Foto Andreas Terlaak

Interview

Herreweghe: ‘Ik wil muziek spelen waar de sterren nog mooier van worden’

Philippe Herreweghe | oprichter Collegium Vocale Gent Oudemuziekensemble Collegium Vocale Gent viert zijn vijftigste verjaardag. Een gesprek met oprichter Philippe Herreweghe over 50 jaar musiceren aan de hand van zes karakteristieke cd’s én een live-stream.

CD 1: Bach, Johannes-Passion – Collegium Vocale Gent, 2020

„Zonder deze plek zou ik psychiater zijn geworden”, zegt dirigent Philippe Herreweghe. Plaats van handeling: de Waalse Kerk in Amsterdam, waar Herreweghe (1947) eind januari met Collegium Vocale Gent is neergestreken voor cd-opnames.

In deze kerk gaf Herreweghe in 1973 zijn eerste Nederlandse concert. Achteraf bezien was dat het begin van een ontzagwekkende muziekcarrière. Hij komt hier nog altijd graag, bijvoorbeeld voor cd-opnames. Optredens vinden tegenwoordig meestal verderop plaats, in het Concertgebouw.

„Vroeger was Amsterdam voor mij een verre, exotische stad; een aanlokkelijke poel van verderf”, zegt Herreweghe. En dus reisde hij er aan het begin van de jaren zeventig als nieuwsgierige geneeskundestudent uit Gent naartoe, samen met een paar vrienden van het amateurkoor dat hij kort daarvoor had opgericht: Collegium Vocale.

In een bruine Amsterdamse kroeg sprak Herreweghe een langharige klavecimbelspeler aan, die daar met zijn groepje muziek zat te maken. De jongen heette Ton Koopman en had er wel oren naar samen met Herreweghes ‘koortje’ Bachs Johannes-Passion uit te voeren.

Aldus geschiedde, in 1973, in de Waalse Kerk. „Je had natuurlijk Harnoncourt in Wenen, maar dit was een van de allereerste keren dat een passie van Bach werd uitgevoerd op oude instrumenten.”

Koopman moest zijn ‘groepje’ wel uitbreiden voor het orkest, en zo kwam het dat ook violiste Marie Leonhardt die dag meespeelde. Haar man Gustav Leonardt kwam luisteren en was zodanig onder de indruk dat hij Herreweghe en zijn koor meteen engageerde voor opnames van alle Bach-cantates. Plotseling werkte Herreweghe nauw samen met een pionier van de historische uitvoeringspraktijk.

Het was voor Herreweghe, die op z’n veertiende al een conservatoriumstudie achter de rug had, reden zijn loopbaan als psychiater vaarwel te zeggen: „Zolang ik geneeskunde studeerde, stak ik de helft van mijn tijd in muziek en poëzie. Maar toen ik in het hospitaal werkte, maakte ik dagen van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds en had ik voor muziek geen tijd meer.”

In de vijftig jaar die volgden, bleef de Johannes-Passion een door Herreweghe gekoesterd, veel uitgevoerd werk – uitvoeringen die dit jaar culmineerden in een schitterende nieuwe opname van Bachs ‘kleine’ Passion, waarvan een live-uitvoering te zien is op collegiumvocale.com.

CD 2: Bach, Trauerode – Collegium Vocale Gent, verwacht eind 2021

De teller staat in Herreweghes lange carrière op circa 250 cd’s, die sinds 2010 verschijnen op zijn eigen label PHI. Vandaag sleutelt hij in de Waalse Kerk aan nog weer een nieuwe Bach-cd, met onder meer de Trauerode. „Op het hoogtepunt nam ik zeven cd’s per jaar op. Tegenwoordig zijn dat er nog ongeveer drie. Ik denk dat ik twee miljoen platen verkocht heb, minstens.” Herreweghe glimlacht: „Ik heb de neiging te overdrijven, hè.” De nieuwe Bach-cd zal níét nummer 251 zijn – de mixage en productie hebben heel wat voeten in de aarde en er is een wachtrij. Trauerode staat gepland voor eind 2021.

Twee keer heeft Herreweghe nu alle werken van Bach vastgelegd, vertelt hij na de opnames bij ‘een pilsje’ en een kaasplank. „Ik kan me daarvoor alleen nog motiveren als het met echte topsolisten is.”

Zoals „lievelingssopraan” Dorothee Mields. En countertenor Alex Potter, „misschien wel de beste die ik ooit meegemaakt heb”. Ook werkt Herreweghe veel met de Vlaamse tenor Reinoud van Mechelen: „Die is goed. Hij is nog jong, maar hij gaat heel goed worden. Een intelligente jongen.”

CD 3: Bruckner, Vijfde symfonie – Orchestre des Champs-Élysées, 2009

Het gouden tijdperk van de cd is voorbij, maar als visitekaartje heeft het schijfje nog een belangrijke functie. Het toont de breedte van je repertoire, zegt Herreweghe: „Nu dirigeer ik ook Bruckner in Wenen, en dat komt door die cd’s. Hé, Herreweghe doet ook Bruckner! Anders blijf je opgesloten in je eigen hokje.”

De finale van Bruckners Vijfde, vindt hij, die staat er hier ook wel érg mooi op. Bruckner is zijn lievelingscomponist, zegt Herreweghe. „Voor Bach en Bruckner moet je een religieus tintje hebben. Of ik gelóóf, daar kan ik eigenlijk geen antwoord op geven. Ik ben katholiek opgevoed, maar ik ben geen pilaarbijter en ik breng mijn vakanties niet door in abdijen. Maar achteraf bezien heb ik voornamelijk religieuze muziek gespeeld. Ik bedoel, een Adagio van Bruckner, waar gaat dat over? Je hebt twee soorten muziek. De muziek waar de sterren nog mooier van worden, die wil ik spelen.”

Dat is ook een reden dat hij vrijwel geen opera dirigeert. „Opera gaat over menselijke gevoelens, haat, jaloezie, liefde. Dat interesseert mij niet zo erg. Wel in mijn privéleven misschien, maar ik vind dat muziek die over andere dingen spreekt nog meer muziek is.”

CD 4: Brahms, Vierde symfonie – Orchestre des Champs-Élysées, 2017

Een halfjaar geleden is hij gevallen in Shanghai – „een trapje in het hotel, ik was aan het telefoneren”. De pezen in zijn rechterbovenarm zijn ingescheurd en hij heeft ook een pijnlijke knie – hij maakt een grap over de recente verkiezingsoverwinning van extreem-rechts in Vlaanderen, en een bepaalde groet die hij fysiek niet in staat is te brengen.

„Een operatie is risicovol op mijn leeftijd. Bovendien zou ik er dan een jaar uit liggen, net nu ik allemaal interessante projecten heb.”

Alsof Herreweghe ooit géén interessante projecten heeft.

Rond zijn zeventigste verjaardag, drie jaar geleden, heeft hij wel eens aangegeven wat minder te willen gaan werken. Minder reizen, Brussel als vaste plek. Is dat gelukt?

Geconfronteerd met die uitspraak begint Herreweghe verbaasd te fronsen. „O ja, zei ik dat? Hm-hm. Nee, het komt er niet van.”

De agenda zit, ijs en corona dienende, na april onverminderd vol. Hij debuteert bij het Cleveland Orchestra, keert terug bij het Concertgebouworkest en het Tonhalle Orchester Zürich, toert met Collegium en dan is het weer tijd voor het zomerfestival bij zijn huis in Toscane. „Ik ben 72 en heb plannen voor de komende twintig jaar.” Zoals het opnemen van de volledige symfonieën van Bruckner (hij is halverwege) en de orkestliederen van Mahler. En ook een Brahms-cyclus met het ook door hem opgerichte Orchestre des Champs-Élysées staat hoog op het verlanglijstje. En dan voorafgaand aan de opnames liefst eerst een tiental concerten geven.

„Met deze opname van Brahms’ Vierde hebben we dat kunnen doen, en dat hoor je. Dan heb je het echt in de vingers.”

CD 5: Berlioz, Nuits d’été – Orchestre des Champs-Élysées, 2007

De Duitse muziek en cultuur – daarbij voelt Herreweghe zich thuis. „Ik ga alleen nog Vlaams-Duitse muziek doen”, zegt hij zelfs.

Maar het hoogtepunt in zijn discografie is toch Frans: de liedcyclus Les nuits d’été van Berlioz. „Dit is misschien wel de mooiste cd die ik heb gemaakt. Bijna alle cd’s die ik heb gemaakt zijn voor verbetering vatbaar, maar aan deze zou ik niets willen veranderen. Het is de mooiste versie die er bestaat – dat ligt overigens niet aan mij, maar aan de zangeres, mezzo Brigitte Balleys.”

CD 6: Bach, Matthäus-Passion – Collegium Vocale Gent, 1985

Herreweghes naam zal niettemin voor altijd met Bach verbonden blijven. Dat beseft hij zelf ook. „Mensen zullen mij natuurlijk nooit vragen voor Bartók, en nog minder voor Ligeti. Ik zou dat ook weigeren, al vind ik het prachtige muziek. Ik doe alleen muziek waaraan ik iets denk te kunnen bijdragen.”

Om de strikte beperkingen van zijn repertoire te illustreren schudt hij een herreweghiaans understatement uit zijn mouw: „Ik ben al blij met de laat-renaissance, Monteverdi en Gesualdo en dat soort dingen, dan Bach en Schütz, daarna Haydn, Mozart, Beethoven, Schumann, Brahms, Stravinsky… En dat met de beste orkesten ter wereld, hè. Ik mag niet klagen.”

Toevallig is die Bach-preoccupatie niet: „De modale Vlaming of Nederlander staat dichter bij Bach dan de modale Duitser.” De Duitse negentiende eeuw, met zijn dichters en denkers en Romantiek, is aan ons voorbijgegaan, Bachs wereld is voor ons begrijpelijker. Niet voor niets schoot de historische uitvoeringspraktijk in Vlaanderen en Nederland wortel: „Ik ben niet besmet door die grote filosofen.”

Maar bij de allermooiste platen uit vijftig jaar Herreweghe en Collegium Vocale hoort volgens hemzelf „geen enkele Bach”, denkt hij. „Of misschien de vier kleine misjes die we voor Virgin hebben gedaan.” Maar zéker geen Matthäus.

Als hij toch moet kiezen, dan de allereerste, uit 1985: „Dat vind ik de mooiste, want de naïefste. Ik kreeg een paar honderd in de hand en geen royalty’s, het koor was nog half amateur en onbetaald. En er zijn er driehonderdduizend van verkocht!”

De uitvoering van Bachs Matthäus-Passion door Philippe Herreweghe en Collegium Vocale Gent op 2 april in het Concertgebouw in Amsterdam is vanwege de maatregelen rond het coronavirus geannuleerd. Inl: concertgebouw.nl