Raad voor de Journalistiek mengt zich in informatieoorlog MH17

Journalistiek Een Nederlandse journalist handelde ‘onzorgvuldig’ door een collega te beschuldigen in een tweet over MH17, stelt de Raad voor de Journalistiek in een opmerkelijke uitspraak.

Zonnebloemveld in Grabovo, Oekraïne, de crashplaats van vlucht MH17
Zonnebloemveld in Grabovo, Oekraïne, de crashplaats van vlucht MH17 Foto Pierre Crom/ANP

De Raad voor de Journalistiek vindt dat journalist Robert van der Noordaa ‘journalistiek onzorgvuldig’ heeft gehandeld door journalist Max van der Werff op Twitter te kenmerken als medewerker van „DNR-terroristen”, de Oekraïnse separatisten die verantwoordelijk worden gehouden voor het neerhalen van de MH17. De Raad, in een maandag gepubliceerd besluit: „Deze vergaande beschuldiging is verder niet onderbouwd of genuanceerd”. Dus heeft Van der Noordaa de „algemene normen ten aanzien van het publiceren van ernstige beschuldigingen geschonden”.

Van der Werff is blij met de uitspraak: „Je hebt, zeker ook als journalist, de vrijheid om anderen te beschadigen. Je moet echter wel bewijzen leveren die je beschuldigingen staven. Hoe ernstiger de aantijging, hoe sterker de bewijzen dienen te zijn.” De journalist beraadt zich op verdere stappen.

Een tweet

De uitspraak is opmerkelijk omdat het niet om een artikel of reportage gaat, maar om een tweet. Over het algemeen wordt twitteren niet als een „journalistieke gedraging” beschouwd. Maar de Raad oordeelt dat deze tweet dat wel was: „Van der Noordaa heeft in zijn Twitterprofiel vermeld dat hij journalist is en heeft de uitlating over klager vanuit zijn journalistieke expertise gedaan.”

Van der Noordaa is verbaasd over de uitspraak: „Dit betekent dat elke burger journalisten voor een tweet voor de raad kan slepen. Dat brengt de journalist in een hele nadelige positie ten opzichte van de gewone burger.” Van der Noordaa wijst erop dat de Raad niet zegt dat hij ongelijk heeft; hij had het alleen beter moeten onderbouwen.

Informatieoorlog

De uitspraak is ook opmerkelijk omdat de Raad zich hiermee mengt in de informatieoorlog rond de MH17-rechtszaak. Beide journalisten in de zaak houden zich, op hun eigen manier, bezig met de aanslag van 2014 op het passagiersvliegtuig, waarbij alle 298 inzittenden werden gedood.

Van der Werff schrijft sceptisch over het onderzoek, en verwijst hierbij onder meer naar Russische bronnen. Op 12 oktober 2019 werd hij hierom geplaatst op de ‘zwarte lijst’ van Myrotvorets, een Oekraïnse website die journalisten en anderen aanmerkt als „vijanden van Oekraïne” omdat ze zouden samenwerken met de separatisten. Eerder werden enkele journalisten vermoord vlak nadat ze met naam en adres op de lijst kwamen. Op Twitter zocht Van der Werff daarom onder meer steun van journalistenvakbond NVJ om zich te verweren tegen Myrotvorets.

In een reactie hierop twitterde Robert van der Noordaa op 29 oktober 2019: „Terecht dat hij op die lijst staat. Max werkt met DNR terroristen. Verbaast me dat het zolang duurde.”

lees ook: Moskou manipuleert MH17-proces met hulp van blogger ‘Max uit Nederland’

Volgens Van der Werff is dit een zeer ernstig verwijt, en heeft Van der Noordaa hem in gevaar gebracht door hem zo te criminaliseren. Van der Werff zei na afloop van de zitting: „Terecht? Ik sta op een lijst van journalisten die vermoord worden!” Volgens hem is hij een „onafhankelijke journalist die niet door het Kremlin, of door een ander bedrijf, staat of instelling wordt gesteund.” Van der Werff stelt dat hij in de Oekraïnse streek Donbas onderzoek heeft gedaan, met een militaire accreditatie van het rebellenleger aldaar, maar dat hij verder op geen enkele manier medewerking van het DNR heeft gekregen, laat staan dat hij met hen samenwerkt.

Propaganda

Van der Noordaa wijst op een gehackte mailwisseling van de separatisten waaruit blijkt dat die blij waren met de komst van Van der Werff. Ze schreven dat de Nederlander zeer bruikbaar zou zijn voor het uitdragen van hun visie – dat ze onschuldig zijn, en dat MH17 is neergehaald door de Oekraïense regering. Ze stelden voor om Van den Werff een persconferentie hierover te laten houden. Dit is voor Van der Noordaa het bewijs dat Van den Werff „werkt met DNR-terroristen.”

Van der Werff werpt tegen dat hij nooit een verzoek heeft gekregen om te figureren in DNR-propaganda en dat hij daar ook zeker niet op zou zijn ingegaan. Hij vindt zichzelf ook niet horen bij de groep twitteraars die het consequent opnemen voor de Russische regering: „Ik denk dat de kans groot is dat Rusland het gedaan heeft. maar ik heb daar nog onvoldoende bewijs voor gezien.”

Van der Noordaa schreef over de MH17 voor de Volkskrant, De Groene en Bellingcat. Hij schreef onder meer over Russische trollen die desinformatie verspreiden over de MH17, en die daarbij hulp krijgen van Nederlanders als Van der Werff. Sceptische twitteraars als hij trekken de conclusie in twijfel van het internationale onderzoeksteam JIT. Dat stelde vast dat het passagiersvliegtuig is neergehaald door de separatisten, met een door Rusland geleverde Boek-raket. Volgens de sceptici is er een „complot” gaande om de „ware toedracht” in de „doofpot” te stoppen. Van der Noordaa: „Disinfo de wereld inbrengen via sociale media is ongelooflijk schadelijk.” Van der Noordaa neemt overigens afstand van de Oekraïnse zwarte lijst waar van der Werff op staat: „Ik keur die site af. Hij staat er terecht op, maar ik keur het af.”

Bonanza

Maandag wees Van der Noordaa er ook nog op dat de openbare aanklagers vorige week dinsdag in de MH17-rechtszaak zeiden dat op Bonanza, het platform waarop Van der Werff publiceert, gelekte informatie staat die vermoedelijk is verkregen door hacks van de Russische militaire inlichtingendienst GROe. Het OM: „Deze website is er niet op uit om op een journalistiek verantwoorde manier informatie te delen, maar om desinformatie te verspreiden.” Het OM noemt overigens niet de naam van Van der Werff.

De Raad sprak zich overigens drie keer eerder uit over Twitterberichten. In twee eerdere gevallen achtte de Raad zich bevoegd, omdat het om tweets ging die in het verlengde lagen van het journalistieke werk van de aangeklaagde. In de eigen leidraad staat dan ook over journalistiek die de raad kan beoordelen: „Het is daarbij niet van belang in welk medium of op welk platform dit gebeurt.” In één eerdere zaak oordeelde de Raad dat een tweet niet journalistiek was, maar persoonlijk. Dat was in 2010, Bas Paternotte (toen HP/De Tijd) twitterde aan columnist Raja Felgata: „Vieze vuile antisemiet!

Aanpassing 18 maart 2020: De laatste alinea is voorzien van nieuwe linkjes. De zinsnede „Van der Werffs website Bonanza” is veranderd in: „Bonanza, het platform waarop Van der Werff publiceert”.