Reportage

Nu straathandel in wiet explodeert, mogen coffeeshops toch weer open

Drugshandel De abrupte sluiting van coffeeshops schiep zondag gelijk een zwarte markt voor wiet en hasj. Om die straathandel tegen te gaan, wil het kabinet nu shops tot afhaalloket reduceren.

Bij deze coffeeshop in Den Haag werd zondag nog snel wiet en hasj gehamsterd voordat de sluiting inging. Bij shops verpreid door het hele land was dit beeld te zien.
Bij deze coffeeshop in Den Haag werd zondag nog snel wiet en hasj gehamsterd voordat de sluiting inging. Bij shops verpreid door het hele land was dit beeld te zien. Foto DANNY KEMP

Toen het kabinet zondagnamiddag aankondigde dat vanwege het coronavirus ook alle coffeeshops tot 6 april dichtgingen, besloot L. A. meteen extra wiet in te slaan. Niet door zich, zoals honderden andere Nederlanders, nog op de valreep naar zo’n shop te spoeden. L. A., die niet met zijn volledige naam in NRC wil, kocht een hele kilo. „Voor 4.200 euro.” Die voorraad staat hij nu in zakjes van een gram voor een tientje te verkopen op een brug in hartje Utrecht. „Gouwe business, ouwe.”

Normaal dealt hij hasj en wiet in Nieuwegein, een satellietstadje van Utrecht. Daar is sinds vijf jaar geen coffeeshop meer, en hij heeft een vaste kring van klanten die zijn prepaid-nummer bellen of sms’en. „In Nieuwegein kan ik op een dag misschien honderd zakjes verkopen. Hier op straat ga ik vandaag wel een halve kilo kwijtraken.” Om hem heen, vlak voor de deur van coffeeshop Andersom, cirkelen nog zeker twee jongemannen die passanten aanspreken: „Jij hebt iets nodig, toch?”

Marihuana via WhatsApp

Overal in het land vulden handelaren direct het gat dat de abrupte sluiting van de coffeeshops heeft geslagen in de nationale wietvoorziening. Naast straatdealers hebben ook clandestiene bezorgdiensten, die doorgaans vooral coke, speed of ecstasy leveren, zich op de wiet en hasj gestort. Een kleine, niet-representatieve rondgang leert dat zij nu ook marihuana in hun WhatsApp-menu’s aanbieden, of dit willen gaan doen – sommigen zijn hard op zoek naar voorraad.

De gramprijs die zij hanteren, ligt fors hoger dan normaal in de coffeeshops: tussen de 15 en 20 euro per gram. „Ik wil 100 euro voor 5 gram gaan vragen”, legt ‘J.’ uit, die in Utrecht normaalgesproken harddrugs verkoopt. Hij heeft al bestellingen staan en hoopt dinsdag te kunnen beginnen met leveren. Maar aan spul komen duurt even. Via de achterdeur van de gesloten coffeeshops is geen optie. „Zij gaan dat risico niet nemen voor een paar honderd euro. Ze kunnen dan helemaal dicht gegooid worden.”

Kabinet maakt U-bocht

De centrale idee achter het Nederlandse gedoogbeleid – laat in ieder geval de detailhandel in softdrugs ordentelijk verlopen – bewijst zich nog maar eens met dit acute opbloeien van de straathandel. Lokale autoriteiten pleiten dan ook voor een koerswijziging van het kabinet.

Burgemeester Bert Blase van Heerhugowaard, bijvoorbeeld, vertelt dat zijn gemeente één coffeeshop heeft, „met allemaal reguliere klanten”. Die klanten – uit Heerhugowaard én daarbuiten – moeten hun wiet en hasj nu elders zoeken, zegt hij. De handel gaat weer ondergronds, vreest de burgemeester, „en dat willen we niet. Dat zorgt voor overlast, criminelen verdienen er geld aan en de wiet is minder goed te controleren en daardoor gevaarlijker voor de volksgezondheid.” De neveneffecten van de maatregel zijn echt ongewenst, zegt Blase.

De burgemeester pleitte deze maandag daarom voor het heropenen van coffeeshops. Bijvoorbeeld als ‘wietbalies’, die een soort van afhaalfunctie krijgen. Coffeeshops hebben vaak een ruimte waar je kunt zitten en ik snap dat daar het gevaar op besmetting groot is, zegt Blase, maar bij een afhaalpunt speelt dit helemaal niet. „Op zo’n distributiepunt kun je het corona-safe regelen. Via een luikje. Of een drive-through coffeeshop.”

Maandag gaf het kabinet gehoor aan dit soort oproepen. Aan het eind van de middag werd bepaald dat coffeeshops per direct toch weer open mogen en net als afhaalrestaurants klanten mogen blijven bedienen, vertelde burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen na overleg van alle veiligheidsregio's met minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA).

Afgesproken is dat klanten de wiet mogen kopen, maar niet binnen oproken. De wietcafé’s moeten dat wel logistiek kunnen regelen en ook alle hygiëneregels in acht nemen die zijn getroffen vanwege het coronavirus. Een beperkt aantal klanten, die voldoende afstand van elkaar houden.

Vijf meier

Totdat alle shops weer open zijn bloeit de straathandel nog even. „Mag ik een grammetje?” Op de Amsterdamse Nieuwendijk, vlakbij het Centraal Station, loopt een twintiger af op een duo dat tegen een gesloten restaurant aanleunt. Hij overhandigt de jongens het geld, neemt een klein plastic zakje aan, en weg is-ie.

De jongens staan pas een half uurtje op hun plek, zeggen ze. Normaal gesproken duiken de wietdealers in Amsterdam op zodra coffeeshops sluiten, na middernacht, maar nu kun je de hele dag door verdienen, zegt de kleinste van de twee, een bebaarde jongen met een mutsje. Waarom ze hier staan? Ze hoorden verhalen over „jonge jongens die gisteravond in een paar uurtjes vijf meier [500 euro] hadden gepakt”. „Toeristen betalen makkelijk 25 euro voor een grammetje. Die komen hier lekker genieten en maakt het niks uit wat ze betalen.”

De twee vinden het normaal dat ze toeristen fors te veel laten betalen. De kleinste: „Als ik gepakt wordt door de politie moet ik een dikke boete betalen. Ik doe niet aan korting.”

In Utrecht-Oost hebben de straatdealers deze maandagavond na het regeringsbesluit direct weer concurrentie gekregen van de Culture Boat. Die coffeeshop, gevestigd op een boot aan de singel, is om zeven uur gelijk weer opengegaan. Wel staan in het zitgedeelte alle stoelen op tafel en bedient het personeel vanachter een plaat plexiglas. De joints worden in latex handschoentjes aangereikt.