Taboes overboord in economische ‘oorlog’ tegen het virus

Noodmaatregelen In de pogingen van westerse overheden om de economie draaiende te houden lijkt alles geoorloofd. Regels worden buiten werking gesteld, in rap tempo groeit de rol van de overheid in de economie.

Een Franse thuiszorgverpleegkundige kijkt naar president Emmanuel Macron die steunmaatregelen aankondigt.
Een Franse thuiszorgverpleegkundige kijkt naar president Emmanuel Macron die steunmaatregelen aankondigt. Foto Christophe Petit Tesson

Het zijn misschien niet eens de miljardenbedragen die het meest ontzagwekkend zijn. In de krachttoer die westerse regeringen nu zijn begonnen om de economische klap door het coronavirus te verzachten, zijn ook de maatregelen zélf ongekend. Cheques aan burgers van de staat, nationalisatie van bedrijven – niets is taboe, alles mag, en liefst ongelimiteerd. In sneltreinvaart vergroot de coronacrisis zo de rol van overheden in de economie. Vooralsnog tijdelijk, maar voor een deel misschien ook blijvend.

In Nederland arriveerde dinsdagavond de overheid als ambulante hulpverlener voor de economie in crisis. Zzp’ers krijgen inkomenssteun – nadat opeenvolgende kabinetten deze mensen jarenlang toestonden en zelfs stimuleerden om onverzekerd zelfstandige te worden. Den Haag laat bovendien de bijkans heilige begrotingsdiscipline nu volledig vallen: de staatsschuld mag oplopen, óók boven het EU-plafond van 60 procent. Het Nederlandse crisispakket kost alleen al in het komende kwartaal 10 tot 20 miljard euro.

Lees ook: Branches willen miljarden aan steun van het kabinet

Op dezelfde dag kondigde de Amerikaanse regering aan dat zij binnen twee weken cheques wil sturen aan Amerikaanse burgers, die zij kunnen omwisselen voor geld, waarschijnlijk voor het bedrag van 1.000 dollar. Dat doet sommige economen denken aan ‘helikoptergeld’ – rondgestrooide cash – maar strikt genomen is dat niet waar: helikoptergeld is iets van centrale banken en deze cheque komt van de regering. Hongkong deelde vorige maand elke burger al 1.100 euro uit. In de VS, waar het middel ook bij de kredietcrisis in 2008 werd toegepast, is nog niet duidelijk of elke Amerikaan een cheque krijgt. Het totale Amerikaanse pakket, met daarin vooral steun voor bedrijven, komt naar verwachting uit op 1.200 miljard dollar (1.100 miljard euro).

Geld moet ‘klotsen’

Frankrijk, toch al niet vies van overheidsingrijpen, beloofde bij monde van president Emmanuel Macron dat „geen enkel bedrijf” failliet zal gaan door de coronacrisis. Dat is een uitspraak die redding van vele duizenden bedrijven impliceert. Klaar staat in Parijs een pot van 345 miljard euro voor kredietgaranties aan bedrijven. De regering staat klaar om grote bedrijven volledig te nationaliseren. Italië doet dat al: de toch al bankroete luchtvaartmaatschappij Alitalia komt in staatshanden, zo maakte de regering in Rome dinsdag bekend.

Gelukkig voor de Fransen en voor de Italianen is het dubbele Brusselse keurslijf dat dit soort beleid normaliter in de weg staat – de begrotingsregels en de regels tegen staatssteun – voorlopig buiten werking gesteld. Dat is overigens ook riskant: dit is dé kans voor toch al zwakke bedrijven om geld van de staat te krijgen.

Géén grenzen, géén plafonds bij de crisishulp: die boodschap geven nu alle regeringen

Maar dat soort overwegingen doet er nu even niet toe. Ook Duitsland, in normale tijden strikt op de regels, laat de teugels nu helemaal vieren. Kredietgaranties voor bedrijven in nood kennen nu „geen bovengrens”, aldus minister van Financiën Olaf Scholz. Het geld moet echt gaan „klotsen”, niet een beetje „morsen”, zei hij.

Géén grenzen, géén plafonds bij de crisishulp: die boodschap geven nu alle regeringen, om zowel de maatschappij als ook de financiële markten gerust te stellen. Het is de boodschap van whatever it takes , de woorden die oud-president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi in 2012 met succes gebruikte om de eurocrisis te bedwingen.

Politici willen nu allemaal een beetje Draghi spelen. De Britse minister van Financiën Rishi Sunak sprak dinsdag zelfs letterlijk dezelfde woorden, toen ook hij beloofde bedrijven op de been te houden met kredietgaranties ter waarde van omgerekend 360 miljard euro: whatever it takes. Varianten daarop zijn: „Wij zullen sowieso echt alles doen wat nodig is” (minister van Financiën Wopke Hoekstra op RTLZ, vorige week) en „Ik zal niet twijfelen om alle middelen die ik beschikbaar heb aan te wenden (diens Franse collega Bruno Le Maire, deze week).

Creatieve overheden

Waar tijdens de financiële crisis de banken moesten worden gered, moeten nu bedrijven op de been worden gehouden en inkomens van burgers worden aangezuiverd. Overheden zijn creatief. In Denemarken kwamen regering, werkgevers en vakbonden overeen dat de staat 75 procent van de salarissen van werknemers betaalt mits bedrijven hen niet ontslaan. In Nederland is dit percentage sinds dinsdag maximaal 90 procent. In Duitsland jaste de Bondsdag er een wet doorheen die, net als tijdens de vorige crisis, deeltijdwerk (Kurzarbeit) moet subsidiëren.

Door de ernst van de nieuwe crisis – recessies in alle westerse landen gelden inmiddels als onafwendbaar – kunnen schijnbaar radicale maatregelen zomaar realiteit worden. Een ander idee dat nu opnieuw ter sprake komt in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten, is het basisinkomen, al zijn er nog geen tekenen dat landen dit willen invoeren.

Of alle noodmaatregelen werken, valt nog sterk te bezien. Fouten maken mag, zo lijkt nu het credo. Beter snel en een beetje slordig, dan precies uitgedacht, maar te langzaam. Nogal eens klinkt de analogie van de oorlog. De „oorlog” tegen het coronavirus, die de Franse president Macron al had uitgeroepen, is ook een „economische en financiële oorlog”, zo deed minister Le Maire er dinsdag nog een schepje bovenop.

Lees ook: Geld moet blijven rollen, zegt kabinet

Eén ding is zeker: die oorlog zal heel veel geld kosten. Dat betekent ook: rap oplopende begrotingstekorten en staatsschulden. Wie die schulden moet gaan financieren, lijkt van later zorg. Maar beleggers die handelen in die staatsschulden zijn al wel bezorgd. Dinsdag liepen de rentes op staatsschuld scherp op, met name die van het schuldbeladen Italië, maar ook die van Nederland.

Het wordt steeds duidelijker dat centrale banken verder zullen moeten bijspringen om al die uitgaven ook betaalbaar te houden. Hetzij door de opkoop van meer staatsschuld (daarmee wordt de rente gedrukt), hetzij op een andere manier. Ook aan centrale banken klinkt de oproep om taboes overboord te werpen.

Monetair econoom Lex Hoogduin stelde deze week in NRC voor om tijdelijk het verbod op ‘monetaire financiering’ (de financiering van overheden door centrale banken) op te heffen. Elke regering kan haar rekening bij de nationale centrale bank „rood trekken, zover als nodig – mits voor gerichte uitgaven”, aldus Hoogduin.

Nieuw gemeengoed

Dit zijn dagen van omwentelingen, waarin onder druk (heel) veel (heel) vloeibaar wordt. Later, als het virus is uitgewoed, zal blijken of de snel uitgedijde rol van de overheid in de economie van tijdelijke aard was, of slechts het begin van langduriger veranderingen. Wat nu aan beleid wordt ingezet, kan ook gaan wennen en gemeengoed worden. Dat geldt ook voor mogelijk nieuw crisisbeleid van centrale banken.

Om bij Macrons analogie van de ‘oorlog’ te blijven: het zou niet de eerste keer zijn dat delen van de oorlogseconomie de oorlog zelf overleven. Na zowel de Eerste Wereldoorlog als de Tweede Wereldoorlog, die beide gigantische collectieve inspanningen vergden, kregen publieke investeringen en sociale verzekeringen een impuls. Wat de sociaal-economische erfenis van de coronacrisis zal zijn, valt nu nog niet te zeggen.