Het virus is verslagen, zegt Beijing. Maar Wuhan is kwaad

China Trots toont China de wereld dat het de epidemie bedwongen heeft en de Communistische Partij zingt de eigen lof over haar aanpak. Binnenslands is de tolerantie voor staatspropaganda sterk gedaald. Maar kritiek wordt genadeloos gecensureerd.

Vrijwilligers delen voedsel uit dat bewoners in Wuhan, in China, hebben besteld.
Vrijwilligers delen voedsel uit dat bewoners in Wuhan, in China, hebben besteld. Foto Angelo Carconi/EPA

Op de markt in het district Chaoyang in Beijing moet je eigenlijk een meter afstand van elkaar houden. Bij de ingang staat een vrouw met een rood jack, een rood petje en een rood vlaggetje. Zij deelt desnoods tikken met het vlaggetje uit om er zeker van te zijn dat iedereen zich netjes aan de regels houdt. Een man in het rood registreert van iedereen de temperatuur. Zonder mondkapje kom je niet binnen.

Maar eenmaal binnen lukt afstand houden niet. Daarvoor is het te druk. Niet zo druk als vóór de uitbraak van Covid-19, maar wel weer veel drukker dan een week terug. Een verkoopster van sinaasappels en mandarijnen in een roze winterjas is niet bang dat klanten haar met Covid-19 besmetten. „De ziekte is hier niet meer”, zegt ze lachend.

Zover gaat de Chinese overheid niet, maar die wijst er wel op dat de ziekte in China nu zo goed als onder controle zou zijn. En de overheid zegt inmiddels ook: wij zijn in deze crisis niet de boosdoener, maar juist het schoolvoorbeeld van hoe je een epidemie te lijf moet gaan.

En dat niet alleen: Zhao Lijian, woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, beschuldigt zelfs de Amerikanen ervan dat die de ziekte naar China hebben gebracht. „Wanneer hadden de VS hun patiënt nul? (…) Misschien is het wel het Amerikaanse leger dat de epidemie naar Wuhan heeft gebracht. Wees transparant! Maak je gegevens bekend! VS, jullie zijn ons een verklaring schuldig!”, twitterde hij op 12 maart.

De Amerikaanse minister Mike Pompeo (Buitenlandse Zaken) noemde de Chinese suggestie „een bizar gerucht” en tekende protest aan bij zijn Chinese ambtsgenoot voor het verspreiden van de suggestie.

Zhao Lijian staat niet alleen. De invloedrijke Chinese arts Zhong Nanshan, die een belangrijke rol speelde bij de bestrijding van de besmettelijke longziekte sars in 2003, stelde eveneens dat er nog geen bewijs is dat de ziekte echt in Wuhan is begonnen.

‘Vakkundig leiderschap’

Dat vindt de Chinese epidemioloog Zhang Wenhong een onzinnige gedachte. „Dan zouden we ongeveer tegelijkertijd patiënten hebben zien opduiken in verschillende delen van het land, dan hadden we niet alleen een concentratie in Wuhan gezien”, zei Zhang in de Engelstalige staatskrant China Daily van 28 februari. Zijn opmerkingen vonden echter geen wijde verspreiding in China: bij veel andere media werd het artikel zelf, of citaten eruit, offline gehaald.

Het stuk strookt niet met de boodschap die de Chinese staatspropaganda steeds luider uitdraagt: dat de uitbraak nu onder controle zou zijn is te danken aan president Xi Jinping persoonlijk en aan het vakkundige leiderschap van de Chinese Communistische Partij. Voor Xi’s positie, en zelfs voor het voortbestaan van de Communistische Partij van China als geheel, is het van het grootste belang dat vooral de eigen bevolking blijft geloven in de juistheid van wat de partij doet en op het hoogtepunt van de epidemie heeft gedaan.

Al kun je in China niet stemmen, de Chinese overheid heeft steun van de bevolking nodig om aan de macht te blijven. Als mensen het vertrouwen verliezen in de competentie van de Partij of van Xi, dan valt voor hen de reden weg om nog langer te doen wat de overheid voorschrijft. Dan ontstaat er chaos: iets waar de partij en Xi ook onder normale omstandigheden al panisch voor zijn.

Van chaos is in Beijing geen sprake. Iedereen laat telkens weer gedwee zijn temperatuur opmeten bij het betreden van een woonblok, een winkel of een park. Gewone mensen spreken je erop aan als je geen mondkapje draagt. Er wordt niet gehamsterd.

De overheid wil graag ook het internationale vertrouwen in China herstellen. Eerder al kondigde het Chinese staatspersbureau Xinhua de publicatie aan van een boek over de crisis. Volgens Xinhua toont het boek de ‘aanzienlijke voordelen’ van ‘het Chinese systeem van leiderschap en van socialisme met Chinese kenmerken’.

Het boek wordt in vijf talen vertaald, en maakt ook gewag van China’s inspanningen voor wat betreft ‘het versterken van de samenwerking met de internationale gemeenschap’ als het gaat om de gezondheidszorg, zo meldde China Daily onlangs. China stuurt inmiddels teams van experts naar Italië en Spanje om daar te adviseren over wat de beste aanpak van de epidemie is (zie inzet) – hulpvaardigheid waarover de staatsmedia graag berichten.

Bitterheid en frustratie

Niet iedereen in China slikt alle overheidspropaganda. Vooral in corona-brandhaard Wuhan zitten de bitterheid en frustratie diep. Toen vicepremier Sun Chunlan begin maart een bezoek bracht aan een stadswijk daar, riepen bewoners vanuit hun flats: „Nep, nep, het is allemaal nep!” Zo zouden de ‘vrijwilligers’ die voedsel bezorgden speciaal voor haar bezoek zijn ingezet. Een dergelijk uitjouwen van hoge bezoekers is in China een ongekende gebeurtenis.

De plaatselijke overheid maakte het ook wel erg bont door dankbaarheidsonderwijs op te dringen aan de bevolking van Wuhan. Dat pikten veel mensen niet. De schrijfster Fang Fang uit Wuhan schreef een veel gedeelde column op de site van de Chinese mediaorganisatie Caixin: „Onze overheid zou een volksregering moeten zijn: die bestaat uitsluitend om de mensen te dienen. Ambtenaren werken voor ons, niet omgekeerd. Ik begrijp niet waarom onze leiders precies de omgekeerde conclusie trekken.”

Tedros Adhanom Ghebreyesus, het hoofd van de WHO, stelde in een interview met de Chinese staatstelevisie dat China de wereld heeft geholpen. Want door China’s aanpak heeft de rest van de wereld de tijd gekregen zich goed voor te bereiden op verspreiding van de ziekte in andere landen.

Dit terwijl China er niet happig op was om buitenlandse experts te laten meekijken bij de aanpak van de crisis: zelfs de WHO, die zich steeds gunstig heeft uitgelaten over de Chinese aanpak, moest tot half februari wachten voordat ze binnen mochten.

Superieuren

Lof aan het adres van Beijing valt in elk geval in Wuhan verkeerd. Een van de meest gelezen stukken in China van de laatste dagen is het interview met Ai Fen, een arts uit Wuhan die als een van de eersten merkte dat het virus de ronde deed. Zij betreurt het dat ze heeft geluisterd naar haar superieuren, die haar verboden om over de ziekte te praten. Daardoor zijn er meer mensen gestorven, en dat had ze nooit mogen laten gebeuren, vertelt ze in een emotioneel betoog.

De censuur maakte verspreiding van het stuk op sociale media zo goed als onmogelijk, maar mensen verzonnen de meest ingenieuze manieren om het toch te delen. Zo vertaalde iemand het stuk in het Koreaans, een taal waarop de geautomatiseerde censuur niet meteen reageert. Lezers konden de tekst dan zelf door een vertaal-app gooien om het origineel weer terug te krijgen.

Intussen is de onroerendgoedmagnaat Ren Zhiqiang, die kritiek had geuit op China’s aanpak van het virus, verdwenen, meldde The New York Times.

Ver van Wuhan, in Beijing, heeft de woede alweer plaatsgemaakt voor opluchting en hoop. Het ergste lijkt immers achter de rug, en het zachte weer brengt extra ontspanning. Steeds meer mensen maken inmiddels weer een wandelingetje in het park om de benen te strekken of de hond uit te laten. Kinderen steppen of rolschaatsen met vrolijke mondkapjes, speciaal voor kinderen gemaakt.

Zelfs mevrouw Chen van 78 is voor het eerst sinds weken weer naar de markt gekomen. Ze heeft een beige wollen muts op, leren handschoenen aan en een mondkapje voor. „Voor de veiligheid blijf ik maar kort”, zegt ze. „Maar even op de markt, dat durf ik nu wel weer.”

Lees ook deze reportage van Garrie van Pinxteren over China en het coronavirus