Opinie

Geprivilegieerde burger, bestrijd de Wiebes in jezelf

Maxim Februari

Ooit, in een ver verleden, logeerde mijn toenmalige vriendin langdurig in mijn toenmalige huis in mijn toenmalige dorp. Ze had haar oude huis verkocht, het nieuwe was nog niet vrij: in de tussentijd leefde ze met haar tekstverwerker en dossierkasten op mijn zolder. The madwoman in the attic. Moesten we deze situatie officieel regelen bij de gemeente? Neuh, mompelde de gemeente, zolang het maar niet een jaar ging duren of zo.

Mijn toenmalige overbuurman, ambtenaar op het gemeentehuis, hing uit zijn keukenraam en rook onraad. Toegewijd fietste hij naar zijn werk en gaf mij aan. Ik was immers stiekem veranderd in een meerpersoonshuishouden, terwijl ik afvalstoffenheffing betaalde voor een eenpersoonshuishouden. Op basis van deze anonieme tip schreven zijn ambtelijke collega’s me een brief, waarna ik ze herinnerde aan hun vage gemompel. O, ja, zeiden ze. En daarmee was in mijn welbespraakte, hoogopgeleide geval de kous af.

Het was leerzaam. Sindsdien weet ik dat de buurman je in het geheim kan aangeven vanwege een belastingheffing. En sindsdien begrijp ik ook hoe gigantisch je in de problemen kunt komen door vervuilde gegevens. Althans, ik kom zelf natuurlijk nooit in de problemen, maar anderen wel, zoals we hebben gezien aan de ravage die de Belastingdienst in de samenleving heeft aangericht.

Ten eerste zijn mensen bij bosjes aan de bedelstaf gebracht, onder toeziend oog van Eric Wiebes, doordat de fiscus geld terugvorderde op basis van onjuiste gegevens. Ten tweede zijn mensen draconisch gestraft voor overtredingen op basis van onduidelijke regels. Ten derde is twintig jaar lang een dubieus register bijgehouden van burgers die verdacht werden op basis van anonieme ‘tips en kliks’ van hun medeburgers. Krijg nooit ruzie met de Belastingdienst, placht mijn hoogleraar belastingrecht te zeggen. Het is een gevaarlijke vijand.

Ja, dat weten we nu wel, hoor ik iedereen zuchten. Vertel eens wat nieuws. Goed dan. Ik zal een verse analyse maken en het coronavirus erbij halen voor de actualiteit. Want als het beleid inzake het coronavirus één ding laat zien, dan is het hoe moeilijk je de werkelijkheid in je greep krijgt. Alles rondom het virus is onzeker. De oorsprong, de kennis, de aanpak. De wereld is een voortdurende trilling, zei Montaigne. Alle dingen wiebelen voortdurend. Het constante is alleen maar tragere beweging. De wereld is in filosofisch opzicht een jive, een twist, een swing. Een branle, zei Montaigne. Een dans.

Hierboven schreef ik tot vervelens toe dat de Belastingdienst handelde ‘op basis’ van gegevens en regels. Dat deed ik alleen om nu te kunnen vertellen hoe wankel die basis is. En daarom is het ook zo vreselijk fascinerend, vanuit kennis- en wetenschapsfilosofisch oogpunt, te zien hoe overheden ad hoc handelen bij de bestrijding van het virus. Het kan dus wel, naar de wiebelige werkelijkheid kijken terwijl je besluiten neemt.

De moderne levenshouding is al een paar eeuwen doortrokken van onzekerheid. Handelen is gericht op het vinden van evenwicht – niet op stabiliteit. Interessant aan de huidige crisis is dat je nu hoogstpersoonlijk kunt ervaren hoe weinig zekerheid je ontleent aan statistische kennis als je individueel ziek wordt. Je neemt als beleidsmaker maatregelen, maar hebt zichtbaar geen flauw idee wat het effect ervan zal zijn. Je zoekt al gaande je evenwicht.

Uitgaande van dit moderne besef is het verbazingwekkend te zien dat overheden wel tevergeefs streven naar vastigheid op andere terreinen. Het gedrag van een virus wordt onvoorspelbaar en onberekenbaar geacht, het gedrag van de mens niet.

Vooral de opsporing van fraude gaat niet uit van evenwichtigheid, maar van stelligheid. Rechtssocioloog Paulien de Winter promoveerde vorig jaar op een onderzoek naar handhaving in de sociale zekerheid. In een gesprek met NRC vertelde ze dat de werkwijze bij uitkeringsinstantie UWV ‘te procesmatig’ is. Er is te weinig ruimte voor ‘schipperen’, te weinig oog voor de werkelijkheid en de wankele basis die data bieden. Daardoor kunnen fraudeurs ongehinderd frauderen en worden anderen ten onrechte aangemerkt als fraudeur.

Als je niet naar evenwicht zoekt, maar stellingen betrekt, krijgen onjuiste gegevens vaak onverdiend een status als basis. Het kan mensen zoals minister Eric Wiebes niet veel schelen dat daardoor ellende ontstaat, omdat ze niet zelf in de problemen komen. Dat is tegelijkertijd gebrek aan menselijkheid en een kennistheoretische denkfout.

Gelukkig biedt deze crisis ons kansen. De enorme onzekerheid en de daarmee gepaard gaande solidariteit zullen hopelijk elke geprivilegieerde burger leren de Eric Wiebes in zichzelf te bestrijden.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.