Geen crisis zolang er rijst en bonen zijn

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over een voedzame maaltijd in tijden van lege supermarkten.
Illustratie Eliane Gerrits

Nu de universiteit alle studenten op straat heeft gezet en er nauwelijks eten meer te krijgen is op de campus, trekt onze zoon weer net als vroeger op voorspelbare en minder voorspelbare momenten de koelkast open. Mam, is er nog iets te eten? Daar had ik niet op gerekend. De tijden dat koelkast en vriezer altijd vol waren, zijn voorbij. Maar voor hamsteren is het aan de late kant. De schappen in de supermarkten zijn vrijwel leeg. Nog los van het feit dat deze plekken beter gemeden kunnen worden.

Mijn Braziliaanse vriendin Flora weet raad. Ze groeide in grote armoede op in São Paulo. Haar moeder overleed toen ze zeven was en haar vader was altijd dronken. Zij en haar jongere zusje werden volledig aan hun lot overgelaten, zonder een cent. Om haar zusje en zichzelf te voeden, vroeg ze bonen en rijst aan buren en bekenden. Thuis, staande op een kruk – ze was toen al klein – kookte ze die. Vlees at ze nooit. Snoep bij hoge uitzondering.

Toen ze twaalf was ging ze voor het eerst naar school. Een feest, vooral ook vanwege de gratis lunch. Daarvan bewaarde ze de helft voor het avondeten. In de vakantie was ze weer terug bij af.

Toen ze de kans kreeg naar Amerika te ontsnappen, greep ze die met beide handen aan. „In het begin ging al mijn geld op aan eten”, vertelt ze. „Hamburgers, steak, hotdogs. Coca-Cola, pizza. Oh, en, mmm, Reese’s Peanut Butter Cups.” Een lekkernij van pindakaas, chocola en crackers, althans voor wie ervan houdt. Het paradijs waar ze ooit van droomde was ineens bereikbaar, op een koopje. Nooit meer honger en al die smaken.

Maar al gauw werd ze dik, prediabeet, en ging ze zich lamlendig voelen. Toen ze behoorlijk ziek was – ze dacht dat ze doodging – begon ze tot haar eigen verbazing te verlangen naar rijst en bonen. „Mijn lichaam herkende het eten”, zegt ze. „Er zit alles in wat ik nodig heb.” Binnen de kortste keren voelde ze zich weer lekker. En was ze weer op haar oude gewicht.

‘Zolang je maar je rijst en bonen hebt. Geloof me, hiermee kun je elke crisis aan”, vertelt ze me, en overhandigt me twee enorme zakken. „Je kunt er alles van maken. Zelfs snoep.”

De volgende ochtend komt ze me helpen. Ze zet de pan met bonen op het vuur en voegt er laurierblaadjes aan toe. Dan gaat ze knoflook snijden. Het lijkt niet veel, een pan met kokend water en spartelende bonen, maar Flora maakt er een ritueel van.

„Zo ruikt Brazilië”, zegt ze. Als een ongebruikelijke, maar heerlijke geur zich door het huis verspreidt. „Wacht maar tot we gaan eten.”

We maken bonensalade, chili en een zoete bonenpasta waarvan ze bonbons maakt.

„Wie had gedacht dat bonen nu trendy zijn in Amerika?” zegt ze. „Ik zag een kookboek met alleen maar bonengerechten. Vol met allemaal recepten die ik allang uit mijn hoofd kende. Voor 30 dollar.” Ze schudt haar hoofd.

Samen eten we een dampend bakje rijst en bonen. Zo komen we de komende weken wel door.

Reacties naar pdejong@ias.edu