Foto Andreas Terlaak

Interview

Låpsley: ‘Elk jaar wordt het leven beter’

De Britse Låpsley maakte een tweede album na een periode van emotionele problemen, waarin ze bevallingsassistent werd. „Niet alles draaide om mij. Heel verfrissend.”

De Britse zangeres Låpsley combineert uitersten: ze praat als een freule, maar ze heeft tatoeages als een zeebonk. Ze steekt twee onderarmen naar voren en vertelt over het ruw getekende portret van haar hond op de ene, en de schelp en zeemeeuw – symbolen voor kustplaats Southporth waar ze opgroeide – op de ander arm.

Er is meer. Zo is Låpsley bekend als zangeres, maar is ze ook doula, ofwel bevallingsassistent. Ze geeft inmiddels cursussen. Dat doe ze zelfs nu ze zich opmaakt voor de verschijning van haar nieuwe, tweede album en de daaropvolgende tournee.

Daarbij is ze niet alleen zangeres. Låpsley produceert zelf haar album en ze bedenkt haar muziek en melodieën. Het maakt haar nijdig als mensen haar ‘singer-songwriter’ noemen. „Niemand zou James Blake een singer-songwriter noemen. Natuurlijk niet, hij maakt zelf zijn elektronische muziek. Net als ik. Maar omdat ik een vrouw ben, wordt er gemakzuchtig van uitgegaan dat ik liedjes zing bij een gitaar.”

Even klinkt er een schelle toon door in haar beschaafde Engels – het resultaat van een jeugd in een gezin waar het „voor de hand lag dat je voor dokter of advocaat ging studeren”.

Maar de pubertijd bracht Holly Lapsley Fletcher, nu 23, in contact met raves, drugs en muziek. Er was geen weg meer terug. Holly Fletcher werd Låpsley – de å verwijst naar Scandinavische voorouders – en ze begon muziek te maken. Op haar negentiende debuteerde ze met het album Long Way Home (2016), dat wereldwijd indruk maakte. Wat opvalt is haar enigszins geaffecteerde stem en de plotselinge uitingen van diepgevoeld verdriet in donkere stembuigingen. Haar elektronica, soms ondersteund door piano, klinkt klaterend en voluptueus, met vertraagde tempi en ritselende synthesizers.

Antiserum

Na haar debuut wilde ze direct aan een tweede album beginnen, maar de „gekte van de muziekwereld” stond in de weg. „Ik had mentale en emotionele problemen, en kon niet meteen doorwerken. Zo kwam ik op het idee om iets anders te gaan doen. Ik ging studeren voor ‘doula’, dat is iemand die een moeder tijdens de bevalling tot steun is.” Ze noemt deze taak een „antiserum” tegen de muziek. „Want daarin draaide alles altijd om mij. Als doula stond ik niet meer middenin de aandacht, maar had ik een ondersteunende rol. Heel verfrissend.”

Låpsley kijkt terug op die periode in een hotel in Amsterdam, tijdens een korte tournee, met haar band. Haar 20 maart te verschijnen nieuwe album, Through Water, nam ze op in een periode van bezeten werklust, in een zelfgebouwde studio. „Ik had een goede werkpartner in Joe Brown. Samen luisterden we naar oude lp’s van bijvoorbeeld Kate Bush, Cocteau Twins en Kraftwerk, en dan gingen we zelf muziek maken. Ik raakte geabsorbeerd door de klanken, de mogelijkheden, de techniek. Het was als een golf van creativiteit waarin ik terechtkwam.” „Bijna griezelig” noemt ze de constante behoefte om te creëren. „Het neemt je volledig in beslag. Eng, maar fijn.”

Er kwamen prachtige nummers uit voort. Zoals ‘My Love Was Like The Rain’, met de heldere schakering van synthetische klanken als ondergrond voor haar volle soulstem. Er is het majestueuze titelnummer ‘Through Water’ en de glazige omlijsting van het koerende ‘Sadness Is A Shade Of Blue’. Zo ontwikkelde Låpsley haar eigen elektronische soul, een genre dat maar door weinig muzikanten met succes wordt beoefend.

Vrolijkste liedje

En net zoals ze op haar debuutalbum het poppy liedje ‘Operator’ zong, verrast ze hier met het opgewekte ‘Womxn’. ‘Womxn’ was het allereerste nummer van dit album dat ze schreef, zegt ze nu. „En het is het vrolijkste liedje dat ik ooit schreef, al is het ontstaan in een periode dat ik het leven somber zag. Ik schreef de tekst uit het perspectief van een oudere versie van mezelf. Mijn oudere ik die alles beter wist.

„Ik was negentien, en ik verheugde me op elk jaar dat ik ouder zou worden. Dan zou het leven beter worden, dacht ik. En zo is het ook.”

Water is het hoofdthema van dit album. Want Låpsleys vader was als ingenieur „altijd met water bezig”, zegt ze. Ze vindt dat water tweeslachtig is, het kan kalm en vredig zijn, of heel gevaarlijk. „Water is een metafoor voor het leven van een twintiger. Je kunt je voelen alsof je gladjes wegzeilt” – ze pauzeert en glimlacht even – „of alsof je verdrinkt.”

We praten over de sfeer van de muziek: moet die altijd overeenkomen met die van de tekst? „Muziek kan de woorden ondersteunen of juist een tegenhanger zijn. Soms combineer ik een duistere regel met een luchtig akkoord, bijvoorbeeld.”

Wie het laatste lied van haar album luistert, ‘Speaking Of The End’, zal het niet vermoeden, maar juist dit onderwerp – de spanning tussen vorm en inhoud – was hier een dilemma. „Het liedje gaat over het beëindigen van een relatie en het begin van een nieuwe. Mijn zorg ging speciaal om de allerlaatste noot, dat is de klank waarmee je de luisteraar ‘laat gaan’”, zegt Låpsley. „Toen ik het lied na een tijdje terughoorde, was ik verrast dat het afsluit met een mineur. Het nummer gaat over kijken naar de toekomst en een nieuwe fase. Het was leuk geweest als het positief zou eindigen, met als boodschap ‘Het komt goed’. Maar dit is eerlijker. Het leven is nu eenmaal hachelijk.”

Through Water van Låpsley verschijnt 20 maart bij XL Recordings. Låpsley zal deze zomer in Nederland optreden.