Experts: ‘Voer zo snel mogelijk nieuwe faillissementswet in’

Schade beperken Om faillissementen en ontslagen te beperken, moet de Kamer zo snel mogelijk instemmen met de reeds ontworpen nieuwe faillissementswet. Daartoe roepen hoogleraren en curatoren op.

Er wordt een golf aan ‘coronafaillissementen’ verwacht.
Er wordt een golf aan ‘coronafaillissementen’ verwacht. Foto Remko de Waal/ANP

Een groep van 22 vooraanstaande faillissementsexperts roept de politiek op om zo snel mogelijk de nieuwe faillissementswet in te voeren die ter behandeling bij de Tweede Kamer ligt. Invoering van de wet – waar sinds 2013 aan is gewerkt – perkt de golf van verwachte ‘coronafaillissementen’ in en voorkomt duizenden ontslagen, verwachten de experts.

Behandeling van de wet stond oorspronkelijk begin maart op de agenda van de Kamer, maar werd uitgesteld. „Er is een uitslaande brand en we hebben een splinternieuwe brandweerauto in kazerne staan, maar we kunnen hem niet gebruiken omdat de Tweede Kamer hem niet vrijgeeft”, zo schetst hoogleraar Ruud Hermans de situatie.

Hij is verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit en nam mede het initiatief voor een brandbrief aan de Tweede Kamer die is ondertekend door insolventie-experts van grote advocatenkantoren en zeven hoogleraren.

Angstaanjagende getallen

Volgens Hermans kan de wet als hamerstuk worden aangemerkt of aangewezen als een van de ‘strikt noodzakelijke debatten’ die in deze periode van de corana-epidemie wél plaatsvindt. Op die manier zou de wet binnen enkele weken van kracht kunnen worden.

Ondanks het miljardensteunpakket dat het kabinet dinsdag presenteerde, staat het volgens Hermans buiten twijfel dat er een faillissementsgolf aankomt. „Ook minister Hoekstra heeft gezegd dat sommige bedrijven het ondanks dat pakket aan maatregelen niet gaan redden. Deze wet biedt een alternatief voor faillissement.”

Lees ook: ongekend steunpakket voor bedrijven en zzp'ers

Volgens de experts functioneert de huidige faillissementswetgeving niet. Voor het voorkomen van een faillissement via een herstructurering is nu vaak instemming van alle schuldeisers nodig. Dat komt mede doordat één schuldeiser die dwarsligt de redding van een bedrijf kan dwarsbomen.

Geïnspireerd op Amerikaanse en Engelse insolventiewetgeving is daarom sinds 2013 een nieuwe faillissementswet ontworpen: de Wet homologatie onderhands akkoord. Die schept de mogelijkheid dat de rechters een ‘dwangakkoord’ opleggen. Daarmee kunnen zij onder andere financiers verplichten een deel van het door hen verstrekte krediet af te schrijven.

Een rechter kan bijvoorbeeld opleggen dat alle financiers van een bedrijf 20 procent van hun lening wegstrepen. Ook zou een rechter bij een winkelketen met honderd filialen, de huurcontracten van de veertig verlieslatende filialen kunnen ontbinden. Die mogelijkheden bestaan nu niet.

Volgens Hermans is er „een brede consensus” over de nut en noodzaak van de nieuwe wet. Hij wijst erop dat de conceptwet tot stand is gekomen via een jarenlang consultatieproces met betrokkenheid uit academische hoek, de advocatuur, de rechterlijke macht en de financiële sector. „De Raad van State heeft een positief advies uitgebracht.”

Veel schulden aangegaan

Job van Hooff, curator en bestuurder van advocatenkantoor Stibbe, wijst erop dat ondernemingen de afgelopen jaren onder invloed van de lage rente veel schulden zijn aangegaan. „Dat was misschien verantwoord met de omzet van toen, maar als die omzet nu halveert kan het niet zomaar uit.”

Het miljardenpakket van het kabinet biedt ze weliswaar hulp, maar lost het inkomstenprobleem niet op. „Ik hoor de hele dag door angstaanjagende getallen van cliënten uit verschillende sectoren over de vraaguitval en opdrachten die geannuleerd worden”, vertelt Van Hooff. Juist tegen die achtergrond is de nieuwe faillissementswet cruciaal, zegt hij. „Je zult zien dat er de komende periode een grote behoefte bestaat om de schuldenpositie van bedrijven aan te passen.”

De wet is met name relevant voor middelgrote en grote bedrijven, maar ook het mkb heeft er voordeel van. Dat komt, zeggen Van Hooff en Hermans, doordat de mogelijkheid gecreëerd wordt toeleveranciers door te blijven betalen. Deze toeleveranciers – van de catering en beveiliging tot kantoorartikelenleverancier en ingehuurde zzp’er – moeten nu bij een faillissement als ‘concurrente schuldeisers’ achteraan sluiten en zien vaak geen geld terug.

Lees ook: kabinet zet zuinigheid opzij voor coronacrisis

Hoogleraar Hermans, voorheen advocaat, was de afgelopen jaren betrokken bij het consultatieproces en uitwerken van de wet. „Bij bedrijven in moeilijkheden is een maand een eeuwigheid. Elke dag dat je wacht maakt het moeilijker om te herstructureren.”