maatregelen voortvloeiend uit de beoordeling door experts. Daarom was de oproep van premier Rutte om op hun kompas te varen belangrijk.

Dit spanningsveld is niet nieuw. In 2009 adviseerde de Gezondheidsraad samen met het RIVM over de Mexicaanse grieppandemie die zich ontwikkelde. Dat gebeurde in een gespannen politiek-maatschappelijke context.

Daarin klonk vanaf het eerste begin een aanzwellende roep vanuit de Tweede Kamer om zo spoedig mogelijk voldoende vaccins te bestellen. Daarbij moesten, gegeven allerlei onzekerheden, lastige inhoudelijke afwegingen worden gemaakt, die opnieuw aan de orde zullen zijn zodra een coronavaccin in beeld komt.

Zou een pandemisch vaccin, dat onder grote tijdsdruk werd ontwikkeld en getest, voldoende effectief en veilig zijn om zo nodig ingezet te kunnen worden bij een toenemende, mogelijk ernstige epidemie? Hoe konden bestaande kennishiaten verkleind worden? Waren er in geval van vaccinatie specifieke doelgroepen te onderscheiden of zou uit voorzorg iedereen voor inenting in aanmerking komen?

Een vaccin voor iedereen

Aan de hand van verschillende door de Gezondheidsraad geschetste scenario’s – inclusief onzekerheden – besloot minister Klink eerst om voor alle Nederlanders vaccins te bestellen. De daarmee gemoeide uitgaven wogen volgens het kabinet op tegen het vroegtijdig wegnemen van het risico op gebrek aan vaccins, terwijl er ruimte bleef om later niet meer mensen te vaccineren dan op grond van het verdere epidemiologisch beloop aangewezen bleek.

Gegeven dat beloop werd het vaccin ten slotte inderdaad alleen aan risicogroepen aangeboden. Daarnaast werd ingezet op monitoring van mogelijke bijwerkingen van het vaccin, gezien ook de beperkte tijd van vaccinvoorbereiding.

Maar toen de pandemie afliep, sprak dezelfde Kamer die enkele maanden tevoren op tijdige en voldoende aanschaf van vaccins had aangedrongen van geldverspilling; de pandemie was immers meegevallen en een groot deel van de betaalde vaccins was niet gebruikt.

Het feit dat in het voorjaar besteld moest worden bij onzekerheid, en de mogelijk gunstige impact van de wereldwijde hygiënische en vaccinatiemaatregelen, kregen echter nauwelijks aandacht. Net als de vraag of men niet nog veel kritischer zou zijn geweest als er niet minder maar juist veel méér mensen aan de Mexicaanse griep overleden waren dan in een regulier griepseizoen.

In pandemische tijden moet de Kamer, als kritisch meelevend parlement, vanzelfsprekend de zorgen van de dag verwoorden. Dat kan binnen korte tijd sterk tegenstrijdige geluiden opleveren, van een angstgedreven roep om onmiddellijk maximaal ingrijpen in alle sectoren tot het naderhand spreken van overdreven, onnodig, te duur en wellicht economisch riskant beleid.

Dat onderstreept het belang van stabiele, deskundige advisering, juist ook in tijden van crisis. Én van gedegen evaluatie achteraf.

Lees ook: Al wankele coalitie verder onder druk door corona

Europese coördinatie

Zo waren er destijds belangrijke leerpunten, zoals de noodzaak van betere publiekscommunicatie, internationaal-publieke aansturing van vaccinproducenten, sterkere en meer structurele Europese beleidscoördinatie, en meer kennisontwikkeling op het gebied van zoönosen (ziekten die van een dier op een mens kunnen overspringen) en infectieziektebestrijding.

Over die onderwerpen zal ook deze periode weer de nodige leerpunten opleveren. Wat daarnaast sterker naar voren is gekomen, is de maatschappelijke en economische impact van pandemieën.

Daarom zal bij de evaluatie naast medisch-gezondheidskundige ook economische en sociaalwetenschappelijke expertise betrokken moeten worden. Het parlement kan dan voluit gaan voor beleidsverbetering in de toekomst en de noodzakelijke randvoorwaarden daarvoor.

Dat zal ook in internationaal verband moeten gebeuren, waarbij de aanpak en uiteindelijke uitkomsten in bijvoorbeeld China, Italië en Nederland vergeleken kunnen worden. Daarvoor is het nu nog te vroeg.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.