Honderd kilometer per uur rijden blijkt opeens toch geen probleem

100 kilometer NRC onderzocht hoe hard Nederlanders rijden nu de regels veranderd zijn. Velen rijden op het randje: nét een beetje te hard.

De maximumsnelheid van 100 kilometer per uur geldt niet de hele dag.
De maximumsnelheid van 100 kilometer per uur geldt niet de hele dag. Foto Marcel Krijgsman/ANP

Een maximumsnelheid van honderd kilometer per uur geldt sinds maandag overdag in heel Nederland. Heel vervelend misschien, maar automobilisten houden zich er netjes aan. Slechts 5 procent rijdt harder dan 110 kilometer per uur.

Dat blijkt uit gegevens van de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW), een samenwerkingsverband van de gezamenlijke wegbeheerders, zoals Rijkswaterstaat, provincies, grote gemeenten en waterschappen. De NDW wint gegevens in over het wegverkeer, bijvoorbeeld via lussen in het wegdek. Daarmee wordt van minuut tot minuut gemeten hoe hard auto’s rijden en hoeveel auto’s de NDW-meetpunten passeren. Op alle autosnelwegen en de belangrijke N-wegen liggen duizenden meetpunten. De gegevens worden als open data verspreid en zijn elk moment voor iedereen te downloaden.

Iets-te-hard-rijders

NRC heeft de gegevens gebruikt om te zien of automobilisten zich houden aan de nieuwe snelheidslimiet. Op alle snelwegen is overdag, tussen 6.00 en 19.00 uur, 100 kilometer per uur de maximumsnelheid. Daarbuiten mag op een beperkt aantal wegen harder gereden worden. De limieten daar zijn 120 of 130 kilometer per uur. De nieuwe regels zijn sinds vrijdag stapsgewijs van kracht geworden. Sinds maandag gelden de limieten overal.

Uit de gegevens blijkt dat bijna alle automobilisten zich aan de nieuwe regels houden. Maar zij rijden wel op het scherp van de snede. Ongeveer 30 procent rijdt overdag een beetje te hard, tussen de 100 en 110 kilometer per uur. Dat kan in Nederland veelal ongestraft, omdat de politie een wettelijke marge hanteert bij snelheidsmetingen. Bij gemeten snelheden van 101 tot 130 kilometer per uur moet de politie 4 kilometer van de meting aftrekken. Een groot deel van de iets-te-hardrijders wordt dus niet bestraft.

Deze metingen zijn verricht op alle wegen waar voorheen harder, dus 120 of 130, gereden mocht worden. Op deze manier zijn de uitkomsten goed vergelijkbaar met het gedrag van vorige week, toen 100 kilometer per uur nog niet de grens was. Ook toen al reed ongeveer 30 procent van de automobilisten tussen de 100 en de 110 kilometer per uur. Maar waar nu 5 procent nog harder rijdt, was dat vorige week nog een vijfde tot een kwart. Het rijgedrag is dus zeker veranderd, terwijl hardrijden juist nu goed kan, omdat de wegen leeg zijn.

‘s Avonds gelijk weer harder

Maar zodra het weer mocht, hebben automobilisten maandagavond meteen het gaspedaal ingetrapt. Iets te vroeg zelfs: tussen 18.00 en 19.00 uur reed al bijna 14 procent harder dan 110 kilometer per uur. Daarna nam het toe tot bijna de helft. Dat is wel lager dan vorige week, toen juist iets meer dan de helft harder reed dan 110. Afgelopen weekend reed zelfs twee derde harder in de late avonduren.

Zeer hard rijden is sowieso iets wat vooral in het weekend gebeurt. In het weekend van 29 februari reed 0,5 procent harder dan 140 kilometer per uur. Doordeweeks is dat slechts 0,1 à 0,2 procent. De hoogstgemeten snelheid tijdens het onderzoek was 248 kilometer per uur (op vrijdag 28 februari om 23.47 uur, op de A59 bij Drunen).

Ook de nabijheid van Duitsland, waar op veel plekken helemaal geen snelheidslimiet geldt, nodigt kennelijk uit tot hardrijden. Bij drie meetpunten aan de Duitse grens, bij Emmen, Enschede en Heerlen, reed meer dan een kwart harder dan 110, vandaag en gisteren overdag. In Drenthe ging het om verkeer dat kwam binnenrijden vanuit Duitsland. Op de andere twee plekken was het juist verkeer dat Nederland verliet.

Lees ook: Honderd kilometer per uur, net als in 1974