Geld moet blijven rollen, zegt kabinet

Economisch noodpakket Met ongekende maatregelen wil het kabinet banen behouden en bedrijven redden. Het gaat miljarden kosten.

Stille winkelstraten in het centrum van Amsterdam door het coronavirus.
Stille winkelstraten in het centrum van Amsterdam door het coronavirus. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Behoud van banen, behoud van inkomen en behoud van bedrijvigheid. Dat is de rode draad van het immense financiële en sociaal-economische steunpakket waarmee het kabinet de economische effecten van de coronacrisis hoopt te minimaliseren. Doel is om individueel leed zoveel mogelijk te verzachten – en zo een economische crisis te voorkomen. In het land dat sinds vorige week grotendeels tot stilstand is gekomen moet geld blijven rollen, zowel door bedrijven als door burgers. En de overheid gaat daarin voorop, met een „noodpakket” dat vele tientallen miljarden zal gaan kosten.

Bij de presentatie ervan, dinsdagavond, benadrukten de ministers Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD), Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) in koor dat het kabinet alles op alles zet om werknemers, bedrijven en zelfstandig ondernemers te ondersteunen in de ongetwijfeld zware periode die voor hen ligt.

Het gaat om een breed palet van (acht) maatregelen, die ondersteuning moeten bieden aan iedereen die financieel in de knel komt door het gedeeltelijk stilvallen van het economisch verkeer. Aan álle deelnemers wordt gedacht: grote bedrijven, kleine bedrijven, het mkb.

Vrijwel onbegrensd

Wiebes noemde met name die bedrijven die door de eerste, ingrijpende gezondheidsinstructies hun deuren hebben moeten sluiten: de horeca, reisorganisaties, evenementenbureaus en bedrijven in de culturele sector. Daarnaast zijn de steunregelingen bedoeld voor zowel werknemers in loondienst, als mensen die op nulurencontracten werken en zzp’ers. Koolmees citeerde uit premier Ruttes indringende televisietoespraak van maandag: „We laten jullie niet in de steek.”

Het noodpakket is daarmee vrijwel onbegrensd. Iederéén die in aanmerking komt voor financiële ondersteuning, krijgt die. „Er zit geen cap op”, zei Hoekstra stellig.

Dat ondervond het ministerie van Sociale Zaken al de afgelopen dagen nadat vorige week een al bestaande regeling voor arbeidstijdverkorting was verruimd, waarbij de salarissen voor het personeel grotendeels door de overheid worden overgenomen. Eind vorige week waren daar vijfduizend aanvragen voor gedaan; gisteren stond de teller al op een kleine tachtigduizend.

Lees ook: Steun moet nu zo snel mogelijk naar goede plek

De meest concrete en voor ondernemers voelbare maatregel is de opening van een noodloket waar bedrijven die sinds 1 maart als gevolg van de coronacrisis hebben moeten sluiten, een bedrag van 4.000 euro kunnen opvragen om hun eerste financiële nood op te vangen.

Lees ook: columnist Marike Stellinga over Overheidssteun in tijden van corona

De al genoemde tegemoetkoming in de loonkosten voor bedrijven die een omzetverlies van 20 procent verwachten wordt verder verruimd. Via het UWV zal de overheid voortaan 90 procent van de salarissen overnemen van weggestuurd personeel. Als voorwaarde geldt dat deze bedrijven geen mensen mogen ontslaan. Ook voor zzp’ers die opdrachten zien slinken wordt een al bestaande regeling uitgebreid om hun inkomen aan te vullen. De voorwaarden en termijnen voor deze steunuitkering worden versoepeld.

Een derde maatregel die vorige week al was ingevoerd gaat om het uitstel van belastingbetaling voor bedrijven die in liquiditeitsproblemen komen. De Belastingdienst zal voor deze ondernemers geen verzuimboetes en belastingrente meer opleggen.

Om ervoor te zorgen dat bedrijven hun vaste lasten kunnen blijven betalen én hun investeringen niet zullen stopzetten komt de overheid met een verruiming van garantieregelingen voor mkb en kleine bedrijven. Daarbij maakte De Nederlandsche Bank dinsdag bekend dat de buffer- eisen voor de grote banken worden versoepeld zodat zij meer ruimte krijgen om kredieten te verstrekken, tot wel 200 miljard euro.

In perspectief van tijd denkt het kabinet in eerste instantie aan een periode van drie maanden. Volgens Hoekstra „een eerste fase” met „tijdelijke maatregelen” om te kijken of een economische dip kan worden voorkomen. Hij zei er meteen bij: „We weten niet hoe lang dit gaat duren.” Dat weet namelijk niemand.

En als er straks, in de tweede helft van het jaar, een verlenging van de maatregelen nodig is, of er moeten nieuwe maatregelen komen, dan zal dat gebeuren. Hoekstra: „Dan zullen we de bakens moeten verzetten. We doen wat nodig is en zolang dat nodig is. Het kabinet is bereid om daarin heel ver te gaan.” In de komende drie maanden gaat het de schatkist volgens Hoekstra alleen al tussen de 10 en 20 miljard euro kosten.

Staatsschuld zal oplopen

Financieel gezien is er voorlopig geen enkele beperking. De overheidsfinanciën staan er goed voor, benadrukte hij nog maar eens. De extra, mogelijk tientallen miljarden zullen niet ten koste gaan van andere overheidsuitgaven maar ten laste komen van de staatsschuld. Hoekstra zal via de obligatiemarkt extra geld gaan lenen. De ruimte daarvoor is groot omdat de staatsschuld de laatste jaren is teruggebracht tot onder de 50 procent, waar volgens de Brusselse begrotingsregels 60 procent de norm is. Omgerekend in euro’s kan de Nederlandse staat zich nog zeker voor 90 miljard extra in de schulden steken. De eurolanden spraken bovendien maandag al af om de begrotingsnormen niet al te strikt te hanteren.

Tandartsassistent Josmara Tolentino (53) werkt bij Tandartspraktijk Kanaalstraat in Utrecht. „Patiënten moeten bellen in plaats van langskomen. Wij behandelen nu alleen spoedgevallen, andere afspraken moeten na 6 april worden gepland. Wij zijn extra voorzichtig en proberen zo min mogelijk contact te maken met patiënten als dat kan. Wij vragen hen of ze verkouden zijn en zich goed voelen, want wij maken ons zorgen om onszelf en de dokters die hier werken.”Foto Aziz Kawak
Synthia (33) woont in Utrecht en is al vijf jaar zzp’er bij Skin Art Tattoos. „Wij hebben een collega uit België die stoflongen heeft. Hij mag van het ziekenhuis zijn stad niet meer uit omdat het te gevaarlijk is. Dus kan hij tot en met 6 april niet meer werken en wie weet gaat het nog langer duren. Dagelijks hebben we het erover of we gaan sluiten, maar ik denk dat je hier veilig kan zitten. We hebben het druk. Veel mensen komen nu een tattoo zetten omdat er toch niets te doen is.”
John Bhagiloi (58) woont in Utrecht en heeft een eigen reisbureau (Saron) aan de Amsterdamsestraatweg. „Bijna iedereen is dicht in deze straat. Er is toch geen handel meer! Niemand vliegt meer. Voor wie moet ik boeken? Alles is platgelegd. Ik zou graag een oplossing willen van de regering. Veel mensen gaan annuleren en willen hun geld terug. Wij moeten terugbetalen of de boeking verplaatsen, maar wij hebben geen garantie dat het beter wordt.”
Harjet Cengh (50) komt uit India en woont in Vianen. Al 25 jaar heeft hij zijn eigen zaak in de Voorstraat, Utrecht. „Ik heb een oproepkracht en die is best wel oud. Ik zei dat hij vandaag niet meer hoefde te komen, omdat er weinig werk is. Mensen maken zich zorgen om het virus en bij kledingreperatie is er best wel veel contact. Dus was ik mijn handen regelmatig. Ik maak me zorgen om mijn zaak: wie gaat mijn huur betalen?”