Wordt het de Westertoren, of toch het Rijks?

Slechtvalken Het was een grote verrassing: twee slechtvalken die rondhingen bij het Rijksmuseum! In allerijl werden er nestkasten geplaatst. Maar nu lijkt de Westertoren meer kans te maken bij de razendsnelle roofvogels. Ze willen in elk geval op stand wonen.

Boven: mannetje slechtvalk op de omloop van de Westertoren, zondag 15 maart. Als jong geringd 7-5-2018, Den Haag. Onder: vrouwtje slechtvalk op wijzerplaat Westertoren, dinsdag 17 maart. Als jong geringd 19-5-2018, Laken, Brussel. Foto’s Roely Bos
Boven: mannetje slechtvalk op de omloop van de Westertoren, zondag 15 maart. Als jong geringd 7-5-2018, Den Haag. Onder: vrouwtje slechtvalk op wijzerplaat Westertoren, dinsdag 17 maart. Als jong geringd 19-5-2018, Laken, Brussel. Foto’s Roely Bos

„Je moet denken als een slechtvalk”, zegt Martin Melchers, voormalig stadsecoloog van Amsterdam. Melchers was betrokken bij het plaatsen van nestkasten voor slechtvalken (Falco peregrinus) in de stad, bijvoorbeeld op de bankgebouwen van ABN/AMRO aan de Zuidas en ING bij station Bijmer ArenA. Op 16 november vorig jaar ontdekte Melchers een paartje slechtvalken bij het Rijksmuseum. Twee maanden later, vanaf 19 januari, waren ze volop aan het baltsen en paren, ze vertoonden territoriaal gedrag waarmee ze potentiële concurrenten duidelijk maken: dit is onze plek.

Bij het aflezen van de ringen bleek dat zowel het mannetje als vrouwtje geringd was in 2018. Ze leven dus nu in hun derde kalenderjaar, zoals dat heet. Het mannetje is afkomstig uit Den Haag, van de neogotische bakstenen Sint-Jacobus de Meerderekerk aan de Parkstraat. Het vrouwtje werd geboren op een nest op de rijk gedecoreerde Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken, bij Brussel. Volgens Roely Bos van de Vogelwerkgroep Amsterdam, „kiezen de beide vogels nu voor statige locaties, zoals ze die kennen van de plekken waar ze uit het ei kropen en voor het eerst vlogen. Dat is wat anders dan de kale torens van de Hemweg Centrale of de ABN/AMRO.”

Warm welkom

In samenwerking met de Vogelwerkgroep Amsterdam werd besloten een nestkast te plaatsen, want het Rijksmuseum heet de valken een „warm welkom”, aldus gebouwbeheerder Igor Santhagens. Slechtvalken zijn de snelste roofvogels ter wereld. Dankzij hun gestroomlijnde lichaam en sikkelvormige, oersterke vleugels kunnen ze in de jachtvlucht een snelheid bereiken van meer dan driehonderd kilometer per uur.

In een stad als Amsterdam leven ze voornamelijk van stadsduiven en dat komt het Rijksmuseum goed uit: de duiven zorgen voor overlast en de valken vormen een natuurlijke bestrijder. Nu de roofvogels zich hebben aangediend mag het museum van geluk spreken, „alsof men een rechtstreeks contact heeft met Onze Lieve Heer”, aldus Melchers. Het museum met zijn acht torens, versierd met ornamenten, bleek een geschikte plaats voor de vogels.

Er werd besloten twee kasten te plaatsen, één achter een luik op de toren aan de Hobbemakade en het Museumplein en één in de linker klokkentoren aan de Stadhouderskade. Op die laatste plek plukten de vogels hun prooi. Melchers had wel een paar bedenkingen: „Slechtvalken hebben het luchtruim als biotoop. Eigenlijk is het Rijksmuseum te laag, zo’n 25 tot 30 meter is niet veel voor een vogel die het liefst op de hoogste kliffen broedt en hoge uitkijkposten prefereert.”

Een nestkast moet zo geplaatst worden en er zo uitzien, dat het lijkt of hij staat op een steile rotsrichel. Daar voelt een slechtvalk zich veilig. Het is gebruikelijk een aanvliegrooster te plaatsen. Aan de gevel van het Rijksmuseum steekt zo’n rooster nu uit onder het klokkenspel.

Het rooster bij de nestkast op het Rijksmuseum. Foto Theo van Lent

Maar ondanks Santhagens enthousiasme en de geboden nestgelegenheid besloten de slechtvalken toch anders: ze hielden het Rijksmuseum voor gezien en verkasten naar de Westertoren.

Ware terreur voor duivenmelkers

Dat is niet zo vreemd. De bijna negentig meter hoge Westertoren met zijn transen, balkons en versierselen is altijd al een geliefde plek geweest voor slechtvalken. Vogelkenners uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, onder wie valkenier en vogeltekenaar Henk J. Slijper en A.B. Wigman, spraken er al over. In Geverderde vrijbuiters (1937) over Nederlandse roofvogels schrijft Wigman: „Zo kunnen de Amsterdammers bijna elk jaar op de Westertoren zo’n edele valk dag-in dag-uit zien zitten: een blauwgrijze vogel met gestreepte borst en krijgshaftige knevels”. Vanaf de toren heeft de slechtvalk een uitmuntend zicht op de „Jordaan met haar vele duivenmelkers; hij oefent een ware terreur uit onder de vreedzame gevederde bewoners der platjes”.

Mannetje slechtvalk op de omloop van de Westertoren, zondag 15 maart. Als jong geringd 7-5-2018, Den Haag. Foto Roely Bos

Vogelhistoricus Ruud Vlek en roofvogelkenner en hydrobioloog Tim van Nus namen de slechtvalken al in oktober en december van vorig jaar waar op de Westertoren. Ze pendelden heen en weer tussen de Westertoren en het Rijksmuseum. „Misschien was het een wat ongelukkige samenloop van omstandigheden”, aldus Van Nus, „dat het plaatsen van de kast op het Rijksmuseum juist voor verstoring zorgde”.

Rijksmuseum is als een rots

In 1990 broedde er voor het eerst een paartje slechtvalken in Limburg, en dat was groot nieuws: de schitterende vogel vestigde zich hier. Vanaf 2003 broedt hij in Amsterdam, inmiddels met vijf tot zes paren. Van Nus deed onderzoek naar slechtvalken op de Waddeneilanden Rottumerplaat en Rottumeroog. „Daar zijn geen bomen of kliffen dus broeden ze op de grond”, zegt hij. „Wat opvalt is dat vogels die op de grond zijn uitgebroed zelf ook weer op de grond gaan broeden. Deze Westertoren- en Rijksmuseum-slechtvalken zijn afkomstig van vergelijkbare gebouwen. Voor een valk is het Rijksmuseum als een rots in een vallei van lagere bebouwing.”

Vanaf de Westermarkt aan de oostkant van de toren, vanwaar Roely Bos de foto’s nam, zijn de slechtvalken goed te zien en te horen. Ze kekkeren schel en kiezen telkens vanaf de hoogste balustrade het luchtruim. Ze snijden met hun scherpgepunte vleugels als ankers door de lucht.

Vlek gaat elke dag kijken en dan ziet hij dat andere vogels, zoals meeuwen en duiven, hun gedrag hebben aangepast aan deze geduchte predator: de vogels blijven laag boven de daken vliegen, want daar zijn ze veilig. We zien een paring op de hoogste plek van de toren, daarna verdwijnt het vrouwtje net onder de wijzerplaat. Heeft ze daar een nest?

Slechtvalken bouwen geen echt nest, ze hebben voldoende aan wat gruis en grind of wat takken. Zowel Melchers als Bos vermoeden dat hier misschien een oud kraaiennest ligt dat ze hebben geconfisqueerd. Volgens Roely Bos is het ook een „barre plek om eieren te leggen”. Het is extreem hoog, het waait er hard en de eieren kunnen, als ze eenvoudigweg in de dakgoot liggen, zo wegrollen. Maar de valken kunnen na verloop van tijd „gerust weer naar het Rijksmuseum terugvliegen, als daar de rust is weergekeerd en de nestkast uitnodigend gereed staat, met vliegplank en al.”

Santhagens laat weten dat het deze week „nog onduidelijk is wat de vogels gaan doen. Ze vliegen wel weer rond het museum, vangen er prooien. Ze maken echter geen aanstalten tot broeden.” Van Nus zegt het treffend: „Peregrinus van de Latijnse naam betekent toch ‘reiziger’?” Dat klopt: vroeger stond de slechtvalk bekend om zijn grote trektochten en heet daarom ook Wanderfalke in het Duits. In Nederland kwam hij vooral voor in najaar en winter, op zijn reistochten.

Dat hij nu misschien gaat broeden op chique locaties als het Rijksmuseum of de Westertoren getuigt van smaak, aldus de vogelaars.

Info: zie waarneming.nl voor alle gegevens.
Lees ook, in de serie Amsterdamse beestjes: Sperwer