NS en andere vervoersbedrijven schrappen fors in dienstregeling

Rigoureus snijden in het openbaar vervoer is onvermijdelijk door torenhoog ziekteverzuim en een passagiersuitval van meer dan 80 procent bij NS en in het stad- en streekvervoer. De meeste intercity’s rijden vanaf zaterdag niet meer.

Het is erg rustig bij de bushaltes bij het Centraal Station van Den Bosch, ook bij de bushaltes.
Het is erg rustig bij de bushaltes bij het Centraal Station van Den Bosch, ook bij de bushaltes. Foto Merlin Daleman

Het openbaar vervoer in Nederland wordt de komende dagen tot een minimum beperkt. Stad- en streekvervoer (tram, bus, metro) gaat volgens vakantiedienstregeling rijden, NS rijdt vanaf zaterdag volgens een speciale basisdienstregeling. Vanaf veel stations wordt het treinverkeer beperkt tot maximaal twee treinen per uur in beide richtingen. De komende dagen wordt de NS-dienstregeling in het hele land stap voor stap ingeperkt.

Dramatische daling van het aantal passagiers en een sterk stijgend ziekteverzuim onder personeel is de reden voor deze maatregel die het hele openbaar vervoer treft. NS telde dinsdag nog geen 13 procent van het gebruikelijke aantal treinreizigers, in het stad- en streekvervoer kelderde het aantal passagiers tot 20 procent.

Ziekteverzuim tot 30 procent

Het ziekteverzuim bij NS is inmiddels zo hoog dat het spoorbedrijf zich volgens een woordvoerder bij de dienstregeling vanaf zaterdag voorbereidt op de helft van het normaal gesproken beschikbare personeel. In het stad- en streekvervoer is het ziekteverzuim opgelopen tot 20 à 30 procent. NS en de andere vervoersbedrijven stemmen hun beperkte dienstregelingen zoveel mogelijk op elkaar af. Desondanks krijgen passagiers te maken met langere reistijden, de meeste intercityverbindingen vervallen vanaf zaterdag, net als de IC Direct, de intercity Den Haag-Eindhoven en de nachttreinen.

Afgelopen maandag was al duidelijk dat de coronacrisis ingrijpende gevolgen had voor het openbaar vervoer. Forenzen en scholieren gaven massaal gehoor aan de oproep van het kabinet om thuis te blijven. Maandag bleef tijdens de spits 85 procent van de passagiers weg, dinsdag meer dan 80 procent. Een curve, steil omlaag, zonder perspectief op enige verbetering.

Hoe salarissen uitbetalen?

De inkomstenderving als gevolg van die passagiersuitval is zo groot dat vervoersbedrijven in het stads- en streekvervoer nu al worstelen met de vraag hoe op termijn salarissen moeten worden uitbetaald en of aan andere financiële verplichtingen, zoals de uitkering van vakantiegeld, moet worden voldaan. Dinsdagochtend hadden de vervoersbedrijven collectief spoedberaad en is ook de top van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in allerijl bijgepraat. Daarnaast wordt met de bonden onderhandeld over de voorwaarden voor invoering van werktijdverkorting in het streekvervoer. Contracten met duizenden uitzendkrachten en flexwerkers zijn per direct stopgezet. In totaal werken in het streekvervoer zo’n 13.000 mensen. De stadsvervoerbedrijven, GVB (Amsterdam), RET (Rotterdam en HTM (Den Haag) moeten mogelijke invoering van arbeidstijdverkorting overigens zelf betalen. Ze zijn daar niet voor verzekerd.

Inkomstenderving

Tot voor kort was het openbaar vervoer bij uitstek een groeisector, die de passagiersaanwas maar nauwelijks kon bijbenen. Maar sinds afgelopen maandag geldt dus het omgekeerde. Met een passagiersdaling van rond de 80 procent houden de vervoersbedrijven rekening met een inkomstenderving van 95 tot 100 miljoen euro per maand, aldus voorzitter Pedro Peters van de branchevereniging OV-NL

Vervoersbedrijven moeten financieel zelf hun broek ophouden, zo is in concessies afgesproken

Voor stads- en streekvervoer bestaan geen regels om dergelijke tegenvallers op te vangen, zo moeten ze hun broek zelf financieel ophouden, zo is in concessies (contracten) met de opdrachtgevers (provincies en de vervoersregio’s) afgesproken. In principe kunnen ze zelfs gekort worden als afgesproken passagiersaantallen niet gehaald worden of de afgesproken dienstregeling niet wordt uitgevoerd. „We zijn nu in overleg met het ministerie, de provincies en de vervoersregio’s”, aldus Peters. „Al was het maar, omdat die aangepaste dienstregelingen niet mogen leiden tot subsidiekortingen. Daarnaast is de cashflow van een aantal bedrijven een reëel probleem. Vervoersbedrijven kunnen deze of volgende maand financieel nog wel uit de voeten. Maar er moet wel iets gebeuren. Want het openbaar vervoer maakt onderdeel uit van de vitale infrastructuur. Er mogen geen vervoersbedrijven omvallen.”

Cashflow ontoereikend

Stadsvervoersbedrijven in slecht weer kunnen mogelijk nog een beroep doen op hun aandeelhouders, de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. En NS heeft het ministerie van Financiën als aandeelhouder. Maar commerciële streekvervoerders zijn veelal in handen van buitenlandse moederbedrijven (Franse, Duitse, Italiaanse). Het is de vraag of die bij zwaar weer bijspringen. „Het ene vervoersbedrijf heeft meer vlees op de botten dan het andere”, zegt een betrokkene bij de gesprekken met het ministerie. „Maar zonder staatssteun komt de continuïteit van het openbaar vervoer in het geding.”