China en VS: propagandaoorlog rond Covid-19 verhevigt

China China zet journalisten van drie grote Amerikaanse kranten uit. Een nieuw dieptepunt in de verhoudingen tussen China en de VS. „Bijzonder onverantwoordelijk in deze tijd”, aldus de hoofdredacteur van The New York Times.

Journalisten woensdag op de dagelijkse persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken.
Journalisten woensdag op de dagelijkse persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Foto Thomas Peter/Reuters

China heeft woensdag de accreditatie van zeker dertien Amerikaanse journalisten in China ingetrokken. Het gaat om correspondenten van The New York Times, The Wall Street Journal en The Washington Post. Die kranten houden daarmee vrijwel geen correspondenten in China meer over.

De stap betekent een nieuw dieptepunt in de toch al zeer slechte Amerikaans-Chinese verhoudingen. China kwam tot zijn besluit in reactie op een eerdere Amerikaanse maatregel om vijf Chinese staatsmedia in de VS tot „vertegenwoordigingen van een buitenlandse staat” uit te roepen. Het aantal werknemers mocht in totaal maximaal honderd bedragen, en zo’n zestig mensen moesten het land uit.

Juist de drie Amerikaanse kranten die nu zo zwaar worden getroffen, blinken uit in onafhankelijk onderzoek onder moeilijke omstandigheden. Maar daar denkt de Chinese overheid anders over. Chinese staatsmedia trokken woensdag fel van leer tegen wat zij noemden de bevooroordeelde berichtgeving van die media.

Zo kwam de staatskrant de Global Times met felle kritiek op hoe The New York Times heeft bericht over de uitbraak van Covid-19, over de opstanden in Hongkong en over de kampen voor Oeigoeren. Die artikelen waren volgens de Chinese krant geschreven „om het Chinese politieke systeem aan te vallen en China’s inspanningen om de epidemie in te perken zwart te maken”.

Het Chinese virus

Het zet de toch al gespannen Amerikaans-Chinese relatie nog meer onder druk. Niet alleen de eindeloos slepende handelsoorlog, ook een steeds heviger propagandaoorlog rondom Covid-19 maken dat beide grootmachten op vrijwel geen enkel vlak nog samen door een deur kunnen.

De Amerikaanse president Donald Trump en zijn minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo schoppen China met opzet tegen het zere been door de ziekte steeds vaker „het Chinese virus” te noemen. Volgens China een onjuiste en racistische benaming.

Donald Trump schopt China met opzet tegen het zere been door de ziekte steeds vaker „het Chinese virus” te noemen

China zegt dat de ziekte misschien wel door Amerikaanse militairen naar Wuhan is gebracht, want er waren toch Amerikaanse troepen in Wuhan in oktober 2019 die daar deelnamen aan een internationaal militair sportevenement?

Hetzelfde probleem

De agressie naar elkaar komt ook doordat Trump en Xi met hetzelfde probleem zitten. Ze hebben allebei belangrijke steken laten vallen in de aanpak van Covid-19, en ze willen daar koste wat kost de aandacht van afleiden.

Trump noemde Covid-19 een „hoax”, een nepverhaal, en doordat er aanvankelijk niet werd ingegrepen, kon de ziekte in de VS snel om zich heen grijpen. Chinese ambtenaren verboden artsen om over de ziekte te berichten en droegen ze op de eerste monsters van besmette patiënten te vernietigen. Daardoor was de ziekte al welig aan het tieren voordat maatregelen werden genomen.

Nu willen ze dat de wereld en vooral hun eigen bevolking dat zo snel mogelijk vergeet. Dat doen ze op klassieke wijze: door met een beschuldigende vinger naar de ander te wijzen en door zichzelf daarbij zo hard mogelijk te overschreeuwen.

Onverantwoordelijk

Maar waar je mensen misschien nog kan overtuigen met propaganda, met een virus lukt dat veel minder. Dat woekert juist voort als een regeringsleider vindt dat het eigenlijk helemaal niet mag bestaan.

Het werpt de vraag op hoe beide grootmachten hun aanpak van de crisis nog kunnen coördineren, en vooral hoe ze samen kunnen voorkomen dat de wereldeconomie volledig onderuit gaat.

Daarop wees hoofdredacteur Dean Baquet van The New York Times. Hij noemde de uitwijzing van de journalisten „bijzonder onverantwoordelijk in een tijd waarin de wereld een vrije en open stroom van geloofwaardige informatie over de coronavirusepidemie nodig heeft”.