De rente verlagen is niet genoeg in tijden van corona

Centrale banken De monetaire brandweer is uitgerukt met groot materieel. Maar de chaos op de financiële markten laat zich moeilijk smoren.

Hoe keer je het wantrouwen op de financiële markten? Dat was ruim een decennium geleden een makkelijk te beantwoorden vraag voor centrale bankiers: rentes omlaag. Sinds 2008 is monetair beleid minder eenduidig geworden. Rentes omlaag én de geldpers aan, werd het nieuwe credo toen de markten opdroogden na de val van Lehman.

Nu de wereld wordt overvallen door het coronavirus, en nu de economische en financiële verlamming die daarmee gepaard gaat miljarden aan beurswinsten opslokt, kijken beleggers opnieuw naar de centrale banken. En wederom blijkt: wat vroeger werkte, is nu niet meer genoeg.

De lijst met maatregelen is inmiddels lang. In de Verenigde Staten begon de Federal Reserve twee weken geleden met een eerste renteverlaging van 0,5 procentpunt. Australië en Canada volgden al snel. De Bank of England verlaagde de rente een kleine week geleden, gevolgd door wederom Canada, Noorwegen en China.

Tussendoor kwam de Fed met 1.000 miljarden aan steun voor de zogenoemde repo-markten, de markt voor kortlopende Amerikaanse staatsleningen. De Europese Centrale Bank gooide vorige week de loketten voor gunstige langetermijnleningen voor banken verder open kondigde een verruiming van het opkoopprogramma voor staats- en bedrijfsobligaties aan.

En zondagavond was het wederom de beurt aan de Fed, die de rente een vol procentpunt verlaagde naar tussen de 0 en 0,25 procent en de geldkraan wijd openzette voor zowel staatsobligaties (500 miljard dollar) als hypotheekobligaties (200 miljard).

Lees ook: Door de coronacrisis lijken al die schulden ineens wél gevaarlijk

De omvang van deze maatregelen doet denken aan de periode van het begin van de financiële crisis, in september 2008. Destijds waren de maatregelen gericht op het financiële systeem, dat toen via de kredietcrisis zélf de veroorzaker was van de economische problemen. Nu is een externe gebeurtenis de veroorzaker: het coronavirus.

Emmer water

De maatregelen van de monetaire instanties hebben dan ook weinig effect tot nu toe. Het is een beetje alsof de brandweer een emmer water middenin een bosbrand heeft gegooid. In een fractie van de tijd is dat water weer verdampt. „De Fed zaait absolute paniek met die renteverlaging”, zegt hoogleraar monetaire economie Casper de Vries van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „De oplossing in deze fase van de crisis is niet monetair beleid, maar begrotingsbeleid. Dat kan economieën stutten, en dat kunnen centrale banken niet.”

Meer waardering heeft De Vries voor het beleid van de ECB. Die geeft banken heel gericht leningen waarmee zij op hun beurt het bedrijfsleven weer kunnen ondersteunen. „Het is een beetje noodgedwongen omdat de ECB veel minder ruimte had dan de Fed, maar daardoor heeft de ECB nu wel het goede gedaan”, zegt hij. Dat ECB-chef Christine Lagarde vervolgens het vertrouwen in de centrale bank verspeelde door onhandige opmerkingen te maken over de oplopende leenkosten van Italië is spijtig, meent De Vries.

Lees ook: Lagarde speelt middenin de crisis met vuur

De Vries krijgt bijval van hoogleraar bankwezen en financiering Harald Benink van Tilburg University. Ook hij prijst de gerichte leningen van de ECB aan banken. „Dat helpt bedrijven in de reële economie die in betalingsproblemen komen”, zegt Benink. Hij is evenmin verrast over het feit dat de markten zich niet laten kalmeren ondanks het monetaire vuurwerk. „Elke forse stap die een centrale bank nu zet, wordt gezien als bevestiging van de paniek, niet als een signaal van vertrouwen”, zegt hij. „Daar komt bij dat corona niet alleen een aanbodschok veroorzaakt, door stilvallende productie en transport, maar ook een vraagschok: mensen kopen niks meer. Dat los je niet op met lagere rentes, dat instrument is bot.”

Zorgen om Italië

Beninks grootste zorg is de houdbaarheid van de staatsschulden op de bankbalansen, met name die van Italië. „Italië was al zwak. Italiaanse banken hebben 300 tot 400 miljard van hun eigen staatsschuld op de balansen staan. Als dat gaat schuiven, omdat het vertrouwen in de ECB wegvalt, ben je zo weer terug in de eurocrisis van 2012.” Lagarde zou wat hem betreft dan ook vooral rust moeten terugbrengen in de markt voor staatsobligaties.

Monetair econoom Lex Hoogduin, hoogleraar in Groningen, wil een stapje verder gaan. „Dit zijn uitzonderlijke tijden”, aldus de oud-adviseur van Wim Duisenberg, voormalig president van de ECB. „Tijden waarin je heel flexibel moet zijn.”

Hoogduin, doorgaans geen voorstander van een experimenteel monetair beleid, stelt voor een groot taboe in centralebankenland tijdelijk te doorbreken: monetaire financiering. Dit is de financiering van overheden door centrale banken, iets dat is verboden in het EU-verdrag. Dat verbod moet even overboord, meent de Hoogduin. „Gerichte” uitgaven om de coronacrisis te verzachten zouden op het conto van de centrale bank moeten komen.

De acties van de centrale banken bevestigen juist de paniek die er al is

„De gezondheidszorg heeft nu maximaal en zo snel mogelijk steun nodig”, zegt Hoogduin. Nationale centrale banken van de eurolanden zouden die uitgaven kunnen financieren, bijvoorbeeld een jaar. „Het gaat het snelste als je dat op nationaal niveau doet. Afspraken op het Europese niveau kosten alleen maar tijd.”

Flexibel zijn

Elke regering kan haar rekening bij de nationale centrale bank „rood trekken, zover als nodig – mits voor gerichte uitgaven”, stelt Hoogduin. Nederland zou dit niet hoeven doen, omdat het ook de staatsschuld (nu zo’n 49 procent van het bbp) kan laten oplopen naar het EU-maximum van 60 procent. De Nederlandse staat leent tegen negatieve rentes. „Maar het zou nu onverantwoord zijn om landen als Griekenland of Italië deze mogelijkheid te ontzeggen”, meent Hoogduin. Het EU-verdrag moet nu dus flexibel worden geïnterpreteerd, stelt hij.

Wat met de aldus opgebouwde schuld van overheden bij centrale banken zou moeten gebeuren, „zullen we later zien”, zegt Hoogduin. „Eerst laat je het gewoon oplopen.” De schuld hoeft niet eens formeel te worden kwijtgescholden, maar kan ook op de balans van de centrale bank blijven staan, zegt Hoogduin. „De tijd om hier geleerde discussies over te voeren komt nog wel, maar die is niet nu.”