Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘In die warme knuffel kan je je alsnog heel alleen voelen’

Boek Splinter Chabot (24) wilde een boek schrijven over zijn politieke ideeën, maar het werd een verhaal over zichzelf. Over hoe hij worstelde met zijn geaardheid in een heel liberaal en kleurrijk gezin.

Het had eigenlijk een politiek pamflet moeten worden. Over duurzaamheid, over internationalisering, over China. Uitgeverij Spectrum had Splinter Chabot, afgelopen oktober gestopt als voorzitter van de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD, gevraagd om zijn ideeën daarover eens op papier te zetten. Wat er nou anders zou kunnen.

Maar er kwam een heel ander verhaal uit zijn vingers.

„Waarom wil je de politiek in”, had een mediatrainer op het Binnenhof hem afgelopen jaar gevraagd. Chabot was bezig met de opnames voor Splinter in de politiek, zijn eerste tv-programma. Hij stamelde iets over dat hij vrijheid zo belangrijk vindt. „Waarom?” Iets met dat zijn politieke held David Bowie is, omdat hij zich niet in één hokje laat stoppen. „Waarom?” En toen floepte hij eruit: plastic plak-oorbellen.

Die had hij als klein jongetje van zijn ouders gekregen voor zijn verjaardag. Omdat hij erom had gevraagd. Trots was hij ermee naar school gegaan, maar toen hij erom werd uitgelachen en nagewezen gaf hij ze aan de meisjes.

Om mijn politieke ideeën te begrijpen, moet je mij eerst beter leren kennen, dacht Chabot. Dus hij schreef eerst wat over die zilveren plastic plak-oorbellen. Over hoe die hem lieten kennismaken met ‘onzichtbare wetten’, ongeschreven regels die een individu beperken om écht vrij te zijn. Het volgende hoofdstuk zou dan wel gaan over het klimaat of zo.

Maar dat gebeurde niet. „Alleen dit verhaal kwam omhoog”, zegt de net 24 jaar geworden Chabot. „Het gloeide echt van binnen. Dit moest.”

Foto Merlijn Doomernik

In zes weken had hij het boek af. Lijkt kort, maar het verhaal was „als een bloem, waarvan ik alleen maar het zand van de wortels hoefde te tikken”.

Zijn vader en oudste broer, die ook met een boek bezig waren, hadden gezegd dat je voor een boek je agenda leeg moet vegen. Dus zat hij van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat te tikken, en soms de hele nacht door. Met de gordijnen dicht. Die hij dan wel weer had versierd met glitterballen van de Bijenkorf – het moest wel een beetje gezellig blijven.

Zo dwong Chabot zichzelf terug zijn jeugd in. Daar op zijn schrijfkamer werd hij opnieuw verliefd, maar kwamen ook zijn angsten terug. Tijdens het schrijven schrok hij hoe gek hij zich had gemaakt. Om wat afstand te creëren noemde hij zich Wobie, met de ‘b’ en ‘w’ dus omgedraaid.

Hij woonde met drie broers en zijn ouders, de bekende schrijver Bart en arts Yolanda, in een huis dat een kruising was tussen dat van Pippi Langkous en Alice in Wonderland, schrijft Chabot, in het chique Haagse Benoordenhout. De kamer van hem en zijn broertje was een speelgoedparadijs en in de hoek werkte papa die als schrijver en dichter „de last van de fantasie op zijn rug droeg”, zegt Chabot. „Hoewel in je volwassen leven fantasie vaak wordt afgeschaft, had papa die werkelijkheid schaakmat gezet.” Het Jeugdjournaal was verboden. Vuur moest staan voor vuurwerk en Kerst, niet voor twee in elkaar stortende torens in New York.

Splinters sterke verbeeldingskracht werd later een obstakel. Vanaf het incident met de plastic plak-oorbellen druppelde de boze buitenwereld steeds vaker naar binnen. „Niet als roze glittertranen, maar als een dikke, donkere drab.” De roze wolk werd een zwarte wolk.

Gymles was een hel

Vraag hem naar zijn twijfel over zijn geaardheid en er komt een verhaal over stoplichten. „Die staan niet op groen of op rood. Ook niet op oranje. Je ziet duizend kleuren, die langzaam één kleur worden. Jouw kleur. En pas dan kan je doorrijden.”

Gymles werd een hel, zeker in de bovenbouw, toen de jongens en meisjes apart gingen gymmen. Zonder zijn vriendinnen voelde hij zich twee uur lang „als Bambi zonder moeder”. Uit angst niet alleen naar school te hoeven fietsen, appte hij vriendinnen dat hij er over vijf minuten zou zijn. ‘Nog drie.’ ‘Ben er in één minuut!!!’ Zij waren als een schild voor hem, hij noemde ze niet voor niets het vriendinnenleger.

Zoals hij zich terugtrok in zijn kamer met de dikke gordijnen dicht, zo trok hij zich ook terug in zijn hoofd. Op een gegeven moment waren zelfs zijn woorden op. In een maandenlange stiltestaking legde hij brieven neer op het bed van zijn ouders, maar zonder die laatste millimeter waarheid. „Als ik dat laatste lijntje overga, dacht ik, ben ik iets definitiefs geworden.”

Hij hield een dagboek bij zodat zijn broers later konden lezen, als hij was „weggehuppeld”, dat ze zich niet hoefden te schamen. Dat de stoere jongens van de klas hem echt wel aardig vonden, en dat hij niet zo’n mietje was als van homo’s vaak wordt gezegd.

It gets better. De slogan van de Amerikaanse campagne voor jonge lhbt’ers uit 2010 bereikte ook De Wereld Draait Door. Marc-Marie Huijbregts sprak erover tegen Matthijs van Nieuwkerk, maar voor Chabot leek het alsof hij tegen hém praatte.

Die laatste, definitieve brief stuurde hij niet. „Dat is absoluut geen antwoord”, zegt Chabot nu. „Je moet eerst nog heel lang rondhuppelen. Hier.” Want het wérd beter.

In het eerste jaar van zijn studie politicologie in Amsterdam gaf een leuke jongen hem 100 procent zekerheid. Ze zoenden en Splinter raakte niet in paniek. Eindelijk ontplofte de bom en regende het confetti. Hij was toen zo gelukkig, dat hij er nu weer om moet lachen.

Over dat in zo’n liberaal en kleurrijk gezin iemand toch zo kan worstelen, wil hij twee dingen zeggen. Ten eerste: iedereen worstelt in die periode. Er staat een tekstje voorin zijn boek:

Zekerheid: ‘Waarom draag je geen horloge?’ Worsteling: ‘Omdat ik tijdloos ben.’

Hij kreeg de afgelopen weken reacties van lezers die zich op allerlei manieren daarin herkenden, niet alleen vanwege hun geaardheid, maar ook vanwege een eetprobleem, of een depressie.

Ten tweede: als je leest dat er in Polen lhbti-vrije zones zijn. Als je mensen op tv ziet demonstreren voor hun eigen rechten, gewoon om te zijn wie ze zijn, maar door de politie worden neergeslagen. Politici die, ook in Nederland, zeggen dat je je liefde niet mag praktiseren. „Dat zijn spelden die naar binnen schieten, en die vormen een prikkeldraad dat blijft schuren.”

Twee weken geleden had Chabot zijn eigen it gets better-momentje bij DWDD, waar hij was uitgenodigd vanwege zijn boek. Vader Chabot hoorde, daar in de studio, voor het eerst over de zelfmoordgedachten van zijn zoon. Hij had het boek nog niet gelezen. Of gekregen. Inmiddels wel.

Splinter Chabot bij DWDD.

Misschien zat er die avond ook wel iemand thuis te kijken die dacht: dit zegt-ie tegen mij. Daarom mag zoiets van Chabot dagelijks worden uitgezonden. Omdat het jongeren omhoog kan trekken die op het pad wiebelen en, als je naar de cijfers kijkt, soms ook omvallen. „Dan ben ik maar even degene die zijn privéleven op straat gooit.”

Een achtbaan

Sinds dat DWDD-optreden is zijn leven een achtbaan, maar dan eentje waarvan je niet weet wanneer die stopt. Vijfde druk in een week van zijn boek Confettiregen. Jongeren die sturen dat ze het boek van hun zus hebben gekregen, of van hun vader. Bij wie de ouders op de stoep stonden om een knuffel te geven. Docenten die het boek in de schoolbibliotheek leggen.

Ludo en Janine van GTST, hun echte namen weet hij even niet, spraken hem aan op de première van musical Hello Dolly! Kon hij mooi zeggen dat hij vroeger stiekem naar Ferry Doedens keek, de eerste openlijke homoman in de soap.

Het was even door zijn hoofd gegaan of hij zijn verhaal wel mocht opschrijven. Hij heeft geen gewelddadige vader gehad, is niet onterfd. Vader Bart had die gewelddadige vader wel, zijn boek Mijn vaders hand kwam een maand eerder uit.

Zij hadden een totaal verschillende jeugd. Maar waar bij Bart het geweld van buiten kwam, kwam dat bij Splinter van binnen. „In die warme knuffel kan je je alsnog heel alleen voelen.”

Foto Merlijn Doomernik

Dat het hele verhaal nu op papier staat, geeft rust. Hij kan nu eerlijk zijn. Thuis was het altijd een vrolijk gekakel, aan de pingpongtafel die werd gebruikt als eettafel, maar dit soort aspecten hielden ze toch verborgen voor elkaar. Zijn moeder moest bij het lezen van het boek veel huilen.

Als hij kinderen krijgt, gunt hij hun dezelfde wereldvrede als zijn ouders hem gaven. Zolang het niet op zijn kleding komt, zal hij ze met verf, confetti en glitters laten schilderen, en zelf meedoen.

Lees ook: ‘Uit de kast komen’ is nog geen emancipatie

Zijn boek is dan ook geen boodschap aan zijn ouders, maar aan de buitenwereld, die van hem best wat kleurrijker mag. Het is een steun in de rug voor hen die afwijken. Want zij geven de samenleving kleur. „Zij slaan hun vleugels uit en laten het waaien over de mensen die op de grond blijven staan.” Misschien is het dan toch een politiek verhaal geworden. Een pleidooi voor meer vrijheid om te zijn wie je bent. Voor een wereld waar het altijd confetti regent.

Confettiregen, Splinter Chabot, Spectrum, 344 blz. 21,99 euro