Beethoven 250 jaar: de geniale componist in 9 eigenschappen

Klassiek 2020 is Beethoven-jaar. Ludwig van Beethoven (1770-1827), de revolutionair, de dove, de tragische mens versus de geniale componist. Wat moet je van hem weten, en welke invloed had zijn muziek? Een portret in 9 eigenschappen.

Negen musici, componisten en schrijvers vertellen over de betekenis van Beethoven.
Negen musici, componisten en schrijvers vertellen over de betekenis van Beethoven.

Wat lees je eerst als je je in alle rust in de mens, musicus en componist Beethoven wilt verdiepen? Jan Caeyers Beethoven-biografie is de beste actuele keuze voor een veelzijdige introductie. Maar voor sommigen begon de reis bij het kinderboek Eroica (1949) van Dr. Hélène Nolthenius en later haar monografie Beethoven vanuit zijn muziek (1956).

„Vanuit zijn muziek gezien is Beethoven niet tragisch. Dat verklaart het verschil in toonsoort tussen een beschrijving van zijn leven en een beschouwing van zijn werken”, heet het daar treffend in de inleiding.

Beethovens veelzijdigheid en zijn impact op latere generaties was zo groot dat je niet goed weet waar te beginnen. Zijn oeuvre is enorm, van vroege werken die nog echt ‘klassiek’ zijn en waarin Beethoven de lijn van Mozart en Haydn naar zijn eigen tijd doortrekt via een baanbrekender tussenfase naar de soms bijna onspeelbare („Wat gaat uw verdomde viool mij aan?”) laatste werken die je omver blazen, zo radicaal en origineel zijn ze.

Maar waar te beginnen? We vroegen tien kenners om één kant van Beethoven te belichten. (MS)

1. Beethoven en pianotrio’s

Pianist Hannes Minnaar Foto Frank Ruiter

‘Een grote rol in mijn leven’

Hannes Minnaar is een 35-jarige pianist. Met violiste Maria Milstein en de cellist Gideon den Herder vormt hij het Van Baerle Trio.

„Zoals bij de meeste pianisten speelt Beethoven een grote rol in mijn leven. Ik was veertien toen ik zijn eerste sonate ging spelen. Gaandeweg ontdek je de ontwikkeling die Beethoven doormaakte: waar hij als componist vandaan kwam, waar hij naartoe ging en de wereld van verschil daartussen.

„Het Van Baerle Trio heeft Beethovens complete pianotrio’s opgenomen. Zelfs in het vroegste trio, priller dan de eerste pianosonate, openbaart zich al de revolutionaire Beethoven. Jongehondenmuziek is het; energiek en overlopend van de kenmerkende wil zoveel mogelijk ideeën kwijt te kunnen. Vergelijk je Beethovens trio’s met die van zijn voorganger Haydn, dan openen zich totaal andere klankwerelden. Beide diepzinnig en origineel, maar waar Haydn vriendelijk en galant overkomt, is Beethoven radicaal.

„Ik heb ook alle pianoconcerten en alle vioolsonates opgenomen en uiteindelijk versterken die ervaringen elkaar. In de trio’s heb ik aanvankelijk ook geprobeerd stijlkenmerken die ik als ‘typisch Beethoven’ was gaan herkennen in te zetten. Stevige sforzati, een nadruk op de baspartij. Maar toen we een vroeg werk op die manier hadden gerepeteerd, vroeg ik me ineens af: klopt dit wel? Ben ik nu geen kennis over de late Beethoven aan het projecteren op de vroege Beethoven? Ik blijf erbij dat kennis je interpretatie verrijkt, maar heb er toen toch voor gekozen de vroege werken met meer klassieke frisheid te benaderen.

„Pianosonates heeft Beethoven tot op hoge leeftijd gecomponeerd, pianotrio’s niet. Maar ook in de trio’s vindt Beethoven deel voor deel opnieuw het wiel uit. Neem het uit twee trio’s opgebouwde opus 70. In het Geister Trio lopen de rillingen je over de rug terwijl je mond openvalt, zo agressief vernieuwend klinkt die muziek. Alsof opeens, quasi vanuit het niets, de Romantiek is begonnen. In Opus 70 nr. 2 toont Beethoven zijn andere, tedere kant. Dat trio ontroert me. Het is mild en intiem, maar tegelijkertijd krachtig. Zulke polen natuurlijk verenigen, dat kan alleen Beethoven.

„Is Beethoven mijn lievelingscomponist? Nee. Hij zet je voortdurend op het verkeerde been en altijd voel je dat er op de muziek is gezwoegd. In die zin was Beethoven geen Mozart of Mendelssohn, wier muziek zo uit de hemel lijkt te zijn gevallen. En de noeste arbeid die hij zelf in zijn werken stopte, vergt Beethoven ook van de uitvoerende. Je kunt nooit even wegdromen, want de muziek verandert waar je bijstaat. De grilligheid en voortdurende stroom aan ontwrichtingen maken Beethoven dodelijk vermoeiend om te spelen.

„Het Erzherzog Trio is het laatste werk dat Beethoven publiekelijk heeft uitgevoerd. Het derde deel daaruit is onaards. Beluister vooral de opname door Alfred Cortot met Pablo Casals en Jacques Thibaud: die is bedwelmend mooi en vervoert je naar een andere werkelijkheid, om dan – tám – te worden gevolgd door een soort klompendans die Beethoven toch geloofwaardig weet te maken. Waarom dat werkt, want dat doet het, kan ik niet in woorden vatten.” (MS)

Naar overzicht

2. De revolutionaire operacomponist

Dirigent René Jacobs Foto Molina Visuals

‘Je voelt altijd het drama’

Dirigent René Jacobs vond de revolutionaire Beethoven terug in de oerversie van diens enige opera ‘Leonore’. Hij maakte er een cd-opname van.

„De geschiedenis van Beethovens enige opera Leonore gaat in zekere zin over een gesmoorde muzikale omwenteling. Het verhaal zelf wortelt in de bloedige jaren, de Grande Terreur, van de Franse revolutie. De kerkers puilen uit met politieke gevangenen van de wrede Don Pizarro. Leonores geliefde Florestan is een van hen. In een poging hem te bevrijden dringt Leonore, vermomd als de jongen Fidelio, de gevangenis binnen.

„De muziek die Beethoven voor zijn oer-Leonore uit 1805 schreef, geeft een nieuwe wending aan de opera. Zijn muziek barst van de vondsten. De ouverture is een voorloper van het symfonische gedicht: een plot in instrumentale vorm. Het orkest verklankt onder meer het afdalen van Florestan in de donkere kerker, waar we hem pas in het derde bedrijf zullen aantreffen.

„Die drie bedrijven bezitten allemaal een eigen karakter en vorm. Het is alsof Beethoven alle genres laat samenvloeien. We beginnen met de speelsheid van het Singspiel, die we terug horen in het personage Marzelline, de cipiersdochter die verliefd is op Fidelio-Leonore. Het tweede bedrijf is een melodrama, waarin de gevoelens van Leonore het hart zijn. En het derde draait om de tragedie van de ter dood veroordeelde Florestan. Beethoven slaat hier nieuwe wegen in. Leonore plaveit de weg voor Richard Wagner.

„Helaas werd de première in Wenen een ramp. De stad was ingenomen door Napoleon. De Beethoven goed gezinde adel was gevlucht, waardoor vooral Franse officieren de zaal bevolkten. Die kregen niet alleen een Duits libretto voorgeschoteld, maar ook orkest, koor en solisten die zich nauwelijks hadden kunnen verdiepen in de toentertijd veeleisende en complexe muziek.

„Onder druk heeft Beethoven de opera daarna tweemaal bewerkt. De laatste hiervan, met de titel Fidelio, zien we het vaakst op de planken. In mijn ogen blijft de oerversie het best. Want daarna verliest Beethoven zich in compromissen en onbegrijpelijke inkortingen – kortom in een muzikale zelfmutilatie. Hij verwoest de geniale, revolutionaire vorm van het origineel.

„In de oorspronkelijke Leonore hoor je die genialiteit ook in de geweldige instrumentatie. Beethoven geldt vooral als de grootmeester van de absolute muziek. Zijn symfonieën zijn woordloos, maar je voelt altijd het drama: hij speelt thema’s tegen elkaar uit als personages in een toneelstuk. Hij schreef iedere noot alsof zijn leven ervan afhing. Dat vind ik terug in deze Leonore.” (JG)

Naar overzicht

3. Beethoven als virtuoos

Pianisten Lucas en Arthur Jussen Foto Peter van der Heyden

‘Hoe heeft hij het gedaan?’

De broers Lucas en Arthur Jussen spelen begin december Beethovens vijf pianoconcerten met het Nederlands Kamerorkest in Het Concertgebouw in Amsterdam.

Arthur: „De pianoconcerten van Beethoven zijn de Mount Everest in hun soort. Bij elke noot, elke maat, besef ik: dit is waar het om gaat in een pianistenleven. Zijn vijf pianoconcerten vertellen in zekere zin ook het verhaal van Beethovens eigen leven. Het eerste concert – dat overigens als tweede te boek staat – schreef hij in zijn late tienerjaren. Het bezit de sprankelende naïviteit van een jonge pianovirtuoos die zich wil tonen aan de wereld. Het is ook een ‘naakt’ stuk, is mijn ervaring. Ik soleer meer in een leegte, want het orkest zwijgt, dan wel fluistert, wanneer de vleugel zijn mond opent. Elke misser is hoorbaar.”

Lucas: „Hoe anders klinkt Beethoven in zijn laatste, Vijfde pianoconcert, zo’n twintig jaar later, toen hij al bijna volledig aan doofheid ten prooi was gevallen. Het is zo modern en avontuurlijk dat ik soms twijfel of ik de goede noten te pakken heb. De piano is ingebed in het orkest. Hij componeert hier veel symfonischer. Beethoven leidt het concert als genre een nieuw universum binnen. Hij verkent muzikale gebieden waar nog niemand zich voordien gewaagd heeft.”

Arthur: „Zoals alle geniale componisten keek Beethovens op den duur naar de toekomst. Hij was de profeet van een nieuwe tijd. Dat Vijfde Pianoconcert lijkt soms inderdaad net een symfonie met piano. Aan de andere kant is het pianistisch wel het meest macho van de vijf.”

Lucas: „Ik denk dat zijn ziel in de vleugel zat. Zijn 32 pianosonates wekken soms de indruk van een muzikaal dagboek: naarmate zijn doofheid groeit, worden ze vreemder, stiller, eenzamer. Ze ontstijgen langzaam onze wereld. Hij kon uiteindelijk niet meer anders dan dolen in zijn eigen innerlijke labyrint. Zijn tijdgenoten begrepen niet waar die klanken uit zijn late sonates vandaan kwamen. Nu nog vragen we ons af: hoe heeft hij deze muziek kunnen schrijven, wat ging er in Beethovens hoofd om? Maar misschien moeten we dat mysterie koesteren: tenslotte hoeft niet alles verklaard.”

Arthur: „Wat voor hem vanzelf sprak, blijft voor ons een raadsel. Beethoven keek verder dan zijn eigen eeuw, en misschien ook nog voorbij de onze. Hij behoort tot de richtinggevers van de geschiedenis, de game-changers van het bestaan. Daarom is muzikaal niets zo bevredigend als Beethoven goed spelen.” (JG)

Naar overzicht

4. De Weense salonbezoeker

Schrijver Reinildis van Ditzhuyzen Foto Andreas Terlaak

‘Hij kwam vaak met zijn slaapspullen’

Historica/ schrijfster Reinildis van Ditzhuyzen werkt aan een biografie over haar verre verwant baron Gottfried van Swieten, een Nederlandse weldoener die de jonge Beethoven onder zijn hoede nam in Wenen.

„In mijn jeugd hing er in de zitkamer van ons ouderlijk huis een schilderij uit het begin van de achttiende eeuw, het portret van een vrouw. Zij was de moeder van baron Gottfried van Swieten, een verre oudoom van ons, die een spil vormde in het muzikale leven van Wenen. Hij hield mede Mozart overeind door concerten voor hem te organiseren, wierp zich op als tekstdichter van Haydns oratoria Die Schöpfung en Die Jahreszeiten, en hij was ook een belangrijke weldoener en inspiratiebron voor de jonge Beethoven.

„Muziekverzamelaar Van Swieten kocht als diplomaat in onder meer Londen, Berlijn en Parijs manuscripten van Bach en Händel, componisten die hij aanbad. Door hem kon Beethoven zijn kennis van de muziekgeschiedenis verbreden en ontdekte hij het werk van Carl Philipp Emanuel Bach, die zijn zes Hamburgse Symfonieën schreef in opdracht van Van Swieten.

„In zijn paleis hield Van Swieten wekelijks Musikrunden, waar een selecte groep gasten musiceerde en discussieerde. Beethoven was daar vrijwel altijd bij. Dat kon nog wel eens laat worden; een probleem voor de componist die buiten de stadspoorten woonde. Die gingen ’s nachts dicht. Daarom vroeg de baron Beethoven vaak om te blijven logeren. Op een overgeleverde uitnodiging schrijft Van Swieten: ‘Als u woensdag niet verhinderd bent, wees dan hier om half negen met Schlafhaube im Sack’, met slaapspullen.

„Van Swieten onderkende meteen na aankomst van Beethoven diens grote talent. Hij nam hem onder zijn hoede. In 1795 behoorde hij tot de vroegste intekenaars op de eerste muziek die van de jonge pianist in druk verscheen: Pianotrio, opus 1. En vijf jaar later droeg Beethoven zijn Eerste Symfonie op aan Van Swieten: de première in het Keizerlijk Hoftheater werd een grote triomf.

„Niet lang daarna, in 1803, stierf Van Swieten. Maar tegen die tijd hadden zijn adellijke vrienden, in wiens paleizen hij concerten organiseerde, Beethoven in hun armen gesloten. Zij zorgden er later middels een vaste toelage voor dat de componist de rest van zijn leven in Wenen bleef. Maar dat een Nederlander Beethoven op weg hielp deze muziekstad – en de wereld – te veroveren weten bijna alleen musicologen. Tijdgenoten omschreven Van Swieten als ‘patriarch van de muziek’, vanwege zijn belangrijke invloed op Haydn, Mozart en Beethoven. In Oostenrijk kent iedereen zijn naam, in Nederland (nog) niet helaas.” (JG)

Naar overzicht

5. De worstelende ontwikkelaar

Componist Peter Adriaansz

‘Die Grosse Fuge gáát maar door en door’

Componist Peter Adriaansz (1966) won in 2015 de Matthijs Vermeulenprijs voor Scala II. „Toen ik een jaar of acht was las ik in National Geographic een artikel over bladluizen. Die planten zich voort zonder bevruchting. Parthenogenese heet dat. Ik werd daar op vroege leeftijd reeds onpasselijk van en die walging is eigenlijk altijd gebleven. Het is iets fysiologisch, een aangeboren afkeer. En datzelfde gevoel overvalt me bij muziek die zich maar doorontwikkelt.

„Het is ook een ideologische voorkeur. Ik wil ín iets zitten, niet ergens naar op weg zijn. Ik probeer de geest te vangen en de rest laat ik weg. Het is het verschil tussen de classicisten Mozart en Ravel enerzijds, die de essentie willen laten zien, en de romanticus Beethoven, die de menselijke worsteling blootlegt. Bij Beethoven is daardoor het individu zichtbaar, bij Mozart is de mens weggecijferd door de vorm.

„In De Wereld Draait Door was laatst een discussie tussen de schrijvers Peter Buwalda en Maarten ’t Hart over Beethoven versus Mozart. Buwalda was voor Beethoven, hij vereenzelvigde zich met die strijd. De keuze tussen romantiek en classicisme draait uiteindelijk om karakter, het is een kwestie van temperament.

„Mozart is voor het grootste deel van de mensheid niet te bevatten, denk ik. Ravel trouwens ook niet. Door de gesublimeerde vorm lijkt hun muziek al snel afstandelijk, alsof je niet betrokken bent. Maar al die opera’s van Mozart zijn juist hartstikke menselijk.

„Het enige probleem met dit verhaal is dat Beethoven een geniale componist was. Hij is de romantische held bij uitstek, de archetypische kunstenaar… maar het is niet alsof je naar Richard Strauss zit te luisteren – dat is niet te doen. Beethoven komt ondanks die romantische inborst ook uit op vormen die de essentie blootleggen. Bij hem is de worsteling steeds gesublimeerd.

„Het muziekdoosje aan het einde van zijn laatste pianosonate, opus 111: schitterend. Of het begin van het Vierde pianoconcert, je kunt het nauwelijks geloven, zo licht, het is bijna Mozart. Maar de Grosse Fuge, daar kan ik echt niet tegen. Het gáát maar door en door.

„Vanmorgen heb ik trouwens voor het eerst in jaren de Mariavespers van Monteverdi beluisterd. Voor dat ene werk kan heel Beethoven weg, vrees ik. En misschien Mozart zelfs ook.” (JS)

Naar overzicht

6. Beethoven als dove

Altviolist Esther Apituley Foto I. Lammertink

‘Verstrikt in zijn paranoia’

In haar voorstelling Lost in Silence zoomt altvioliste Esther Apituley in op de lijdensweg van de almaar dover wordende Beethoven. „Jarenlang had ik een strijkkwartet, en één stuk fascineerde me mateloos: Beethovens Grosse Fuge. Een enorm gevecht tussen vier strijkers. De voortrazende waanzin, de onverwachte stiltes die soms wanhoop ademen, het bizarre spel tussen het aardse en het onaardse geven me stof tot nadenken over wat er in zijn hoofd omging. Hij heeft het stuk zelf nooit gehoord, anders dan in zijn hoofd. Hij was toen totaal doof. Het gehoor verliezen als componist is een onvoorstelbaar drama. Hij was een getormenteerde, eenzame, verwaarloosde man. Het was mede een reden om me te verdiepen in de wereld van doven.

„Beethovens doofheid laat zich ook gelden in de middenstemmen van de Grosse Fuge. Hij lijkt te beginnen met het schrijven voor de eerste viool en de cello, om de tweede viool en de altviool er daarna tussen te wringen. Speel ik mijn partij afzonderlijk dan kan ik er nauwelijks de logica in ontdekken. Het doet bijna denken aan moderne muziek: de noten springen van het één naar het ander. Een horende Beethoven zou deze fuga, denk ik, nooit zo hebben gecomponeerd.

„Wat ervaart de dover wordende Beethoven? In de voorstelling geven we dat onder meer weer in een dialoog. Wij vragen Ludwig of hij accenten wil in de vierenveertigste maat. Maar hij hoort ons zeggen: ‘Wutwig, die vierenfartigste naat, hoe bil je die spleten, met kakcenten of in een poepele show…?’ En hoe vaker hij om verduidelijking smeekt, hoe meer letters en woorden een diffuse brij worden. Het schetst de eenzaamheid en paranoia waarin Beethoven verstrikt raakte, omdat hij zijn kwaal geheim wilde houden.

„Bij doofheid vallen de hoogste noten als eerste weg. De bassen blijven het langst ‘voelbaar’. De dove acteur-danser Ali Shafiee belichaamt in de voorstelling de toekomst van Beethoven en vertaalt teksten poëtisch in gebaren. Hij heeft nooit kunnen horen. In de voorbereiding liet ik hem op mijn altviool strijken. Toen hij op de lage c-snaar speelde, lichtte zijn gezicht op: Ali voelde hoe de trillingen via de klankkast zijn nek en schouders binnendrongen.

„Als kind kende ik Beethoven via de piano. De altviool kwam pas later. Wij woonden in een alleenstaand huis in Amsterdam-Noord, een buurt waar vaak werd ingebroken. Daarom speelde ik de onstuimige Beethoven-sonates, vooral de Appassionata, want die klinkt alsof er drie mensen achter de vleugel zitten. Dat houdt de inbrekers wel buiten, dacht ik.” (JG)

Naar overzicht

7. Beethoven als idealist

Schrijver Jan Caeyers Foto Sophie Rata

‘Een concert is pas goed als je je er een beter mens door voelt’

Jan Caeyers is dirigent, musicoloog en Beethovenexpert. Hij schreef Beethoven: een biografie. „Een idealist in de levensbeschouwelijke, utopische betekenis streeft naar ‘het betere’. Een betere samenleving waarin ieder mens gelijke kansen heeft, zonder een rem op zelfontplooiing. Zo’n idealist was Beethoven. Dat blijkt uit zijn muziek. Denk aan de Missa solemnis en de Negende symfonie – met expliciete boodschap aan de mensheid.

„Maar zijn andere werken zijn evengoed idealistisch. In wezen vind je Beethovens utopie in de schoonheid. Een Beethovenuitvoering is pas goed als je je er een beter mens door voelt. Daarmee raak je de filosofische betekenis van idealisme. Destijds, tussen Kant en Hegel, was een populair gedachtengoed dat de mens het vermogen heeft via schoonheid het materiële te overstijgen. Beethoven gebruikt die thematiek geregeld in zijn brieven. Dat is ook niet verwonderlijk. Hij groeide op in Bonn, een progressieve en vooruitstrevende vesting met een vrije universiteit waar Beethoven zich ook voor inschreef. Dat vrije denken is in zijn aderen gespoten.

„In Bonn al hoorde hij Schiller met zijn Ode an die Freude. Achtendertig jaar later werd dat de expliciete boodschap in zijn Negende symfonie.

„Natuurlijk kun je ook zijn politieke sympathie voor Napoleon én het later afstand doen van Napoleon kaderen in dit idealisme. Maar je moet idealisme ook bekijken als tegenpool van materialisme en realisme. Dan merk je dat Beethoven daartussen pendelde.

„We zien Beethoven graag als de eerste componist die creëerde vanuit idealistische innerlijke bevlogenheid, in tegenstelling tot zijn voorgangers die componeerden aan hoven. Maar het staat vast dat Beethoven vooral componeerde bij financieel gewin. Hij was dus wel degelijk ook een realist, een materialist en een pragmaticus.

„Wel is Beethoven de eerste componist wiens persoon een synergie vormt met zijn tijdgeest, destijds een idealistische. Was hij twintig jaar vroeger of later geboren, dan was Beethoven zonder twijfel minder bepalend geweest voor de muziekgeschiedenis.” (RG)

Naar overzicht

8. De vernieuwende wereldverbeteraar

Dirigent Iván Fischer Foto Marco Borggreve

‘Beethoven omhelst de wereld’

Iván Fischer (1951) dirigeerde een volledige cyclus van de symfonieën van Beethoven bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Op de website van het Concertgebouworkest zijn die terug te zien. „Een vernieuwer zijn in de muziek is geen dankbare rol – gewoonlijk heb je degenen die een nieuwe stijl uitvinden en degenen die deze stijl later tot vervulling brengen. Noch Bach, noch Mozart was een vernieuwer; zij waren de grootsten, maar niet de eersten. Zelfs Wagner trad in het spoor van Liszts innovaties en Monteverdi volbracht de ontdekkingen van Peri en Caccini.

„Beethoven was een uitzondering. Hij was zowel de eerste als de grootste. Hij voltooide vele klassieke werken van de hoogste kwaliteit en koos daarna nieuwe richtingen.

„De voornaamste vernieuwing van Beethovens latere jaren was dat hij ophield de aristocratie te dienen, dat hij zijn belangstelling verloor voor het componeren van muziek ‘van goede smaak’. In plaats daarvan luisterde hij naar zijn innerlijke drijfveer, de menselijke geest, en componeerde muziek over het gevoelsleven. Deze gevoelens waren niet de gebruikelijke sociale conflicten en verliefdheden die karakters in Mozart-opera’s voelen, Beethovens gevoelens waren archetypen als angst, tragedie of extreme vreugde. Hij werd de componist van het instinct, van het diepe, onbewuste zelf.

„Beethoven herijkte de betekenis van de symfonie, die hij concipieerde als een reis van tragedie naar collectieve jubel. Zijn Vijfde symfonie drukt deze reis uit in pure muziek, maar dat was niet genoeg voor hem. Hij moest de menselijke stem inbrengen in de kunstvorm van de symfonie om zijn muzikale revolutie te voltooien. Dat deed hij in de schitterende Negende, die brak met het verleden en een visioen toonde van een samenleving waarin volmaakt geluk en broederschap heersten.

„Beethovens muziek omhelsde de hele wereld en wees toekomstige kunstenaars de weg. Niet voor niets is dit extatische werk veelvuldig gekopieerd, bijvoorbeeld door Liszt in zijn Faustsymfonie en door Mahler in zijn Opstandingssymfonie (nr.2).

„Beethoven is de Prometheus van de componisten. Hij stal het vuur van de goden en gaf het aan ons, mensen. 250 jaar na zijn geboorte is zijn muziek nog altijd opwindend en revolutionair. Met zijn laatste symfonie wilde hij meer bereiken dan ons een goed stuk muziek voorschotelen. Hij had de ambitie om ons te bevrijden en te verheffen, hij wilde de wereld veranderen. En dat heeft hij zonder meer gedaan.” (JS)

Naar overzicht

9. Beethoven en asperger

Schrijver Walter Heijder Foto Andreas Terlaak

‘Aan alle criteria voldoet hij’

Auteur Walter Heijder schreef een boek over de vraag of Beethoven het syndroom van Asperger had.

„Uit persoonlijke belangstelling heb ik tientallen boeken gelezen over het aspergersyndroom. Toen ik daarna – puur toevallig en voor de afwisseling – de Beethovenbiografie van de Vlaamse dirigent Jan Caeyers las, waren de overeenkomsten frappant.

„In A Guide to Asperger Syndrome beschrijft Christopher Gillberg, de wetenschapper die de criteria voor aspergersyndroom heeft opgesteld, een sociale handicap in de zin van extreem egocentrisme als eerste criterium. Bij Caeyers las ik vervolgens over de ‘sociaal gehandicapte Beethoven’ en de ‘egocentricus Beethoven’. Gillberg schreef ook dat ‘het egocentrisme het moeilijk maakt om echte vrienden te vinden’. En Caeyers schreef: ‘Beethoven vond het moeilijk om nieuwe vriendschappen te sluiten.’

„Ik vond dit verbijsterend. Was ik de eerste die dit opviel? Dat niet, bleek op internet. Maar niemand leek de hypothese te hebben getoetst aan de hand van de brieven van Beethoven zelf en de brieven, dagboeken en herinneringen van mensen die hem gekend hebben. Dus heb ik dat zelf gedaan.

„Het tweede criterium is het hebben van een hyperfocus. Een hyperfocus op muziek in combinatie met een sociale handicap komt bij veel meer musici voor. Maar ook de andere criteria werden bevestigd, ook hele typische.

„Zo merkte Hans Asperger op dat zijn pupillen vaak zo creatief waren op het gebied van woordspelingen. En ontdekte ik dat Beethoven over Bach heeft gezegd dat die niet Bach (Beek) maar Meer (Zee) had moeten heten, vanwege zijn oneindige, onuitputtelijke rijkdom aan tooncombinaties en harmonieën. Dat is een ongebruikelijke formulering en een prachtig voorbeeld van het letterlijk nemen van taal. Beethoven deed dat graag met namen.

„Muzikaal heeft aspergersyndroom geen direct effect op Beethoven, er is niet zoiets als typische ‘aspergermuziek’. Maar indirect heeft het aspergersyndroom denk ik wel een aanzienlijke invloed uitgeoefend op de muziek die Beethoven heeft gecomponeerd, doordat aspergersyndroom gepaard kan gaan met grote eigenzinnigheid.

„Al toen hij twintig was, werd over de pianovirtuoos Beethoven geschreven dat hij ‘zich een heel eigen weg heeft willen banen’. En deze koppige pianist heeft zich ontwikkeld tot eigenwijze en geniale componist, wiens motto was: ‘echte kunst is eigenzinnig’.” (MS)

Walter Heijder: Was Beethoven een asperger? Uitgeverij Ludwig, € 25,-.

Naar overzicht