Een lege Tweede Kamer vergadert wel door

Parlementair functioneren In normale omstandigheden zoemt en knettert het op dinsdag van de bedrijvigheid in de gangen en in de zaal van de Tweede Kamer. Nu is het er uitgestorven. Hoe functioneert de parlementaire democratie?

Desinfecterende gel in de gangen van de Tweede Kamer.
Desinfecterende gel in de gangen van de Tweede Kamer. Foto David van Dam

De roltrappen in de Tweede Kamer staan stil. De blauwe stoelen in de plenaire zaal zijn leeg. De publieke tribune voor bezoekers en pers is uitgestorven. De groene klapstoelen zijn ingeklapt. Het geroezemoes dat op dinsdag klinkt op de eerste verdieping van de Tweede Kamer, waar pers en politiek elkaar treffen voor korte interviews, roddel, achterklap, koetjes en kalfjes, is verstomd.

Door het hele gebouw staan pompjes met antibacteriële gel – als herinnering aan de dagen dat het coronavirus zich al wel door Nederland verspreidde, maar de Kamer nog aan het werk was. Nu is alles anders.

In één kamer, in de gangen van het CDA, brandt het licht. CDA-Kamerlid Lenny Geluk-Poortvliet is dossiers aan het ordenen om mee naar huis te nemen. „Ik was vorige week nog in de veronderstelling dat ik hier vandaag terug zou komen, dus ik heb mijn iPad hier laten liggen, maar die heb ik nodig voor onze fractievergadering morgen.” Eigenlijk zit Geluk-Poortvliet in thuisquarantaine. „Normaal zou ik hier niet geweest zijn. Ik behoor tot een risicogroep, ik ben 76 dus ik moet opletten. Zo voel ik het niet, maar het is de realiteit.”

Vorige week woensdag besloten Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) en het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, het presidium, dat de Tweede Kamer niet meer toegankelijk zou zijn voor bezoekers. Een dag later werden de maatregelen aangescherpt: ‘Kamerbewoners’ – medewerkers, ondersteuning – moesten zo veel mogelijk thuiswerken. In de grote vergaderzaal mochten niet meer alle 150 leden aanwezig zijn tijdens stemmingen; iedere fractie zou één of twee afgevaardigden sturen. Op vrijdag werd er nog een volle Kameragenda rondgestuurd – met achttien overleggen en debatten. Toen al was de vraag niet of, maar wanneer de Kamer daarop zou terugkomen.

Zondagavond viel de beslissing: de Tweede Kamer komt alleen nog samen voor debatten over het coronavirus en voor andere zaken als dat strikt noodzakelijk is. Arib besloot dat in samenspraak met de fractievoorzitters – ze hadden zondag gebeld.

Alles lijkt altijd belangrijk

En dus zijn de gangen van de Tweede Kamer, die tussen oude en nieuwe gebouwen lopen en die vele sluipweggetjes bieden voor wie even niet gezien wil worden, deze dinsdag leeg. In de zaal waar Kamerleden vorige week nog over de mogelijkheid van een vliegtaks debatteerden, kunnen ze deze week niet stemmen over de wet die dat mogelijk maakt.

Het parlement is niet dicht, maar het parlementaire werk komt grotendeels tot stilstand.

Deze maandag besloten de diverse commissies met Kamerleden, zoals Binnenlandse Zaken of Onderwijs, wat ze zouden doen met overleggen die voor de komende tijd gepland stonden. Achter veel van de afspraken staat nu: ‘geannuleerd’. Sommige overleggen worden schriftelijk voortgezet. Bewindspersonen mogen laten weten welke onderwerpen niet kunnen wachten. Daar wordt binnenkort een brief over verwacht. De situatie lijkt enigszins op de periode dat een kabinet demissionair is. Dan moet de Kamer besluiten welke onderwerpen nog wel en welke niet meer behandeld kunnen worden. Bepalend is of ze ‘controversieel’ zijn en door een volwaardig kabinet moeten worden behandeld.

Nu is er een volwaardig kabinet, maar gelden er fysieke beperkingen. De mate van belang is bepalend. Alles lijkt altijd belangrijk in de Tweede Kamer, maar deze gedwongen inventarisatie laat zien dat onderwerpen die in normale omstandigheden als absolute prioriteit zouden gelden, toch kunnen wachten.

Wat in elk geval niet kan wachten, zijn de forse steunmaatregelen voor het bedrijfsleven en de getroffen werknemers. Maar het is de vraag of daar nieuwe wetgeving voor nodig is, of dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande wetten.

Het gebouw van de Eerste Kamer is tot en met 6 april gesloten. Senatoren voeren zo veel mogelijk schriftelijk overleg.

Zoals tijdens oorlog of opstand

Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Afstemming, zegt bijzonder hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel Bert van den Braak van de Maastricht University, kan ook plaatsvinden tussen de fractievoorzitters en de Kamervoorzitter. „Dat gebeurde immers ook bij de besluitvorming over de verscherpte maatregelen, daar was de rest van de Kamer niet bij betrokken.” Het Kamerwerk hoeft ook niet volledig stil te komen staan, zegt Van den Braak. „De schriftelijke voorbereiding kan doorgaan, fracties kunnen dat ook indienen. Hamerstukken, die schuiven door.”

Alleen frequent bij elkaar komen gaat niet nu de Tweede Kamer de regels heeft aangescherpt. De Grondwet schrijft voor dat er alleen vergaderd en gestemd kan worden als meer dan de helft van de Kamerleden aanwezig is, minimaal 76 dus. Van den Braak: „Er ligt, voor zover ik weet, op dit moment één wetsvoorstel waar haast bij nodig is. Dat is de wijziging van de Wet publieke gezondheid.” Die wet regelt onder meer de organisatie van de gezondheidszorg en de bestrijding van infectieziekten. De wijziging, die in februari is voorgesteld, houdt in dat Covid-19 wordt gecategoriseerd in groep A, waardoor artsen besmettingen verplicht moeten melden. Tevens kunnen door die wijziging (vermoedelijk) geïnfecteerde patiënten geïsoleerd worden. In de praktijk gebeurt dat al. Woensdag komt de Kamer bijeen om te debatteren over het coronavirus. Het benodigde quorum van 76 Kamerleden zal worden gehaald, in de vergaderzaal mogen twee Kamerleden per fractie aanwezig zijn.

Het volledige mandaat aan de regering geven gebeurt zeer zelden, zegt Bert van den Braak. „Dat gebeurt alleen in buitengewone omstandigheden, denk aan een oorlog of een dreigende opstand. De minister-president kan dan bij besluit van de Koning toestemming vragen aan de Tweede en Eerste Kamer. Die moeten dan in een verenigde vergadering bij elkaar komen. Dan treedt de zogeheten Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in.” Het kabinet kan dan wetten invoeren zonder die voor te leggen aan het parlement.

Machtigingswet

Regeren zonder parlement. Het speelde even in de jaren zeventig van de vorige eeuw ten tijde van de oliecrisis, toen de Nederlandse economie geraakt dreigde te worden door de olieboycot van een aantal Arabische landen. Het kabinet-Den Uyl vroeg toen door middel van een ‘machtigingswet’ speciale bevoegdheden om buiten de gebruikelijke parlementaire procedure om snel maatregelen te kunnen treffen. Langs deze weg wilde het kabinet met een wet onder meer ongewenste prijs- en loonstijgingen tegengaan.

Het was de tijd dat er van overheidswege nog een loon- en prijsbeleid gevoerd kon worden. Tegenwoordig is dit veel minder het geval. In de praktijk viel het met het buitenspel zetten van het parlement wel mee, stelt emeritus hoogleraar Nederlandse politiek en parlementaire geschiedenis Joop van den Berg. „Daarvoor was Den Uyl veel te veel zelf een parlementair democraat”, zegt hij.

De machtigingswet leidde ertoe dat de loon- en prijswetten in januari 1974 snel in het Staatsblad kwamen en maakte dat de regering snel aanvullende maatregelen kon treffen die anders eerst aan de Tweede en Eerste Kamer hadden moeten worden voorgelegd. De Tweede Kamer bedong wel een noodrem, waardoor er, indien gewenst, toch voor een normale parlementaire behandeling kon worden gekozen.

De Eerste Kamer, traditioneel hoeder van staatsrechtelijke zuiverheid, had meer moeite met de gang van zaken. De Senaat ging na een uitvoerig debat pas om kwart over drie ’s nachts akkoord.

Ook tijdens de bankencrisis in 2008, waarbij de Nederlandse staat overnight de bank ABN Amro voor bijna 17 miljard euro opkocht, werd er buiten de parlementaire spelregels om gehandeld. Een parlementaire commissie onder leiding van Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP) constateerde achteraf dat het kabinet hiermee het „formele budgetrecht” van de Kamer had geschonden. De minister van Financiën had de Kamer „desnoods vertrouwelijk” beter moeten informeren, stelde de commissie-De Wit in 2012. Daar staat tegenover dat de Kamer het toen zelf heeft laten gebeuren. Het was immers crisis.

Emeritus hoogleraar Van den Berg betwijfelt of de zittende Tweede Kamer, met haar zeer aanwezige partijen op de flanken, zich zo gemakkelijk opzij zal laten zetten. Kamerleden zijn gevoeliger geworden en komen tegenwoordig veel meer op voor hun eigen bevoegdheden.

De deskundigen zijn het erover eens dat er altijd wel een oplossing zal worden gevonden. Natuurlijk zijn er de regels, maar niets voor niets wordt er gezegd dat het staatsrecht ‘levend’ is.

lees ook: Waarom hebben we een parlement?