René Verschuur

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Zolang ik leef, hou ik hem in de gaten’

Een jaar na de schietpartij Precies een jaar geleden schoot Gökmen T. drie mensen dood in een Utrechtse tram. Roos Verschuur (19) was één van die drie. Haar vader René Verschuur kijkt terug op een immens zwaar jaar.

„Mij krijg je niet meer in een bus of een tram. Als er een idioot instapt, kan je geen kant op. Je bent een kat in het nauw. Ik heb diezelfde middag mijn ov-kaart doormidden geknipt.

„Roos was aan het bellen met haar werkgever, de Kwalitaria, toen die gek de Utrechtse sneltram in kwam. Ze had oortjes in en keek naar buiten. Hij stapte achterin in en was met dat wapen aan het rommelen, terwijl hij naar voren liep. Toen schoot hij op een ander meisje, en daarna op Roos. De eerste inslag was in haar hart. Je ziet dat ze overeind kwam, naar adem hapte. Kort daarna kwam hij terug en schoot haar van de zijkant in haar rug. Ze viel voorover op het middenpad. Hij stapte over haar heen.

„Ik weet dit zo nauwkeurig, omdat ik de camerabeelden heb gezien, als enige van de nabestaanden. Ik had veel vragen en kreeg geen antwoorden van het OM. Toen zei ik: Laat maar zien dan. Dat waren niet die animatiebeelden die tijdens de strafzitting werden vertoond, maar de échte beelden. Ik keek haar recht in het gezicht. Ze zou op slag dood zijn geweest, zeiden de rechercheurs, maar dat was niet zo. Ze heeft nog even geleefd. Dat vind ik zo naar. Maar ze heeft hem niet aan zien komen. Dat vind ik een fijn idee.

Crisiscentrum

„Ik hoorde het meteen, dat er iets ernstigs aan de hand was. Haar werkgever hoorde haar zeggen: ‘Fuck, ik ben gestoken’. Daarna hoorde hij geschreeuw en gedoe. Maar zij antwoordde niet meer. Hij belde mij en zei: ‘Er is iets met Roos, ik kom je nu halen.’ Dat was tien voor elf. Om kwart over elf zaten we als eersten in het crisiscentrum. Mijn ex en mijn oudste dochter kwamen ook. Het duurde nog tot kwart over twee tot we iets hoorden. Er werden steeds mensen opgehaald. Tot er alleen nog mensen waren voor Rinke, Daniël en Roos. Als er dan drie artsen komen en drie agenten, dan hoeven die eigenlijk niets meer te zeggen.”

„Het is nu een jaar geleden. Ze was negentien toen ze overleed. Ze zou nu twintig zijn. Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. De rechtszitting, twee weken geleden, was heel zwaar. Ik sprak hem rechtstreeks aan tijdens mijn slachtofferverklaring en ik zag dat ik hem raakte toen ik over zijn familie begon. ‘Je maakt je eigen familie te schande’, zei ik. Opeens was die grijns van zijn gezicht. Ik wilde hem uit de tent lokken, want ik wil weten waaróm hij het gedaan heeft. Maar dat antwoord heb ik niet gekregen.

Lees ook over de rechtszaak: Slachtoffers tramschutter: even wereldnieuws en dan alleen met hun verdriet

„Ik ben totaal niet overtuigd van dat terroristische motief, wat het OM denkt. Een terrorist zoekt de dood op. Die vallen hier dood neer en komen in een andere wereld weer tot leven. Zo denken zij. Dat begrijpen we hier in de westerse wereld niet. En dat hij Allahu Akbar heeft geroepen, heeft ook weinig om het lijf. Dat is een uitroep als: ‘God is bij me’. Een opmerking die ze maken. Als hij dood had gewild dan was hij wel op de Dam in Amsterdam gaan schieten of zo. Dan maak je meer slachtoffers en weet je zeker dat je het niet overleeft.

„Dit is een gefrustreerde gek die dacht dat hij slim was. Hij kon niet omgaan met zijn talloze mislukkingen. Dat zag je ook toen zijn advocaat de rechter vroeg om langzamer te praten, zodat hij het kon snappen. Die advocaat kreeg meteen een rochel op zijn wang.

„Ik ben tevreden met de eis van levenslang. Toen de officier dat zei, ben ik gaan staan om te klappen. Ik vond dat een applausje waard. De doodstraf had ook gemogen. Hij heeft bekend en staat van alle kanten op camera, maar we leven in een democratie. Daar ben ik blij mee. Hij heeft mijn kleine meisje afgeslacht. De eerste kogel was al dodelijk, maar hij schoot nog een keer om het af te maken. En hij stapte gewoon over haar heen. Die laatste kogel had hij voor zichzelf moeten bewaren. Maar dat durfde hij niet, de lafbek.”

„Ik ben net verhuisd. Ik woonde zeven jaar samen met Roos in dat huis in Vianen, maar de huur was niet meer op te brengen. Ik ben gescheiden toen Roos twaalf jaar was. Ze bleef aanvankelijk met haar oudere zus bij haar moeder wonen, maar na een half jaar kwam ze bij mij. We waren onafscheidelijk.

Supermarkt

„Ze kon heel droog uit de hoek komen, we hebben veel gelachen samen. Jut en Jul noemden ze ons in de straat. Samen op pad op de scooter, samen boodschappen doen. Dan had ze geen zin om te lopen in de supermarkt, ging ze in dat karretje zitten. Die lange benen bungelend over de rand.

Ze was goed in uitslapen, die meid van me. Sporten, daar hield ze niet van. Wel van haar vrienden. En van haar vriendje natuurlijk. Die jongen zit er helemaal doorheen. Hij zou eigenlijk met een professioneel iemand moeten gaan praten, maar dat willen die jonge gasten niet, hè.

Roos Verschuur Foto Annabel Oosteweeghel

„Roos had suikerziekte, van jongs af al. Ze was haar medicijnen vergeten, op de dag van haar dood. Ze was net onderweg naar familie in Groningen, ze was een paar dagen vrij. Ze belde me. Ik ben die naar haar gaan brengen. Toen miste ze net de bus. Ik adviseerde haar de tram te nemen. Daar had ze helemaal niet aan gedacht. Daar heb ik het heel moeilijk mee gehad, ja.

„We hadden eigenlijk nooit problemen samen. We konden goed praten. Ze was volwassen voor haar leeftijd. Ze werkte veel. ’s Middags en ’s avonds in de Kwalitaria, daar was ze geliefd. De zaak ging een week dicht na haar dood. En ze zou gaan beginnen bij de Makro, in de ochtenduren. Aan school had ze een hekel. Het was een doener. Net als haar pa, eigenlijk.

„Veertig jaar heb ik gewerkt in de bouw. Mijn vader overleed toen ik twaalf was. Toen ik dertien was, moest ik van school. Ik ging de glazenwasserij in. Mijn broer werd stratenmaker. Alleen mijn zusje kon nog wat verder leren.

„Drie jaar geleden heb ik een ongeluk gehad. Een jaar lang zat ik in een rolstoel. Eindeloos moest ik revalideren. Goddank loop ik weer. Ik ben volledig afgekeurd. Ik heb nu de helft van wat ik verdiende toen ik nog werkte.

Moslims

„Die gast schoot op Nederlanders. Mensen met een buitenlands uiterlijk liet hij gaan. Wrang, want als er iemand was die geen onderscheid maakte, dan was het Roos. Ze had moslims in haar vriendenkring. Een goede vriend van haar heeft een Marokkaanse achtergrond. Het maakte haar niet uit.

„Ik heb dertig jaar samengewerkt met een collega die moslim is. Heel goed samengewerkt. Hij vond het zo erg dat een moslim mijn dochter had doodgeschoten, dat hij me niet durfde te bellen.

Lees ook een analyse van de dader: Gestoord, crimineel én terroristisch

„Ik heb helemaal geen hekel aan moslims. Of iemand moslim is, Chinees, albino, homo, travestiet, het maakt me niet uit. Zolang je niet aan mij komt. Leven en laten leven, dat is mijn motto. Maar ik heb wel een hekel aan klootjesvolk met provocerend gedrag dat expres niet opzij stapt om je er langs te laten. Ik heb een rothekel aan dat salafistische gedoe. En als dat discriminatie is, dan is dat maar zo.

„Zelf ben ik niet gelovig. Ik draag dit zilveren kruisje omdat Roos dat droeg. Zij was ook niet gelovig. Ze zat wel op een katholieke basisschool. Elk jaar was er met Kerst een opvoering in de kerk, daar ging het hele gezin heen. Daar word je niet slechter van.

Pers

„Je verliest je dochter. Maar er komt zoveel meer bij kijken. De dag van de schietpartij werd ik al door journalisten gebeld. Hoe ze aan je nummer komen, aan je adres, ik weet het niet. Een buurman belde me: Kom niet naar huis. Er is hier pers. Veel pers. Hij heeft ze weggestuurd. Patty Brard stond die avond de grootst mogelijk onzin te verkondigen op tv. Dat Roos in haar hoofd was geschoten. En dat ze op weg was geweest naar school. Ze was op weg naar familie in Groningen.

„Na anderhalve maand heb ik haar kamer leeggeruimd. Sommige mensen laten dat juist onaangeroerd, maar ik durfde er niet meer naar binnen. Ik heb een paar dingen bewaard, boeken die ze aan het lezen was, foto’s. Ik heb wat spullen aan haar moeder gegeven. De rest heb ik weggedaan.

„Kort daarna viel ik van de scooter. Het werd opeens zwart voor mijn ogen. Ik brak ribben en kneusde mijn heup. Ik heb een aantal weken in een revalidatiecentrum gezeten. Daar kwam ik eindelijk een beetje tot rust. En ik heb er mijn vriendin ontmoet. Ze werkte daar als verpleegkundige. We kregen pas wat toen ik daar weer weg was. Zij is een enorme steun. Het geeft me kracht om vooruit te kijken.

Levenslang

„Eind deze week horen we het vonnis. Ik ga er vanuit dat het levenslang wordt. Die avond zou ik naar een concert van Frank Boeijen gaan. Het was niet zo gepland, het kwam toevallig zo uit. Nu is het concert afgelast vanwege corona. Ik vind het jammer, want het was goed geweest om even aan wat anders te kunnen denken.

„Als hij geen levenslang krijgt, is dat een tegenvaller. Maar dertig jaar en tbs met dwangverpleging is ook niet misselijk. Ik heb gezegd: zolang ik leef, hou ik hem in de gaten. Ik sta voor de deur de dag dat hij naar buiten komt.”