Reportage

In Madrid zijn alleen bezorgers nog op straat

Lockdown De meeste bezorgers van maaltijden in Madrid zijn Venezolanen. Bang zijn ze niet. „In Venezuela heb ik alle ziektes al gezien.”

Madrid, 17 maart.
Madrid, 17 maart. Foto James Rajott

De straten van Madrid zijn sinds de ‘lock- down’ van afgelopen weekeinde totaal verlaten. De bewoners van de Spaanse hoofdstad komen vrijwel alleen nog buiten om naar hun werk te gaan, voor een boodschap of een rondje met de hond. Politie en leger houden streng toezicht op de afgekondigde maatregelen. Zelfs drones worden daarbij ingezet. Wie zich zonder reden op straat bevindt, riskeert een forse boete. De voorbije dagen zijn er al honderden uitgedeeld. Maaltijdbezorgers vormen een uitzondering. Ze fietsen met hun fast food overal naar toe. Als enigen flitsen ze zonder problemen met hun groene, grijze en gele tassen over de Calle Alcalá, langs de fontein van Cibeles, over La Puerta del Sol, en naar de buitenwijken.

In Spanje komt het overgrote deel van deze maaltijdbezorgers uit Venezuela, doorgaans mannen van tussen de twintig en de vijftig jaar. Er wonen in totaal zo’n honderdduizend Venezolanen in Madrid. Uit steden als Caracas, Maracaibo of Barquisimeto gingen ze op de vlucht voor het regime van Nicolás Maduro en zijn ze nu verzeild geraakt in de coronapandemie. Stoppen met werken is voor hen geen optie. Ook al ontbreekt het hun vaak aan de broodnodige mondkapjes en handschoenen. Dan maar een sjaal voor de mond. Ze hebben iedere euro nodig om te overleven en riskeren daarom hun eigen gezondheid om anderen van voedsel te voorzien. Maar of en hoe deze ‘kleine helden van de crisis’ straks profiteren van het aangekondigde noodpakket ter waarde van 200 miljard euro van de regering Sánchez is zeer onzeker.

Francisco González (26) ‘Bang voor het virus ben ik niet, ik heb alle ziektes langs zien komen’

Francisco González delivers food for Glovo on Tuesday, March 17 in Madrid.

Uit de om zijn arm geklemde Iphone klinkt opzwepende muziek als Francisco González door het verlaten centrum van Madrid fietst. Op zijn rug hangt een gele tas van Glovo vol met sushi. „Crisis of geen crisis, de mensen blijven toch eten”, zegt González lachend.

González behoort tot de weinigen in Spanje die nog ongestoord de straat op mogen. Als maaltijdbezorger heeft hij ondanks de ‘lockdown’ in Madrid toestemming om te werken. Zo snelt hij vanaf het sushi-restaurant langs de politieagenten en militairen die op Puerta del Sol waken over de openbare orde. Wie niets op straat te zoeken heeft krijgt onherroepelijk een boete. „En toch zie je nog veel mensen buiten lopen”, vertelt González. „Die denken zeker dat alleen oudjes aan het virus doodgaan. Alleen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt kunnen we deze strijd winnen.”

Het bezorgen van pizza’s, pasta’s en ander fastfood is de verantwoordelijkheid van González en duizenden anderen. Niet toevallig komen velen van hen uit Venezuela en in Madrid kan vrijwel iedereen direct aan de slag als maaltijdbezorger. „Ik doe dit nu een jaar. En eigenlijk bevalt het me best”, zegt hij. „Honderd keer beter dan in Venezuela waar je dood wordt geschoten om de fiets waar ik nu op rij.”

Veel zorgen maakt hij zich niet over zijn toekomst. „Bang voor het virus ben ik niet. In Venezuela heb ik alle ziektes van de wereld al wel langs zien komen. Alleen deze nog niet.”

Gerson Ramírez (38) ‘Voor een paar euro per uur lopen wij kans geïnfecteerd te worden’

Gerson Ramírez. Foto James Rajott

Geroutineerd ontwijkt Gerson Ramírez in de Madrileense nieuwbouwwijk Sanchinarro de verkeersdrempels. Dat doet de 38-jarige Venezolaan niet alleen om zijn motor te sparen, maar ook om een geroosterde kip zo intact mogelijk naar de plek van bestemming te brengen. Na een paar kilometer door vrijwel lege straten zet hij zijn motor neer aan de Calle Archiduque Alberto. Ramírez neemt de doos van Just Eat mee, belt aan en levert de Peruaanse specialiteit af. De eerste klus van de dag is geklaard. „Eigenlijk is dit niet goed”, zegt Ramírez, de helm nog op zijn hoofd. „Iedereen zit binnen, maar wij lopen voor een paar euro per uur het risico geïnfecteerd te raken.”

Anderhalf jaar geleden verliet Ramírez zijn geboortestad Caracas, maar nog steeds zit zijn leven vol onzekerheden. Na de uitbraak van het coronavirus leeft hij helemaal van dag tot dag. „Iedereen weet dat er in Venezuela niet meer te leven valt. Ik heb eerst geprobeerd in Colombia een bestaan op te bouwen, maar daar is het niet veel beter”, legt de vrijgezel, die in Venezuela ooit artiesten beveiligde uit. „Spanje sprak me eigenlijk altijd wel aan. Mijn opa kwam hier vandaan. Ik wacht nog steeds op de juiste papieren. Maar ik heb nu wel een vast contract.”

Ramírez heeft zijn fiets onlangs ingeruild voor een motor. Nu vraagt hij zich af hoe lang de zekerheden die hij heeft, nog standhouden. „Zolang we mogen werken doen we dat. Maar misschien wordt iedereen over een paar weken wel op straat gezet.”

Arnaldo Belisario (48) ‘M’n vrouw stond in de rij voor wc-papier. Het is net Venezuela, zei ze’

Arnaldo Belisario. Foto James Rajott

Arnaldo Belisario hangt achterover op een bankje. De 48-jarige Venezolaan, behangen met een groene tas van Uber Eats , neemt in een stadswijk van Madrid even pauze nadat hij net een hamburger heeft afgeleverd. Het is eenzaam wachten op een nieuwe bestelling. Want sinds ‘de alarmfase’ in Spanje van kracht is mogen de maaltijdbezorgers niet meer buiten in groepen bijeen staan. „Sommige mensen denken misschien dat wij nu omkomen in het werk, maar niets is minder waar”, zegt Belisario. „De angst is groot. Ook om eten van bezorgers aan te nemen. Vaak worden we geacht het gewoon voor de deur neer te zetten. Een fooi kan je dan vergeten.”

Belisario heeft de voorbije decennia in Venezuela al zoveel ellende meegemaakt, dat zelfmedelijden in Spanje nu geen vat op hem krijgt. „Alles is nu eenmaal beter dan de huidige situatie in mijn land”, zegt de Caraqueño, die in de Venezolaanse hoofdstad ooit in de telecommunicatie werkte. „Ik woon nu twee jaar in Spanje met mijn vrouw en drie kinderen. Het is afwachten of de Spaanse regering zzp’ers gaat helpen. Misschien mogen we onze quota later betalen. Of krijgen we hulp bij de huur.”

Al met al is het coronavirus geen reden voor Belisario om terug te keren naar zijn land. „Nee, ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Mijn vrouw stond deze week nog in de rij voor toiletpapier: ‘Het is net Venezuela, zei ze gekscherend.’