Analyse

Rutte nam risico, maar trof de juiste toon

Coronavirus Premier Rutte richtte zich tien minuten live tot het Nederlandse volk. De laatste keer dat een premier dat deed, was in 1973. Zullen Ruttes woorden net zo lang beklijven als die van Joop den Uyl?

Minister-president Mark Rutte spreekt op televisie het land toe over het coronavirus.
Minister-president Mark Rutte spreekt op televisie het land toe over het coronavirus. Foto ANP / Robin van Lonkhuizen

„Ik heb vanavond geen gemakkelijke boodschap voor u”, zei premier Rutte maandagavond om zeven uur in een tien minuten durende toespraak die live werd uitgezonden op televisie en op de meeste radiozenders. „De realiteit is dat het coronavirus onder ons is en voorlopig ook onder ons zal blijven. Er is geen eenvoudige of snelle uitweg uit deze zeer moeilijke situatie.”

De premier sprak zijn medeleven uit aan de naasten van de 24 mensen in Nederland die inmiddels aan het coronavirus zijn overleden. Hij liet aan alle ouderen en mensen met een zwakke gezondheid weten dat het „onze absolute prioriteit is de risico’s voor u zo klein mogelijk te maken”. Ook drukte hij de Nederlanders op het hart dat ze zich in deze „ongekende” crisis moeten vasthouden aan de kennis en ervaring van deskundigen, bijvoorbeeld van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). „Het is belangrijk dat we op dat kompas van wetenschappelijke kennis en betrouwbare feiten blijven varen.”

Lees ook: Droge hoest, zere keel, koorts: let op deze symptomen

Daarna volgde een wat technisch verhaal over ‘groepsimmuniteit’, waarbij Rutte drie scenario’s schetste. De voorkeur van het kabinet gaat uit naar het scenario waarin het virus „maximaal” wordt gecontroleerd. Het virus „onbeheerst zijn gang laten gaan” zou het zorgsysteem overvragen – dit moet „koste wat kost” worden voorkomen. Rutte beklemtoonde dat het land niet volledig op slot gaat. „Zo’n rigoureuze aanpak kan op het oog aantrekkelijk lijken”, zei hij, „maar deskundigen wijzen erop dat we ons land een jaar of langer zouden moeten platleggen, met alle gevolgen van dien”.

Historisch

Dat premier Mark Rutte (VVD) zich in een address to the nation rechtstreeks tot de Nederlandse bevolking richtte, is historisch te noemen. De laatste keer dat een minister-president ‘de natie’ op zo’n manier toesprak, is ruim 46 jaar geleden. Op 1 december 1973 gaf Joop den Uyl (PvdA) een televisietoespraak over de oliecrisis, die leidde tot autoloze zondagen en benzine op de bon.

Den Uyl sprak zittend vanachter een tafel, met zijn handen over elkaar gevouwen en wat A4’tjes voor zich. „Houd u aan die 100 kilometer maximum op de weg”, zei hij. „Wees zuinig met elektriciteit. Zet de verwarming wat lager en wat eerder af.” Den Uyl sprak kalm, indringend en vaderlijk, zo nu en dan klonk een lichte zucht. „Ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.”

Lees ook: EU sluit haar grenzen maar critici betwijfelen of dat verstandig is

Ook Rutte sprak het volk toe vanachter zijn bureau. Hij droeg een donker pak met een donkere das en keek bloedserieus – een groot contrast met zijn normale, opgewekte toon. Hij sprak rustig, liet steeds een stilte vallen voordat hij aan een nieuwe zin begon. Zijn voornaamste doel leek om mensen gerust te stellen.

Eigen positie

Maar natuurlijk was deze toespraak ook voor zijn eigen positie van groot belang. Al dagen klinkt er kritiek op de Nederlandse overheid: dat de maatregelen niet streng genoeg zijn en dat ze te laat komen. Dit beeld wilde Rutte maandagavond wegnemen. Hij wilde zich een leider tonen, net zoals Joop den Uyl dat in 1973, zeer succesvol, deed. Al is het natuurlijk een groot verschil of een crisis over een energietekort gaat, of over mensenlevens. Rutte nam een risico, maar wist de juiste toon aan te slaan. Al valt te betwijfelen of zíjn woorden over 46 jaar nog in de geheugens gegrift staan, zoals deze fameuze uitspraak van Den Uyl: „Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug.”

De Italiaanse premier Giuseppe Conte kwam enkele dagen geleden met het poëtische: „Laten we vandaag op afstand blijven, om elkaar morgen nog sterker te omarmen.” Rutte eindigde met: „Let een beetje op elkaar. Ik reken op u.”