Opinie

De Warmoesstraat: plotseling best mooi

Column Amsterdam

Auke Kok

Ik doe iets wat ik twee weken geleden nog voor onmogelijk hield. Sterker nog, ik ben hier welbewust naartoe gegaan om te weten hoe het is, uit nieuwsgierigheid. Ik loop door de Warmoesstraat. Door het stukje van de oude binnenstad waar ik zelden of nooit kwam, waar ik misschien wel nooit een afspraakje had. Omdat ik geen leernicht ben en ook geen voetbalhooligan, ik geen gegrild vlees eet en mij sowieso niet graag tussen drommen schreeuwerige millennials begeef.

De Warmoesstraat was niet van ons maar van zullie; van toeristen en opgewonden dagjesmensen. Een halve kilometer vreemd gebied. Een lange rechte straat achter de Dam waar je, als je er toevallig toch doorheen moest, zo goed moest uitkijken dat je aan echt kijken niet toekwam.

Nu de pandemie ons de straat voor eventjes heeft teruggegeven, kijk ik m’n ogen uit: wat is ze mooi geworden! Ze dankt haar netheid aan de toeristen en hun portemonnees – en die zijn er nu dus niet.

Coronastilte: ze zou er niet moeten zijn, maar nu ze er toch is, kun je er je voordeel mee doen

Nou ja, bijna niet. Voor Hotel CC scharrelt een Spaanstalige familie rond met rolkoffertjes: er wordt gelachen. Leuk als iemand lacht in een verder stille straat, de vrolijke geluiden weerkaatsen vrijelijk tegen de gesloten deuren. Het roffelen van kofferwieltjes op de stoep, zo vaak vervloekt in lokale media, krijgen bij gebrek aan concurrerende wieltjes iets lieflijks. Het geluid van vijf koffertjes is al voldoende om even niet aan het verdriet, de angstige onzekerheid achter de dichte deuren te hoeven denken.

Coronastilte: ze zou er niet moeten zijn, maar nu ze er toch is, kun je er je voordeel mee doen. Want hoor nu eens de klok van de Oude Kerk, kraakhelder op een doordeweekse middag. Hoe vaak maak je dat nou mee?

Ongehinderd door de vrees tegen iemand op te botsen neem ik de tijd een gevel te bewonderen: midden op straat, als op een vroege zondagochtend in 1990. Zij het dat de gevel er toen waarschijnlijk haveloos bijstond; mogelijk moesten steunbalken alles rechtop houden en was het raam van de buren dichtgespijkerd. Anno 2020 staan alle panden in het langgerekte stukje Middeleeuws Amsterdam strak in de verf. Ik gooi mijn hoofd in mijn nek: witte barokke lijsten liggen als slagroom op de daken. Oudhollandse pracht, eindelijk goed te zien.

You need hasj, man?

Ik kijk het gassie onder zijn petje afkeurend aan – hij heeft het niet begrepen.

Wandelend door de Warmoesstraat voel ik het verleden. Het handelscentrum dat het in de beginjaren was. De vele pensions voor kooplui uit verre landen. De deftige winkelstraat die het in de Gouden Eeuw werd. De huizen van vermaak die er hun deuren openden. De verloedering in de naoorlogse periode. De Chinese opiumhandel, de hosselende Surinamers, het politiebureau van Baantjer. Waarna de boel werd schoongeveegd, de auto werd geweerd en het platte vermaak alles overnam.

De smalle straat werd veiliger, rijker, lawaaiiger. Amsterdam-Centrum in een notendop.

De Warmoesstraat zonder vrijgezellenfeestjes: geniet ervan zo lang het kan.

Auke Kok is schrijver en journalist.