Alleen een livestream van colleges is niet genoeg

onderwijs Hoe ontwikkel je onderwijs op afstand? Een rondgang langs scholen. „Het is ook een mooie periode voor het onderwijs.” 

Een 6-jarig meisje uit Leidschendam maakt via internet haar schoolopdrachten. Niet al het online onderwijs is effectief.
Een 6-jarig meisje uit Leidschendam maakt via internet haar schoolopdrachten. Niet al het online onderwijs is effectief. Foto Robin Utrecht

Corona mag dan een crisis zijn voor het onderwijs – scholen dicht, veel leerlingen en leraren ziek – er is óók saamhorigheid en creativiteit. Al dagen delen docenten hun online lesmateriaal, instructiefilmpjes en kennis over wat wel en niet werkt via internet. De site van online onderwijsaanbieder Squla lag maandag plat door grote drukte.

Die informatie is hard nodig nu vrijwel elke onderwijsinstelling in een paar dagen tijd afstandsonderwijs moet ontwikkelen om leerlingen en studenten toch les te kunnen geven de komende drie weken. Want niet al het online onderwijs is effectief. „NPO 3 gaat informatieve video’s uitzenden. Dat is aardig, maar je leert pas echt als je actief met leerstof aan de slag gaat”, zegt Wilfred Rubens, adviseur onderwijs en ict. „Bijvoorbeeld met oefeningen of een quiz.”

Basisschoolleerlingen

In een vrijwel leeg schoolgebouw – er was niet een leerling die maandag opvang nodig had - legt directeur Roswitha Goldsmid van basisschool De Witte Vlinder in Arnhem de laatste hand aan het plan van aanpak voor de komende weken. Dat ziet er zo uit: Vanaf dinsdag halen ouders en kinderen gespreid lespakketten en Chromebooks op, om thuis te kunnen werken. Haar team zal vervolgens elke ochtend een mail naar de ouders sturen met opdrachten voor de kinderen. De docenten zijn per mail beschikbaar voor vragen. De leerkracht van groep 8 heeft een chatgroep aangemaakt.

De opdrachten zijn voor elk leerjaar anders. „Bij de kleuters moet je denken aan spelletjes, bij de oudere kinderen gaat het vooral om het herhalen en ‘inoefenen’ van kennis. Nieuwe stof bieden we nu niet aan. Daar is echt instructie door een leraar voor nodig.”

De vraag is of alle ouders en kinderen zich zullen houden aan de opdrachten. Goldsmid: „ Als we zien dat iemand niets doet, nemen we contact op.” Niet alle ouders zijn even goed toegerust voor de taak die ze erbij krijgen, realiseert ze zich. „Ga de breuken maar eens uitleggen. Dat is best pittig.”

Veel basisscholen zijn bezig met dit soort vragen. Heeft iedereen een laptop of tablet om op te werken? Kunnen ouders hun kinderen begeleiden? Een document dat het team van de Alan Turingschool in Amsterdam opstelde, waar Eva Naaijkens directeur is, wordt veel onder leraren gedeeld. Daarin staat bijvoorbeeld dat je niet te veel van leerlingen kunt verwachten. En focus alleen op de écht belangrijke onderwerpen. „Je kunt niet alles compenseren.”

Wat directeur Roswitha Goldsmid opvalt: „Niemand klaagt. Er hangt een heel bijzondere sfeer: we gáán voor onze leerlingen.”

Middelbare scholieren

Op de Nassau, een school voor mavo, havo en vwo in Breda, werken leerlingen vanaf woensdag thuis op hun tablet, vertelt directeur Hans Teunissen. Het rooster blijft intact.

Deze week zou het toetsweek zijn. De mondelinge examens zouden plaatsvinden en volgende week de schoolexamens. Het is afwachten hoe het met die examens moet. „Mag je mondelinge examens één op één doen, met afstand? Dat is een van onze vragen”, zegt Teunissen. Deze week moet daar duidelijkheid over komen uit Den Haag.

De school was al ver met digitalisering. Elke leerling heeft een tablet en is getraind in ict-vaardigheden, net als docenten. „Daar ben ik trots op. Dat betekent dat we vrij snel van start kunnen met afstandsonderwijs.” Dat geldt zeker niet voor elke school. Ongeveer de helft van de middelbare scholieren heeft een eigen device via school, zegt Willem-Jan van Elk, adviseur van Kennisnet, dat scholen informeert via lesopafstand.nl. Die kunnen sneller aan de slag. Het scheelt ook als leerlingen al inlogcodes hebben voor leerapplicaties en de ict-infrastructuur van de school op orde is. Een digitale leeromgeving, zoals Magister, hebben de meeste middelbare scholen wel.

Door corona moeten alle scholen nu nagaan hoe hun ict ervoor staat. Leraren moeten er nu wel mee aan de slag. „Ons advies is een optimale mix van papieren en digitale leermiddelen”, zegt Van Elk. „Ik hoop dat deze situatie leidt tot een betere mix.”

Studenten

Het is een lastige maar ook mooie periode voor het onderwijs, vindt Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten. „Er komt zoveel creativiteit los. Ik zie overal docenten opstaan met slimme ideeën. Er is een interactief werkcollege in Nijmegen, een hoogleraar in Delft die zijn hoorcollege opneemt. Of de universiteit Wageningen die de open dag van aanstaande zaterdag compleet online aan gaat bieden. Prachtig.”

Natuurlijk, zorgen zijn er ook. Over opleidingen en practica die niet zomaar naar online kunnen worden overgezet. En over studenten die door het coronavirus colleges missen en daardoor studievertraging oplopen. Studenten die door de coronacrisis in de problemen komen en vertraging oplopen, kunnen in overleg met hun studieadviseur aanspraak te maken op een vergoeding. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat weten dat er later deze week een overleg is over het bindend studieadvies.

Voor sommige opleidingen is het behoorlijk ingewikkeld om te zorgen dat studenten door kunnen. Neem diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. „Een deel van de lessen kan op afstand, maar de dieren moeten wel worden verzorgd”, zegt hoofd onderwijs Renée Filius. En wat doe je met studenten van bijvoorbeeld scheikunde en biologie nu ook de laboratoria dichtgaan voor groepen? „Alle docenten zijn nu druk bezig om te kijken hoe ze hun lessen kunnen geven.”

Lees ook: Een luide zoemer klinkt over een volledig leeg schoolplein

Bestuursvoorzitter Peter van Mulkom van ROC Nijmegen zit midden in overleggen met zijn teams om zijn 11.000 leerlingen aan de gang te houden. Veel onderwijs op het roc bestaat uit praktijklessen. „Hetzelfde geldt voor de examens”, zegt Van Mulkom. „We zijn nog aan het puzzelen hoe we dat oplossen.” Zijn grootste probleem nu: de begeleiding van kwetsbare leerlingen. „Dat zijn leerlingen die één op één worden begeleid. We hopen binnen drie dagen antwoord te hebben.”

Eén ding is cruciaal dezer dagen, zegt rector magnificus Theo Bastiaens van de Open Universiteit (15.000 studenten): denk niet dat je er bent met het simpelweg streamen van een hoorcollege. „Studenten vallen achter hun beeldscherm in slaap als ze anderhalf uur moeten luisteren.” Het gaat bij onderwijs op afstand om een andere vorm van lesgeven, om „digitale didactiek”. Waarbij het de kunst is om de aandacht vast te houden. „Door het debat aan te gaan met studenten. Laat ze bijvoorbeeld via Twitter in discussie gaan over een onderwerp.”

Bastiaens’ universiteit heeft daar al 37 jaar ervaring in. Om andere universiteiten te helpen, zet hij maandagavond een handboek digitale didactiek online en houden zijn docenten deze week iedere avond een livestream waarbij ze tips geven en vragen van collega’s beantwoorden. „Het aller- allerbelangrijkste is: Focus niet op de software. Het is geen kwestie van techniek.Het gaat om pedagogische en didactieve vaardigheden. En die zijn wezenlijk anders online dan in real life.”