Analyse

EU maakt veel geld vrij, maar de vraag is of het genoeg is

Europa Europese ministers van Financiën spraken af 150 miljard euro te investeren. De ene lidstaat heeft meer speelruimte dan de andere.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA).
Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA). Foto Bart Maat

Een krachtig, eensgezind signaal dat Europa de klap gezamenlijk zal opvangen: dat moest maandag de boodschap zijn van Europese ministers van Financiën. Na afloop van een telefonisch overleg spraken ze af „alles wat nodig” is te doen om de economische gevolgen van de coronacrisis te dempen. Maar of de aangekondigde maatregelen voldoende zijn om de groeiende economische onrust te dempen, is onzeker.

Hoe onzeker de ontwikkeling van het coronavirus ook blijft, het is duidelijk dat de economische schok gigantisch zal zijn. Tegelijk worstelen zowel centrale banken als overheden met de juiste reactie. Monetair beleid, dus méér geld de economie inpompen, heeft immers weinig zin, nu vrijwel het hele publieke en economische leven in Europa stilvalt. De roep om krachtig overheidsingrijpen nam de afgelopen dagen snel toe.

Maandag spraken Europese landen af allemaal flink te investeren om de eigen economie te ondersteunen, wat in totaal neer zal komen op 1 procent van het Europese BBP. Ook nemen alle landen aanvullende maatregelen om bedrijven te ondersteunen, zoals goedkope leningen en het uitstellen van belastingen. Die laatste maatregelen zullen neerkomen op circa 10 procent van het bbp.

Daarnaast gingen lidstaten akkoord met het voorstel van de Europese Commissie om zeer soepel om te gaan met de Europese begrotingsregels. Daardoor kunnen overheden fors investeren, zonder zich druk te maken over hun begrotingstekort. Ook stemden de landen in met meer Europese ruimte voor staatssteun, waardoor overheden bedrijven makkelijker kunnen ondersteunen.

Lees ook: De rente verlagen is niet genoeg in tijden van corona

De afgelopen week kondigden alle lidstaten afzonderlijk al stimuleringspakketten aan om getroffen sectoren of ondernemers te ondersteunen. Door de maandag gemaakte afspraken moeten die beter op elkaar afgestemd worden, maar heel concreet zijn de afspraken niet. Investeringen zullen zich concentreren op het bestrijden van het virus, het ondersteunen van sectoren als toerisme en transport en het compenseren van werknemers die door het wegvallen van werk getroffen worden.

Als de steunpakketten inderdaad optellen tot 1 procent van het Europese bbp, zal uiteindelijk circa 150 miljard euro geïnvesteerd worden. Maar hoe fors dat bedrag ook mag klinken, in de praktijk zal het naar verwachting bij lange na niet genoeg zijn om de economische klap van de coronacrisis op te vangen. Bovendien zijn er grote verschillen in hoeveel ruimte lidstaten hebben om de portemonnee te trekken. Nederland kan met gemak een groot bedrag vrijmaken, net als Duitsland. Maar voor landen als Griekenland of Spanje ligt dat volstrekt anders, net als voor het zwaar getroffen Italië.

Een cruciale vraag wordt in de nabije toekomst dan ook welke rol het zogeheten Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) krijgt bij de reactie op de crisis. Dat noodfonds werd in de jaren na economische crisis van 2008 opgetuigd om landen in grote nood te kunnen helpen. Andere lidstaten staan garant voor de leningen van het fonds.

Maandag wilden Europese landen er echter nog niet op vooruit lopen of het ESM nu ook weer kan worden ingezet. Daarvoor is het nog veel te vroeg, benadrukken diplomaten. Bovendien: zet je die mogelijkheid nu al teveel in de schijnwerpers, dan kan dat juist ook paniek op de financiële markten vergroten. Maar dat de solidariteit van Europa in de nabije toekomst op de proef zal worden gesteld lijkt ondertussen wel zeker.