Reportage

Een luide zoemer klinkt over een volledig leeg schoolplein

Onderwijs en kinderopvang Scholen met honderden leerlingen ontvingen maandagochtend slechts enkele kinderen, na sluiting vanwege het coronavirus. Leraren werken aan lesstof voor thuis.

Lege klas van het Baarnsch Lyceum, op de eerste dag van de sluiting wegens het coronavirus.
Lege klas van het Baarnsch Lyceum, op de eerste dag van de sluiting wegens het coronavirus. Foto Jeroen Jumelet

Op studiedagen staan er altijd wel een paar leerlingen voor de ingang van de Flevoparkschool in de Indische Buurt in Amsterdam, omdat hun ouders zijn vergeten dat ze vrij hebben. Deze maandagochtend stond er geen enkel kind. Directeur Alwin van Halm (52) roemt het begrip en de flexibiliteit van de ouders. „Nu is het wel zo dat de meeste leerlingen uit de Indische Buurt één ouder hebben die niet werkt.” Van Halm verwacht dat de school voor weinig kinderen opvang hoeft te regelen.

Vanaf woensdag krijgen de kinderen van de Flevoparkschool les op afstand. Deze maandag en dinsdag wordt er hard gewerkt aan een plan. Leraren zullen vooral digitale lesmethoden gebruiken, maar sommige komen ook met creatieve ideeën om van de nood een deugd te maken. „We willen de kleuters bijvoorbeeld laten zoeken naar voorjaarsbloemen en die laten natekenen”, vertelt assistent-directeur Mario Wormhoudt (62). „Ook leuk: insecten fotograferen en oefenen met wegen en meten.”

Lees ook Scholen dicht: ‘afstandsonderwijs’ en leenlaptops

Wat doet Nederland als de scholen zijn gesloten? Waar blijven de kinderen? Twee jochies van negen staan op het schoolplein van basisschool Burchtgaarde in Breda en overleggen ernstig met elkaar hoe ze drie weken vakantie zullen doorkomen. „Drie weken geen school is te lang”, constateert de een. Dat gaat problemen geven, later dit jaar. „Als we straks ineens moeten knallen, weet je niet alles wat je moet weten om naar de volgende groep over te gaan.”

De ander legt uit dat het leertempo door de wekenlange pauze niet meer klopt. „Weet je wat het is: ons leerboek weet niet dat wij niet op school zijn.” Daarom zitten binnen de juffen te vergaderen. „Zodat we straks ook thuis kunnen leren. Op websites en zo.”

Ontroostbare dochter

De scholen in Breda zijn grotendeels verlaten. „Mijn dochter moest vanmorgen huilen toen ze hoorde dat ze niet naar school mocht”, vertelt Nicole van Kastel. „Andere kinderen zijn misschien blij, maar zij was echt ontroostbaar.” Haar dochter Floor (7) zit op de Vrije School. Ze speelt nu maar op het plein van een andere school, dichtbij waar ze zelf woont. Op een ander deel van het plein bezoeken kinderen tijdens de tussenschoolse opvang. Niet zoals gebruikelijk meer dan honderd, maar vier.

Ook bij de Montessorischool loopt het maandag niet storm. Van de vierhonderdvijftig leerlingen zijn er tien het gebouw binnen gelopen. „Die doen nu allemaal heel leuke dingen met elkaar, onder begeleiding van onze onderwijzers”, zegt directeur Eveline Houdijk. Ze heeft „ongeveer twintig” verzoeken van ouders gehad om ondanks de sluiting van de opvang gebruik te mogen maken. Vanaf woensdag is er voor leerlingen een pakket beschikbaar om thuis te leren. „Het hoe en wat zijn we nu aan het bekijken.”

Er was maandag enige verwarring over welke ouders hun jonge kind naar school of kinderopvang mochten brengen. Moeten beide ouders in ‘vitale’ of ‘cruciale’ beroepen werken om op de opvang aanspraak te mogen maken? Of is één voldoende? Het laatste lijkt het geval. „De lijst met vitale beroepen wordt steeds langer, en als bijvoorbeeld de andere ouder een eigen bedrijf heeft en zijn personeel moet aansturen, dan moet er plaats voor een kind gevonden kunnen worden”, zegt een woordvoerder van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

De organisatie schat dat de bezetting op „10 tot 20 procent” van een normale maandag. Dat ouders zonder ‘vitale’ of ‘cruciale’ functie hun kind niet naar de opvang kunnen brengen maar daar wel voor moeten betalen, lijkt een geval van domme pech. „Wij adviseren deze ouders de facturen door te betalen, omdat anders de toeslagen gevaar lopen, en het een administratieve chaos zou kunnen worden. En wie het contract opzegt, loopt het risico dat de plek voor het kind straks weg is.”

Eén kind naar school

Maandagochtend was het ook in Deventer stil. Bij het kindcentrum Rivierenwijk, waar het normaal gesproken een komen en gaan is van kinderen van twee tot dertien jaar die hier worden opgevangen en onderwezen, kwam aanvankelijk maar één kind naar school, een jongen van tien uit groep zes. „Hij heeft een alleenstaande moeder, werkzaam in een vitaal beroep”, zegt directeur-bestuurder Bart Roumen, staand met een kop koffie in de hand in de deuropening van zijn school. De jongen wordt opgevangen door de leerkrachten, die stuk voor stuk wel naar school zijn gekomen. Om half negen klinkt er een luide zoemer over een verder volledig leeg schoolplein.

Het eerste punt op de agenda maandag: hoe krijgen we elk kind aan een laptop? Het bezit daarvan spreekt niet voor zich op een school die midden in een wijk staat die begin deze eeuw nog als enige in Deventer het stempel Vogelaarwijk kreeg opgeplakt. „We hebben nog wat oude exemplaren staan, die zijn we nu aan het prepareren. Hopelijk hebben we er genoeg”, zegt Roumen.

Over de 10-jarige die met de complete staf in een verder leeg gebouw zit wordt intussen koortsachtig overlegd. „Er gaat een mail rond om te inventariseren hoeveel kinderen er in Deventer moeten worden opgevangen. We kijken nu of dat centraal kan. Of dat er ergens bij een vriendje of vriendinnetje plek is.”

De kinderopvangbranche laat weten dat de komende dagen wordt overlegd over het samenvoegen van locaties van kinderopvang, want maandag was wel érg rustig. In een vestiging van kinderopvang Partou van de Amsterdamse Flevoparkschool zijn de kleuters nergens te bekennen. Tussen de kleine stoeltjes en het speelgoed zitten de kleuterleidsters op een bankje met elkaar te kletsen. „Voor de zekerheid zijn we hier vanochtend toch allemaal naartoe gekomen”, zegt leidinggevende Anique Homan (31). „Gelukkig zijn er een hoop klusjes te doen die normaal blijven liggen, zoals uitgebreid schoonmaken en de administratie bijwerken.”