Ouderen reageren vrij gelaten op de dreiging

Hulplijn Bij ouderenbond ANBO komen veel verontruste telefoontjes binnen. Maar: „Ze beseffen dat het leven uiteindelijk leidt naar Onze Lieve Heer.”

Medewerkers van het Rode Kruis aan de telefoon. De organisatie is begonnen met een hulplijn voor mensen die in quarantaine of thuisisolatie zitten.
Medewerkers van het Rode Kruis aan de telefoon. De organisatie is begonnen met een hulplijn voor mensen die in quarantaine of thuisisolatie zitten. Foto Robin Utrecht

Half acht ’s ochtends, de stad is wakker. Een oude tram beweegt zich piepend en rammelend over het kruispunt. Bij de halte stappen mensen in en uit alsof het een normale maandagochtend is. Een vrouw duwt haar rollator in de richting van de draaideuren van Het Marnix, maar maakt rechtsomkeert als ze de mededeling ziet dat het zwembad in verband met het coronavirus voor onbepaalde tijd gesloten is.

Haar naam is Petra Eshuis, volgende week wordt ze 82. Lopen kan ze niet goed meer, maar zwemmen doet ze graag, het houdt haar fit. Iedere ochtend komt ze hier om wat baantjes te trekken en een praatje te maken met de andere zwemmers. Een „enorme stimulans”, zegt ze.

Ze weet heus wat er speelt in de wereld. Toch kwam ze vandaag naar het zwembad, net als gisteren en eigenlijk iedere dag. „Ik dacht het kan, het gaat gewoon door.” Nu gaat ze maar weer naar huis, de rommel opruimen, naar de radio luisteren, breien. Bang is ze nooit geweest, zegt ze. Wel voorzichtig. „Ik ga het natuurlijk niet opzoeken. Kijk! Gepaste afstand.”

Nederland telt ruim 3,2 miljoen 65-plussers. Zo’n 4,5 procent van de gehele bevolking – iets meer dan 800.000 mensen – is ouder dan tachtig. Op hen heeft het nieuwe coronavirus misschien wel de grootste invloed. Ze lopen het hoogste risico om te overlijden aan het virus. En eenzaamheid dreigt, nu sociale contacten voorlopig tot een minimum beperkt zijn.

Ze merken het bij ouderenbond ANBO, waar de speciale hulplijn die ze onlangs in het leven hebben geroepen wordt platgebeld. Er komen honderden telefoontjes binnen, zegt directeur Liane den Haan. Veel mensen vragen zich af wat de uitbraak van het virus voor hen betekent. „Ze hebben vragen als: mag ik nog wel naar de kapper of de pedicure? Maar ook: mag ik op mijn balkon staan, mogen de ramen open? Het gaat heel ver.”

De bond ziet ook ouderen die in een isolement raken, of in de war zijn omdat ze niet over goede informatie beschikken. Zo sprak Den Haan een vrouw die snikkend vertelde dat ze al vier dagen niet buiten was geweest. „‘Het waait’, zei ze. ‘Straks loop ik op straat en pik ik het op.’ Ze reageerde opgelucht toen ik zei dat ze gerust een blokje om kon gaan.”

Ook belde er een meneer van 98, hij had longaandoening COPD en durfde zijn huis niet meer uit. „Hij zei: ‘Ik eet niet veel, een Danoontje en wat Brinta, maar ik heb nu niets in huis.’ Hij had geen fijne buren, geen kinderen, geen computer. Hartverscheurend. Gelukkig woonde hij in de buurt. Een van onze vrijwilligers is na haar shift meteen boodschappen voor hem gaan halen.”

Den Haan vindt dat minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) zich donderdag tijdens de persconferentie ongelukkig heeft uitgedrukt, en daarmee onrust zaaide. „Hij zei: beperk contact met ouderen. Hij had moeten toevoegen: als u op dit moment ziek of verkouden bent. Of: kom niet met drie tegelijk en houd je aan de richtlijnen van het RIVM. Zeker nu ouderen niet meer naar hun vaste activiteiten gaan, zoals een kaartclub, is het contact met familie en bekenden ontzettend belangrijk.”

Lees ook: De nieuwe realiteit is dat het virus blijft

Onze Lieve Heer

Toch is er ook veel gelatenheid, ziet klinisch ouderenpsycholoog Noud Engelen. Ouderen reageren over het algemeen redelijk rustig op bedreigingen – ook met betrekking tot het coronavirus. „Uit de literatuur, maar ook uit de praktijk, weten we dat het besef van eindigheid in de regel ontstaat tussen het vijftigste en vijfenzestigste levensjaar. Dan realiseren mensen zich dat het leven uiteindelijk leidt naar Onze Lieve Heer, om het zo maar te zeggen. Hoogbejaarde mensen zijn meestal vertrouwder met dat gegeven dan de jongere generatie.”

„Ik riep al een week tegen mijn moeder: mam, kijk een keer naar het Journaal”, zegt Jolanda de Jonge. „Dat vergat ze dan steeds, en toen ze vrijdag wel keek en zag hoe erg het was, heeft ze van schrik een nacht niet kunnen slapen.”

Jolanda de Jonge (63) is mantelzorger voor haar beide ouders. Ze vreest sluiting van het verpleegtehuis.

Foto Dieuwertje Bravenboer

De Jonge (63) is mantelzorger voor haar beide ouders – „een veertigurige werkweek” noemt ze het. Om de dag bezoekt ze haar vader van negentig, die lijdt aan dementie. Ze vreest dat het verpleeghuis waar hij zit, zoals op sommige plekken al het geval is, straks misschien zal sluiten. Het zou een drama zijn, zegt ze. „Hij zou niet begrijpen waarom er niemand komt.”

De Limburgse Zakia Labyed (50) nam vorig jaar haar moeder in huis. Ze combineert het met haar werk in onder meer de thuiszorg en de opvoeding van vier kinderen. Het coronavirus veroorzaakt onrust, zegt Labyed, iedere dag opnieuw. „Mijn moeder vergeet de hele tijd waarom de kinderen en kleinkinderen niet op bezoek komen. Als ik het haar uitleg, is het natuurlijk steeds weer een schok. Ook aan het handen wassen moet ik haar telkens herinneren. Dan zegt ze: ik heb toch niets gedaan? Mijn handen zijn niet vies.”

Zakia Labyed (50) zorgt voor haar dementerende moeder. Foto Chris Keulen

Labyed schrok van de berichten over scenario’s waarin mensen vanaf tachtig jaar die besmet raken met Covid-19 mogelijk niet meer zullen worden behandeld. „Mijn moeder is 84. Ik dacht: jeetje, wat wordt er een druk op ons gelegd.” Al ver voor de landelijke maatregelen besloot ze het zekere voor het onzekere te nemen en de tandarts en andere afspraken buitenshuis af te zeggen. Ze vindt dat de overheid eerder had kunnen optreden. „Waarom zó voorzichtig? Mensen maken elkaar helemaal gek.”

Ook Jolanda de Jonge is erg op haar hoede. Een wandelingetje maakt ze nog wel, „maar ik ga niet met iemand staan praten. Stel dat ik een van mijn ouders besmet, dan zijn ze straks allebei weg.”

Correctie (18 maart 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat een plaatselijke GGD een mail had verstuurd met de boodschap dat mensen vanaf tachtig jaar die besmet raken met Covid-19 niet meer zouden worden behandeld. Dat klopt niet. De geïnterviewde doelde op een bericht over het draaiboek pandemie van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, waarin staat dat deze maatregel in geval van crisis kan worden genomen. Hierboven is dat aangepast.