Doet Nederland te weinig om het coronavirus te stoppen?

Vijf vragen over de Nederlandse aanpak In sommige landen ligt het openbare leven stil, Rutte vindt ‘maximale controle’ beter. Wat zijn de voor- en nadelen?

Een supermarkt in Groningen is nog open: wel draagt de kassamedewerker een mondkapje en handschoenen.
Een supermarkt in Groningen is nog open: wel draagt de kassamedewerker een mondkapje en handschoenen. Foto Kees van de Veen

De Wereldgezondheidsorganisatie is zeer kritisch op het beleid van Nederland om groepsimmuniteit een rol te laten spelen in het bestrijden van het nieuwe coronavirus. „Onze boodschap aan alle landen blijft: neem allesomvattende maatregelen”, herhaalt directeur-generaal Tedros van de WHO. „Elk land dat kijkt naar de ervaring van andere landen met grote uitbraken en denkt: ‘dat overkomt ons niet’, maakt een dodelijke fout.”

Toch denken Nederlandse beleidsmakers dat de epidemie zonder draconische maatregelen bestreden kan worden. Niet vol op de rem staan, maar gedoseerd proberen de vaart uit de virusverspreiding halen, en zonodig extra bijremmen. En passant zou dit beleid van „maximale controle”, maandag door premier Rutte op televisie uitgelegd, ertoe moeten leiden dat onder de bevolking groepsimmuniteit ontstaat.

1 Is de Nederlandse aanpak te laconiek?

Een team van Britse wetenschappers onder leiding van Neil Ferguson van het Imperial College in Londen, waarschuwt in een rapport dat volledig vertrouwen op groepsimmuniteit volgens hun modellen zal leiden tot een overbelasting van ziekenhuizen en als gevolg vele tienduizenden doden. Daarmee is het beeld ontstaan dat mensen als ‘kanonnenvlees’ worden ingezet om de epidemie te stoppen; er zullen veel slachtoffers vallen voordat het doel bereikt is.

Maar volgens RIVM-epidemioloog Jaap van Dissel is dat scenario een misverstand. „De groepsimmuniteit is absoluut geen doel op zich”, zei hij woensdag in een technische briefing voor de Tweede Kamer. Hij legde uit dat „niets doen” geen optie was, maar dat een lockdown ook niet wenselijk was. De Nederlandse aanpak zit in het grijze tussengebied: voorkomen dat de epidemie uit de hand loopt én het openbare leven zoveel mogelijk laten doorgaan. Het ontstaan van groepsimmuniteit is een gunstig bij-effect, dat je zou missen bij een lockdown.

2 Wanneer is er sprake van groepsbescherming?

Groepsbescherming ontstaat als het aandeel mensen dat de infectie al heeft doorgemaakt zo groot wordt dat kwetsbare mensen weinig risico lopen besmet te raken. De grootte van de nodige buffer verschilt per ziekte. Voor mazelen – zeer besmettelijk – geldt een ondergrens van 95 procent. Voor Covid-19 schatten deskundigen het op 60 procent.

Het kan jaren duren voordat dat niveau gehaald wordt, en maatregelen die de overdracht van het virus beperken, vertragen ook de opbouw van groepsbescherming. Bovendien is nog niet bekend hoe lang iemand immuun blijft. Bij andere, minder gevaarlijke coronavirussen blijft die weerstand hooguit twee jaar in stand, waarna mensen opnieuw geïnfecteerd kunnen raken.

Lees ook: Het bereiken van de door premier Rutte gewenste groepsimmuniteit kan jaren duren

3 Voorkomt deze strategie een lockdown in Nederland?

Dat is niet zeker. Als ziekenhuizen de toestroom van ernstig zieke patiënten niet meer aankunnen, zullen alsnog ingrijpender maatregelen genomen worden. Rutte zinspeelde dinsdag al dat een tijdelijke lockdown dan tot de mogelijkheden behoort. Dat hoopt het kabinet te voorkomen.

4 Zullen door deze aanpak meer doden vallen?

Het percentage besmette mensen dat overlijdt is nog ongewis – het lijkt erop dat een deel van de besmettingen nauwelijks tot symptomen leidt. Het voorspellen van aantallen doden is daardoor nog nauwelijks mogelijk. Schattingen laten zien dat het dodental van deze ziekte sowieso tot tienduizenden kan oplopen, maar alles hangt af van in hoeveel tijd die vallen. Wat zeker is: de sterfte stijgt het hardst als veel mensen tegelijk ziek worden en het systeem van intensieve zorg verstopt raakt.

Bij voldoende afgrendeling zou de epidemie uitdoven. Maar het gebied blijft dan kwetsbaar voor een nieuwe uitbraak, omdat de bevolking onvoldoende weerstand tegen het virus heeft kunnen opbouwen. Daardoor kan het virus later alsnog nieuwe slachtoffers maken.

5 Hoe verschilt de Nederlandse aanpak van de rest van Europa?

Inwoners van Frankrijk, Spanje en Italië mogen nauwelijks de straat op. Aan de andere kant van het spectrum stond aanvankelijk het VK. Premier Johnson volgde de lijn dat groepsimmuniteit de slimste strategie was. Maar toen wetenschappers voorrekenden dat tot 30 procent van de opgenomen patiënten op de intensive care kan belanden, koos hij toch voor indamming. Inmiddels worden ook daar scholen gesloten. „Groepsimmuniteit is niet ons doel”, zei een woordvoerder. „Levens redden is ons doel.”

Van Dissel zei woensdag dat hij geen wezenlijke verschillen ziet tussen de Europese strategieën. Ieder land zit in een andere fase van de epidemie en treft overeenkomstige maatregelen, legde hij uit. Europa heeft de uitbraak niet zo kunnen bedwingen als bijvoorbeeld Singapore en Taiwan. Die landen is het wel gelukt met vroege, vergaande maatregelen. Daarom is Europa nu gericht op het vertragen van de verspreiding, om overbelaste zorgsystemen te voorkomen. Dat doen zij, afhankelijk van onder andere de ernst van de uitbraak en de leiderschapscultuur, in verschillende gradaties.

In Oost-Azië blijkt nu dat ook lockdowns geen garanties bieden. In China vinden nauwelijks nieuwe besmettingen plaats, maar komen wel dragers van buiten het land in. Door het ontbreken van groepsimmuniteit moet China alert blijven op nieuwe verspreiding. Dit geldt ook voor Taiwan, Singapore en Zuid-Korea, landen die kozen voor grootschalig testen en isoleren.