Opinie

De barbaren komen van de andere kant

Marjoleine de Vos

De Griekse dichter K.P. Kaváfis schreef in zijn bekende gedicht ‘Wachten op de barbaren’ over hoe de barbaren en de vrees voor hun komst alles veranderen: iedereen gedraagt zich anders dan normaal, maakt zich op voor een nieuwe tijd, men kleedt zich anders, de senatoren vaardigen geen wetten meer uit want dat doen de barbaren wel als ze komen.

Wie zijn die barbaren? Dat blijft onduidelijk – hun kracht is nu juist dat ze zúllen komen, niet dat ze er zijn. De angstige verwachting verandert het hele leven.

Dat maakt het makkelijk om dat gedicht door te trekken naar het heden met al zijn vluchtelingen. De barbaren zullen komen, voor een ‘omvolking’ zorgen, onze samenleving veranderen met nieuwe wetten en gebruiken. Ze kloppen aan de poorten en wij hebben die op slot gedaan in een angstige maar vergeefse poging om alles bij het oude te laten. Alles blijft immers nooit bij het oude en het nieuwe kan ook wel eens van een andere kant komen dan waar je naar kijkt.

Terwijl de vreemdelingen aan de grenzen wachtten, sloop het virus binnen

„En mensen die van de grens kwamen/ zeiden dat er geen barbaren meer waren”, schrijft Kaváfis. Teleurstelling. De angstige verwachting gaf ook doel en richting, leven zelfs: er gebeurt iets! „Wat moet er nu van ons worden zonder barbaren./ Die mensen waren tenminste een soort oplossing.”

Iedereen weet dat we geen benul hebben van de toekomst en toch doen we steeds alsof het wel zo is. We kunnen niet anders, we moeten speculeren en extrapoleren om verstandige maatregelen te nemen en dan blijken we soms toch de verkeerde kant op te kijken. Terwijl de vreemdelingen aan de grenzen wachtten en het hele politieke debat daarop was afgestemd, is het coronavirus binnengeslopen en legt het hele leven plat. Je moet als vanzelf denken aan de Grieken en hun notie dat de toekomst van achteren komt en dat wij met ons gezicht naar het verleden staan – het lijkt meer dan ooit alsof er achter onze rug iets is komen aansluipen.

Is het coronavirus dus eigenlijk wat we moeten denken bij ‘de barbaren’? Ineens kan de regering dingen zeggen waar iedereen naar luistert – zo veel mogelijk thuis werken, geen sportevenementen enzovoorts – „Omdat de barbaren vandaag komen/ en zulke dingen verblinden barbaren.” Hopelijk gedraagt het virus zich zoals wij denken. Je weet het niet met barbaren.

Soms zou je willen dat je zelf ook een natuurkundige wet was die ondubbelzinnig zegt hoe het gaat. Maar behalve dat onze biologie onderworpen is aan wetmatigheden is er op persoonlijk niveau niet zoveel waar je met zekerheid van uit kunt gaan. Hoe je je zult voelen, hoe je je zult gedragen in een misschien niet eens verre toekomst.

Dit virus laat zien hoe broos de samenleving is, en hoe makkelijk ook je eigen leven op zijn kop zou kunnen staan als – als. Ik hoorde een audioboodschap van een verpleegkundige uit Noord-Italië die volstrekt overstuur was van wat ze meemaakte. Er zijn al 38 mensen overleden snikte ze, en even sta je dan nog in die kalme statistiek stand – „38 op de hoeveel Noord-Italianen, kom op zeg”, maar dan praat ze over mensen die alleen sterven omdat familie niet op bezoek mag komen en ineens zie je op een van die geïmproviseerde bedden een van je eigen geliefden liggen en je kunt er niet bij, niets voor ze doen, ze zullen ineens verdwenen zijn – wat dan?

Maar de werkelijkheid is dat ik helemaal niemand ken die besmet is. Dat kan ook wel zo blijven. Dankzij dat vreemde toneelstuk dat we opvoeren, net alsof ze komen. De barbaren.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.